Jeremia 20:14-18
Wat is de bedoeling hiervan? Komt uit dezelfde mond zegening en vervloeking voort? Kon hij, die zo blijmoedig zei: Zingt de Heere, prijst de Heere, vers 13, zo hartstochtelijk zeggen: Vervloekt zij de dag, op welke ik geboren ben? Hoe moeten wij dit rijmen? Wat in deze verzen staat, vermeldt de profeet, denk ik, tot zijn eigen schande, zoals hij wat in de voorgaande verzen staat tot Gods eer vermeldt. Het schijnt in verband te staan tot de stemming, waarin hij was in de gevangenis, waaraan hij zich door geloof en hoop ontworsteld had, veeleer door een nieuwe verzoeking, waarin hij later viel, en dan is de betekenis hier als in Psalm 31:23, "Ik zei wel in min haasten: ik ben afgesneden:" dat is ook opgesloten in Psalm 77:7. Als genade overwonnen heeft, is het goed om ons de worsteling te herinneren met onze verdorvenheid, opdat wij beschaamd mogen zijn over onszelf en onze dwaasheid, opdat wij de goedheid van God mogen bewonderen, dat Hij ons niet bij ons woord neemt, en opdat wij gewaarschuwd mogen zijn om een ander maal dubbel op onze hoede te wezen tegenover onze gevoelens. Ziehier hoe groot de verzoeking was die de profeet, met goddelijke bijstand, overwon, en in hoever hij er voor bezweek, opdat wij niet zullen wanhopen als wij door de zwakheid des vleses te eniger tijd aldus verzocht worden. Laat ons hier zien:
I. Wat de taal van de profeet was in deze verzoeking.
1. Hij drukte een brandmerk van schande op zijn geboortedag, zoals Job in zijn drift deed, Job 3:1 :"Vervloekt zij de dag, op welke ik geboren ben." "Het was een kwade dag voor mij omdat hij het begin was van mijne smarten, en de ingang tot al deze ellende." Hij wenst, dat hij nooit geboren was. Judas heeft reden om dat te wensen, als hij in de hel is, Mattheus 46:24, maar niemand op aarde heeft reden om dat te wensen, omdat hij niet weet, of hij kan nog wel een vat van de barmhartigheid worden veel minder heeft een goed man reden om dat te wensen. Terwijl sommigen hun geboortedag, bij de wederkomst des jaars, met blijdschap vieren, beschouwt hij steeds zijn geboortedag als een treurige dag, en viert die met smart, en wil hen aanzien als een dag van slechte voortekens.
2. Hij vervloekte de bode, die zijn vader het bericht van zijn geboorte bracht, vers 15. Het maakte zijn vader blij te horen, dat hem een zoon geboren was (misschien was het zijn eerstgeborene), vooral dat het een zoon was want dan zou hij, als hij in leven bleef, de eer hebben Gods altaar te bedienen, en toch is hij bereid om de man te vervloeken, die hem de tijding bracht, terwijl zijn vader, wie het bericht bracht, hem misschien een geschenk gaf. Terecht merkt hier Gataker op: "Dat ouders dikwijls zeer verheugd zijn bij de geboorte van hun kinderen, maar als zij voorzagen voor welke ellende zij geboren worden, zouden zij hen eer beklagen dan zich over hen verblijden." Hij is zeer los en zeer heftig in de vervloekingen, die hij uitspreekt over de boodschapper van zijn geboorte, vers 16 :"Die man zij als de steden die de Heere heeft omgekeerd, en het heeft Hem niet berouwd, hij matigde en verlichtte hun ellende in `t minst niet. Hij hore in de morgenstond een geroep van de inval en de belegering van de vijanden, zodra hij is opgestaan, dan moet hij door schrik bevangen worden, en op de middagtijd een geschrei van overwinning. "Aldus moet hij leven in voortdurende vrees.
3. Hij is boos, dat het lot van de kinderen van de Hebreën in Egypte het zijne niet was, dat hij niet gedood is van de baarmoeder af, dat zijn eerste adem niet zijn laatste was, en dat hij niet gesmoord werd zodra hij ter wereld kwam, vers 17. Hij wenst, dat de boodschapper van zijn geboorte voor beter werk was gebruikt, en zijn moordenaar geweest was, ja, dat zijn moeder, uit wie hij geboren was, tot haar grote smart altijd zwanger van hem was gebleven, zodat de baarmoeder, waarin hij besloten was, hem, zonder meer, tot graf gediend had, om in begraven te worden. Job zinspeelt op een nauwe betrekking en gelijkenis tussen de baarmoeder en het graf, Job 1:21 :"Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren."
4. Hij vindt zijn tegenwoordige rampen voldoende om deze hartstochtelijke wensen te rechtvaardigen, vers 18 : "Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, waar ik verborgen lag, niet gezien, niet gehaat werd, waar ik veilig lag en geen kwaad kende, om al deze moeite en droefenis te zien, ja, dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan, om zonder ophouden gekweld en mishandeld te worden, om mijn leven niet alleen door te brengen in ellende, maar om het door ellende te laten verteren en wegkwijnen?"
II. Welk gebruik wij hiervan kunnen maken. Het is niet vermeld tot onze navolging, en toch kunnen wij er goede lering in vinden.
1. Let op de ijdelheid van het menselijk leven en de geesteskwelling, die het vergezelt. Als er geen leven na dit leven was, zouden wij menigmaal verzocht worden te wensen, dat wij dit nooit gekend hadden, want onze dagen hier zijn weinig in getal en vol moeite.
2. Zie de dwaasheid en ongerijmdheid van zondigen hartstocht, en hoe onredelijk die spreekt, als men hem laat afdwalen. Welk een onzin is het een dag te vervloeken-een bode te vervloeken om zijn boodschap! Hoe dom en wreed van een kind te wensen dat zijn moeder nooit van hem verlost warei Zie ook Jesaja 45:10. In anderen kunnen wij de dwaasheid er van gemakkelijk zien, en moeten ons daardoor laten waarschuwen al die onmatige drift en die hartstochten in ons te onderdekken, ze in de kiem te verstikken, en die boze geesten niet aan `t woord te laten komen. Als het hart brandt, laat dan de tong gebreideld zijn, Psalm 39:1,2.
3. Let op de zwakheid, zelfs van goede mensen, die op zijn best maar mensen zijn. Zie hoezeer zij, die menen te staan, op hun hoede moeten zijn om niet te vallen en dagelijks te bidden: "Vader in de hemel leid ons niet in verzoeking!"