16. De toorn des dwazen, die noch zijne eigene zonde, noch Gods ontfermingen kent, over beledigingen van zijnen naaste tegen hem, wordt ten zelven dage bekend; 1) maar die kloekzinnig is, bedekt verbergt de schande de schimp in zijn hart, en laat de wraak aan God over. (
Hoofdstuk 8:5 Aanm).
1) Het razen en tieren met toornige, den tegenstander beledigende, woorden is altijd een teken van een hart, dat niet verbroken is, en het eigen ik vereert, en kan ook niet verstandig genoeg worden; want juist omdat zulk een mens bij de eerste inwendige opwelling aan toorn alle bedaardheid mist om zich behoorlijk te verdedigen, stelt hij zich bloot, om op nieuw door zijne tegenpartij gekwetst te worden. Daarentegen schenkt godsvrucht en wijsheid van boven den mens het alleen lankmoedigheid tegen den broeder, die zondigt, en bekwaamheid om de ongerechtigheden van den naaste te dragen, daar ook de kracht der zelfbeheersing, zo als Saul die eens bezat. (1 Samuël 10:27)..
Bij den toorn herkent men den dwaas. Wie zijnen toorn bedwingt, heeft enen vijand overwonnen.
De toorn beneemt den wijze den moed; die toornig is, weet niet wat hij doet; die toornig is, bidt niet; hoed u altijd voor haastigen toorn; want de toorn huisvest alleen in het hart van den dwaas.
Een dwaas is even als een beest: zo ras niet getergd, of hij wordt toornig; en wat nog erger is, het blijkt terstond in zijn gelaat, in zijne woorden en daden. Een bedachtzame wordt niet onbetamelijk vervoerd door zijne drift, hoewel hij niet ongevoelig is over de smadelijke bejegeningen hem aangedaan. Door alzo te handelen, bedekt de verstandige de schande van de belediging, en tevens blijft hij zelf tegen de schande des toorn, bewaard.
In het Hebreeën Ewiel bajoom jiwada ka'so. Beter: Een dwaas, te zelfder dage wordt zijn toorn bekend. Met andere woorden: Een dwaas in het, die als hem ene belediging wordt aangedaan, terstond opvliegt en zijn toorn lucht geeft. De kloekzinnige, die kloek van hart is, geeft echter den toorn plaats.