4. Wie zou U niet vrezen, Heere! en Uw Naam niet verheerlijken? Want U bent alleen heilig (in de grondtekst staat "recht",
Deuteronomium 32:4); want alle volken zullen komen, zodat het woord van de profetie vervuld wordt en voor U aanbidden; want uw oordelen, waarmee U heeft gedreigd, zijn in het oordeel over de antichrist openbaar geworden. "Dit is nog niet een schildering van de eeuwige zaligheid, maar van een tijd, die die voorafgaat en op de antichrist volgt; een tijd van algemene erkenning van Christus en van Zijn gemeente" (
Hoofdstuk 20:1 v.).
Wonder heerlijk lied! Geen compositie van dit lied uit spreuken van het Oude Testament, maar een lied in hoger koor, welks hoofdakkoorden waren aangegeven door de godverheerlijkende zielen van de heiligen van de vroegere tijd. "Groot en wonderlijk zijn uw werken, Heere! U, almachtige God", zo heffen zij aan, evenals eens de gemeente van Israël in Psalm 92:6 had gezongen: "O Heere! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn uw gedachten! " "Rechtvaardig en waarachtig Zijn uw wegen, U Koning van de heidenen! " zo wordt weer gehoord bij de klank van de citers, evenals eens het huis van David en de gemeente van Israël na doorgestaan lijden in Psalm 145:17 had gezongen: "De Heere is rechtvaardig in al Zijn wegen en goedertieren in al Zijn werken. " En evenals Jeremia (Hoofdstuk 10:7) reeds had geroepen: "Wie zou U niet vrezen, U Koning van de heidenen? " zo zingen ook zij: "Wie zou u niet vrezen, Heere! en Uw Naam niet verheerlijken? Want U bent alleen recht; want alle volken zullen komen en voor u aanbidden; want uw oordelen zijn openbaar geworden. " Men hoort hoe de hier lovende schare hier beneden in het woord van de Heere heeft geleefd en in Hem kracht gevonden heeft voor haar strijd, daarom klinkt Davids danktoon, toen de Heere hem uit Abrahams hand verlost had, door het slot van het lied: "Onder de goden is niemand u gelijk, Heere! en er zijn geen zoals uw werken. Al de Heidenen, Heere! die U gemaakt heeft, zullen komen en zullen zich voor uw aanschijn neerbuigen en Uw Naam eren, want U bent groot en doet wonderwerken. U alleen bent God" zo had David gezongen in zijn dagen in Psalm 86:8, Zo klinkt dat wonderbare lied van de citerspelers aan de glazen zee, met vuur gemengd voor ons een vermaning en een bijzonder heerlijke troost! een vermaning, om ons evenals zij, nu en dan in de zee te verdiepen, die de stromen van het woord van God vormen, opdat wij, als er moet worden geprezen, evenals zij, het vermogen in de akkoorden van het eeuwige woord; een vertroosting inderdaad, wie zou niet met heilige ironie zien op het woeden van de vijanden van het Lam, als hij zijn oor leent aan het lied van Mozes en van het Lam? Wie zou niet de moeite van deze tijd verdragen, als dat zegelied uit het land van de eeuwigheid om hen ruist?
"Groot en verbazingwekkend zijn uw werken, o Heere, God, Almachtige! " Aan de Zaterdagavond van de wereld, na de zes werkdagen van de goddelijke Schepper in het rijk van de natuur en van de genade worden de werken van God als verheven en wonderbare werken geprezen. Wat is sinds de schepping van de mensen en de zondeval tot aan het begin van het Duizendjarige Rijk al geschied! Wie zal hetgeen God in deze tijd aan de mensheid gedaan heeft, afmeten of waardig roemen? Wie de heilsinrichting van God van het Oude Verbond en de verlossing in het Nieuwe Verbond door Christus genoeg doorvorsen en voldoende daarvoor danken? Door deze handelingen openbaart de Heere Zich als God, de Almachtige, die niemand meer miskennen of loochenen kan, wanneer eenmaal de verblinding door de Satan ophoudt. "Rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, U, Koning van de volken. " Deze wegen zijn zichtbaar in de lotgevallen van het Rijk van God en van het rijk van de duisternis. Hoe heeft God de duivel toegelaten, opdat diens rijk voor het gericht rijp wordt, alle mensen onder het juk te brengen, de Wereldrijken te stichten, de meest verdrukkende machten te voorschijn te roepen, sinds het Evangelie ingang gevonden heeft, het Evangelie zelf te vernietigen en in de plaats daarvan eindelijk, in het beest uit de afgrond weer de afgodsdienst te herstellen. Scheen het ten slotte niet, alsof er geen God meer in de hemel was en de duivel alleen heer, omdat het hem zelfs vergund werd, de heiligen om het leven te brengen? Rechtvaardig en waarachtig zijn de wegen van God! Daarom liet Hij de duivel zoveel toe, om hem als een rijp gewordene voor het oordeel te richten; en deswege wet Hij de bliksem van Zijn zwaard, om de antichrist en het Satansrijk neer te werpen. God is de Koning aller volken op aarde, omdat Hij vanaf het begin, op de hele aarde, ook waar de Satan naar het uitwendige te oordelen de zegevaan zwaaide, buiten hun weten heeft geregeerd en alles bestierd en omdat Hij nu ook in de werkelijkheid Koning van de mensen wordt, omdat alle knieën voor Hem zich buigen zullen. Door Zijn werken toont God Zich als de Almachtige, door Zijn wonderbare wereldregering als de Koning van de mensheid. 5. En na deze zag ik het toneel van vroeger (Vers 1 v.) in een veranderde, nieuwe gedaante en zie, de tempel van de tabernakel van de getuigenis in de hemel werd geopend, de tempel in de hemel, het beeld van de tabernakel van de getuigenis op aarde (Exodus 25:9 Handelingen 7:44).