2. En ik zag gelijktijdig met de zeven engelen iets voor mijn ogen als een glazen zee, zoals ik die reeds in
Hoofdstuk 4:6 had gezien; maar deze was als met vuur gemengd 1), evenals in een edelsteen of in het glas vlammen schitteren, als het schijnsel van het vuur er op valt. En ook zag ik die de overwinning hadden (liever; "de overwinnenden", want nog was de volle werkelijke zegepraal iets toekomstigs (
Hoofdstuk 17:14) van (Gr. "uit", d. i. "uit de macht van het beest en van zijn beeld en van zijn merkteken en van het getal van zijn naam 2), zodat zij zich inwendig ervan onthielden en ook uitwendig voor alle huichelachtige schijn van onderwerping bewaarden, noch in de aanbidding van zijn beeld, noch in het aannemen van zijn merktekenen, of ook maar van het getal van zijnnaam bewilligend (
Hoofdstuk 13:11 vv.). Ik zag die geredden, die gekeerd naar de troon van God, waarvoor de zee zich bevond (
Hoofdstuk 4:6) stonden aan de glazen zee, evenals eens de kinderen van Israël na hun doorgaan door de Rode zee aan de anderen oever stonden (
Exodus 14:30 v.), hebbende de citers van God 3), de hun door God gegeven en tot Gods lof bestemde harpen.
1) De glazen zee is evenzeer een beeld van de onmetelijkheid en heiligheid van de daden van God, als van Zijn majestueuze rust in al Zijn handelen. Hier komt echter de zee niet aan Johannes voor, evenals in Hoofdstuk 4:6, helder als kristal, maar als met vuur gemengd: de heilige toorn van God gloeit door de stromen van Zijn daden heen, waartoe Hij Zich nu bereidt.
Dat is de zee, die in haar onpeilbaarheid toch helder schittert, de zee van de wonderbare gerichten en leidingen van God, die hier tevens met het vuur van de toorn in de laatste gericht voltooid, gemengd is.
2) Zonder twijfel zijn dit de martelaars van de laatste tijd; zij zijn nu in de hemel; hier zijn zij overwinnaars, niet omdat zij de aanbidders van het beest hier op aarde weerstonden en een zegepraal over deze hadden behaald, maar zij hebben geleden als hun Heer en Meester (Hoofdstuk 13:7). Zij hebben de vermenging gemeden met de dienst van het beest; zij hebben zich niet laten besmetten, zich niet door de wegrukkende vloed laten meeslepen, maar liever smaad en vervolging en ten slotte de dood verdragen, dan dat zij de naam van hun God en Heiland, het kruis van Christus verloochend en zich het eeuwig Evangelie zouden geschaamd hebben tegenover de trotse geesten en het leugen-evangelie. Zo zijn zij door verdragen alleen tot overwinnaars geworden, niet over het dier, maar van het dier weg, zoals er in de grondtekst eigenlijk staat, uit zijn strikken, uit de betrekking tot Hem.
3) Van de zaligheid van degenen, die in de Heere sterven werd in Hoofdstuk 14:13 gezegd, dat zij rusten van hun arbeid; daarbij komt hier de positieve zijde; zij staan aan de glazen zee en hebben de citers van God. Terwijl zij nu lijken op de kinderen van Israël aan de Rode zee, die de redding van God ondervonden hebben en Hem daarvoor prijzen, is hun ook de ingang in Kanaän gewaarborgd, het deelgenootschap aan het duizendjarig rijk. Daarop, dat zij met de 144. 000 gekochten van de aarde in Hoofdstuk 14:1, die tot dat rijk zijn geroepen, eveneens komen tot de opstanding (Hoofdstuk 20:5 v.), wijst ook de omstandigheid, dat zij hier als harpspelers voorkomen; alleen zingen zij niet als de anderen een nieuw lied, dat niemand kan leren behalve de gekochten zelf, maar het oude lied in Nieuw Testamentische vorm. Dit lied wordt dan ook uitvoerig meegedeeld. Het betreft toch vooral de volken en heidenen en talen van de koninkrijken, waarvoor Johannes sinds Hoofdstuk 10:11 moet voor zeggen en is bemoediging en vertroosting voor hen, die de allerzwaarste verdrukkingen (Mattheus 24:21 v.) zullen beleven, terwijl het nieuwe lied van de gekochten ook voor de ziener van de Openbaring erborgen moet blijven wat de woorden aangaat en hem alleen de heerlijke toestand, die zij bezaten, werd geopenbaard.
