Spreuken 10:18
Merk hier op: boosaardigheid is dwaasheid en goddeloosheid.
1. Ze is dit, als zij verborgen wordt onder vleierij en geveinsdheid. Hij, die met liegende lippen haat verbergt is een dwaas, hoewel hij denkt een wijs staatsman te zijn, hij verbergt de haat uit vrees dat hij, als hij openbaar wordt, beschaamd zal worden voor de mensen en aldus de gelegenheid zal missen om zijn haat bot te vieren. Valse lippen zijn op zichzelf al erg genoeg, maar er is een zeer bijzondere boosaardigheid in, als zij tot een dekmantel dienen van boosaardigheid. Maar hij is een dwaas, die iets denkt te kunnen verbergen voor God.
2. Niet beter is het, als hij geuit wordt in hatelijke, boosaardige woorden, die een kwaad gerucht voortbrengt is ook een zot, want vroeg of laat zal God die gerechtigheid voortbrengen als het licht, welke hij gepoogd heeft te omfloersen, en Hij zal het middel vinden om de smaad af te wentelen.