Openbaring 15:5-8
Merk hier op:
I. Hoe de engelen verschenen, toen zij uit den hemel kwamen om hun opdracht te vervullen. De tempel des tabernakels der getuigenis in den hemel werd geopend, vers 5. Hier is een heen wijzing naar het heilige der heiligen in tabernakel en tempel, waar het verzoendeksel was, bedekkende de ark des verbonds, waar de hogepriester eenmaal des jaars verzoening deed en waar God met Zijn volk gemeenschap hield en hun gebeden hoorde. Hierdoor kunnen wij, zoals het hier vermeld wordt, leren:
1. Dat God in de oordelen, die Hij nu ging voltrekken over het anti-christelijk rijk, de profetieën en beloften van Zijn woord en Zijn verbond ging vervullen, die altijd voor Hem waren en waaraan Hij steeds gedachtig was.
2. Dat Hij door deze daden de gebeden van Zijn volk beantwoordde, die Hem aangeboden waren door hun groten hogepriester.
3. Dat Hij hierin den twist twistte van zijn eigen Zoon, onzen Zaligmaker, den Heere Jezus Christus, wiens bediening en gezag men had overweldigd, wiens naam men onteerd had, en het grote doel van wiens dood door den antichrist en zijn aanhangers was tegengestaan.
4. Dat Hij bezig was voor Zijn volk een wijder deur van vrijheid te openen om Hem te dienen in talrijke plechtige samenkomsten zonder vrees voor hun vijanden.
II. Hoe zij voor hun werk toegerust en voorbereid werden. Merk op:
1. Hun uitrusting. Zij waren bekleed met rein en blinkend lijnwaad en omgord om de borsten met gouden gordels, vers 6. Dat was de kleding van den hogepriester, wanneer hij tot God in het heilige der heiligen inging en met antwoord van God terugkwam. Hierdoor werd aangetoond dat deze engelen alles deden onder goddelijke aanwijzing en besturing, en dat zij een offer voor den Heere gingen toebereiden, hierna genoemd het avondmaal des groten Gods, Hoofdstuk 19:17. De engelen waren de dienaren der goddelijke gerechtigheid en zij deden alles op reine en heilige wijze.
2. Hun wapenen, waaruit die bestonden en vanwaar zij ze ontvingen, hun wapenen, waarmee zij hun belangrijk werk zouden verrichten, waren zeven gouden fiolen, vol van den toorn Gods, die in alle eeuwigheid leeft, vers 7. Zij werden gewapend met den toorn Gods tegen Zijne vijanden. Het geringste schepsel, wanneer het komt gewapend met den toorn Gods, zal te sterk zijn voor enigen mens ter wereld, hoeveel meer dus een engel Gods. Deze toorn Gods moest niet ineens uitgegoten worden, maar was verdeeld in zeven delen, die achtereenvolgens op het anti-christelijk rijk zouden vallen. En vanwaar ontvingen de engelen nu deze zeven fiolen? Van een van de vier dieren, een der dienaren van de ware gemeente, dat is in antwoord op de gebeden van de dienaren en het volk van God, en om hun zaak te wreken, waartoe de engelen gaarne gebruikt werden.
III. De indruk, welken dit alles maakte op degenen, die dicht bij den tempel stonden. Zij werden allen als `t ware gehuld in wolken van den rook, die den tempel vervulde, van de heerlijke en machtige tegenwoordigheid Gods, zodat niemand in den tempel kon ingaan, voordat dit werk volbracht was. De belangen van den antichrist waren zo saamgeweven met de burgerlijke toestanden en instellingen van alle volken, dat hij niet kon verdelgd worden zonder een hevigen schok aan de gehele wereld te geven, en dan zou het volk Gods slechts zeer weinig rust en gelegenheid hebben om te vergaderen, terwijl dit grote werk doende was. Voor een poos zouden hun rustdagen onderbroken, hun instellingen van openlijke godsverering gesloten, en zou alles in de grootste verwarring gestort worden. God zelf was nu bezig aan Zijn volk en aan de gehele wereld te prediken, door verschrikkelijke dingen in gerechtigheid, en wanneer dat geschied was, zouden de gemeenten rust hebben, en de openbare vergaderingen samengebracht, ingericht en vermenigvuldigd worden. De grootste verlossingen van de gemeente worden tot stand gebracht door ontzagwekkende en verwonderlijke maatregelen van de Voorzienigheid.