Evenals bij de Egyptische tovenaars tegenover Mozes de zweren natuurlijk uitbarstten, zo geschiedde dit bij de Evangelieverkondiging geestelijk en werd het hart van de vleselijk gezinde heidenen in het Romeinse rijk met toorn en wraakzucht vervuld, toen de apostelen en hun medehelpers hun de onbekende God predikten, en krachtig getuigden tegen hun zedeloze godsdienst en het ontuchtig veelgodendom van hun dichters (Handelingen 17:22, 32; 19:23-28 en 34-37). (HET BOEK VOOR ONZE TIJD).
Zij stonden aan de glazen zee met vuur gemengd, zoals Israël aan de Rode zee stond, waardoor het droogvoets was doorgegaan en waarin de Egyptenaren verdronken waren, wier water klaar was als glas en beschenen door de vuurkolom, zo gaf het weerschijn, alsof het water met vuur gemengd was; zo stonden deze ontkomenen als aan de zee, de vijanden ontkomen en gereed om God voor de verlossing te loven, zoals het ontkomen Israël deed. In de tempel te Jeruzalem was een groot koperen vat, dat vol water gehouden werd tot reiniging van de priesters en afwassing van de offeranden en de naam van zee droeg, vanwege de grote hoeveelheid water, die het hield. Hierop wordt gezinspeeld Openbaring :6, waar de zee was voor de troon en de zeven brandende lampen daarbij. Verbeeldt u zo'n groot vat van doorschijnend glas en vol doorzichtig water en bestraald door de zeven brandende lampen, waardoor het schijnt, alsof er vuur onder het water gemengd is. Deze zee beeldt de kracht af van Christus' bloed tot zuivering van alle schuld en straf en tot verzoening met God, alsmede de kracht tot verlichting, heiligmaking en vuur van de Heilige Geest, in welk opzicht door de Heere Jezus gezegd wordt, de Zijnen met de Heilige Geest en met vuur te dopen. Zoals de overwinning van de heidense keizers was door Christus, zo wordt hier aangetoond, dat de verlossing van de anti-christ ook door Christus' bloed en Geest geschiedde, door de glazen zee, met bloed gemengd voor afgebeeld. Het staan aan de glazen zee geeft hun genoegen in Christus en in de verlossing door Christus te kennen en hun blijven bij Hem, in erkentenis, dat alles, wat zij genoten, door Hem was en dat hun hart bereid was om Hem te loven, wat door de citers te kennen wordt gegeven. Deze citers worden gezegd Gods citers te zijn, vanwege de uitnemendheid van hun blijdschap en geneigdheid om God te loven en omdat God hun de oorzaak van zingen en de citers als in handen gegeven had.
De glazen zee schijnt niets anders te kennen te geven, dan door de zee de menigte, door het glas de glans, door het vuur de reinheid van hen, die het zalige leven waardig zijn.
Met toespeling op Exodus 14:20 staan zij als overwinnaars, die alle tegenspoeden van de wereld ontworsteld zijn, nochtans zich die tot prijs van Gods genade herinneren en de onheilen de vijanden toegezonden beschouwen. Men kan dat staan ook verklaren met de volheid van de overwinning, de blijdschap van het oprecht gemoed, de gereedheid tot Gods lof, de eerbied voor God door hen aangebeden. Wij twijfelen niet, of onder dit zinnebeeld worden de belijders van de waarheid van het Evangelie voorgesteld, die God tot getuigen van Zijn oordelen wilde stellen, die Hij tot ondergang van het beest beschoren had. Deze zonden na het doorworstelen van de zwaarste rampen eindelijk zien, dat de laatste schalen van Gods toorn op het rijk van de Antichrist uitgestort werden en zij in langgewenste vrijheid gesteld, met eenparige harten en stemmen de weldaad van de verlossing en vrijheid zouden erkennen en met dankbaarheid God in al Zijn wegen en oordelen rechtvaardigen en roemen.