Handelingen 20:1-6
Indien alles wat gedenkwaardig was, en wel waard om met gouden letteren te worden geschreven omtrent deze reizen van Paulus, die hier zo kortelijk zijn beschreven, vermeld ware geworden, de wereld zelf zou de geschrevene boeken niet bevatten. Daarom hebben wij slechts enige algemene wenken of aanduidingen van gebeurtenissen, welke ons dus des te kostbaarder moeten zijn. Hier is:
I. Paulus' vertrek van Efeziërs. Hij had daar langer vertoefd dan hij, sedert hij tot het apostelschap der Heidenen geordineerd was, ergens anders vertoefd had, en nu was het tijd om aan heengaan te denken, want hij moet ook in andere steden prediken. Maar daarna, en tot het einde zijner levensgeschiedenis in de Schrift (en daarop alleen kunnen wij afgaan) zien wij hem nooit weer een nieuw arbeidsveld ontginnen, noch het Evangelie prediken waar Christus niet genoemd was, zoals hij tot nu toe gedaan had, Romeinen 15:20, want aan het einde van het volgende hoofdstuk zien wij hem als gevangene, en dat bleef hij, en dat werd hij aan het einde van het boek ook gelaten.
1. Paulus vertrok van Efeziërs kort nadat het oproer aldaar gestild was, daar hij de stoornis, die hij er had ondervonden, als ene aanduiding beschouwde van Gods voorzienigheid, dat hij daar niet langer moest blijven, vers 1. Zijne verwijdering zou de woede zijner tegenstanders enigszins tot bedaren kunnen brengen, en voor de Christenen aldaar ene minder ongunstige stemming ten gevolge kunnen hebben. Currenti cede furori -Het is goed om gedurende een storm stil te liggen. Sommigen zijn echter van mening, dat hij nu, voor hij Efeziërs verliet, den eersten brief aan de Corinthiërs geschreven heeft, en dat zijn vechten met wilde dieren te Efeziërs , waarvan hij in dezen brief spreekt, ene overdrachtelijke beschrijving was van dit oproer, ik vat het echter liever op in letterlijken zin.
2. Hij heeft hen niet plotseling, en als in vreze en verschriktheid verlaten, maar plechtig afscheid van hen genomen. Hij riep de discipelen tot zich, de voornaamsten uit de gemeente, en hen gegroet hebbende, nam hij afscheid van hen (zegt de Syrische overzetting), met den kus der liefde, naar het gebruik der oorspronkelijke kerk. Liefhebbende vrienden weten niet hoe lief zij elkaar hebben voor het op scheiden aankomt, en dan blijkt het hoe na zij aan elkanders hart zijn.
II. Zijn bezoek aan de Griekse gemeenten, die hij gesticht, en meer dan eens bewaterd had, en die blijken hem zeer na aan het hart te zijn gelegen.
1. Hij begaf zich eerst naar Macedonië, vers 1, overeenkomstig zijn voornemen voor het oproer, Hoofdstuk 19:21. Dáár bezocht hij de gemeenten van Filippi en Thessalonica, en heeft hen met vele redenen vermaand, vers 2. Paulus' bezoeken aan zijne vrienden gingen gepaard met prediking, en die prediking was overvloedig, hij heeft hen met vele redenen vermaand, hij had hun zeer veel te zeggen, en was niet karig met den tijd, dien hij er voor gebruikte. Hij vermaande hen tot vele plichten, in velerlei opzichten, met vele redenen. Hij zette aan zijne vermaningen kracht bij door ene grote verscheidenheid van beweegredenen en argumenten.
2. In Griekenland heeft hij drie maanden doorgebracht, vers 2, 3, dat is, naar sommigen denken, in Achaje, want hij had voorgenomen ook daar heen te gaan, naar Corinthe en de omstreken er van, Hoofdstuk 19:21. Ongetwijfeld heeft hij ook daar de discipelen met vele redenen vermaand, ten einde hun leiding te geven en hen te bevestigen, en hen te vermanen om met een voornemen des harten bij den Heere te blijven.
III. De verandering, die hij bracht in zijne voornemens, want daar kunnen wij niet altijd bij blijven. Onvoorziene omstandigheden brengen ons tot nieuwe overleggingen, die ons verplichten onze plannen te maken onder voorbehoud.
1. Paulus wilde naar Syrië varen, naar Antiochië, van waar hij het eerst uitgezonden was in den dienst der Heidenen, waarom hij zich steeds beijverde om die stad op zijne reizen aan te doen. Maar hij bracht verandering in zijn voornemen, en besloot door Macedonië weer te keren, dus langs dezelfden weg, dien hij gekomen was.
2. De reden hiervan was, dat de Joden, denkende, dat hij als naar gewoonte die reisroute zou volgen, hem lagen hadden gelegd met de bedoeling hem te doden. Daar zij er niet in konden slagen hem uit den weg te ruimen door magistraten en volksmenigten tegen hem op te zetten, zoals zij dikwijls genoeg beproefd hadden, maakten zij het plan hem te vermoorden. Sommigen denken, dat zij hem lagen legden om hem te beroven van het geld, dat hij naar Jeruzalem ging brengen ter ondersteuning van de arme Christenen aldaar, maar in aanmerking genomen de haat, dien zij jegens hem koesterden, onderstel ik, dat zij meer gedorst hebben naar zijn bloed dan naar zijn geld.
IV. Zijne metgezellen op zijne reis naar Azië. Zij worden hier genoemd, vers 4. Sommigen van hen waren dienaren van het Evangelie, of zij het allen waren is niet zeker. Sopater van Berea is waarschijnlijk dezelfde als Sosipater, van wie melding wordt gemaakt in Romeinen 16:21. Timotheus wordt tot hen gerekend, want Paulus heeft, toen hij van Efeziërs vertrok, Timotheus daar nog wel gelaten, en den eersten brief, dien hij hem schreef om hem in zijn' arbeid als evangelist te besturen, en hem van raad te dienen voor de vestiging der gemeente te dier plaatse en hem te zeggen in welke handen hij haar moest laten, heeft hij hem dáár gezonden, zie 1 Timotheus 1:3, 3:14, 15 (welke brief bestemd was om Timotheus te leiden in hetgeen hij te doen had, niet alleen te Efeziërs , waar hij zich nu bevond, maar ook in andere plaatsen, waar hij op gelijke wijze gelaten zou worden, of waarheen hij zou gezonden worden om er als evangelist te wonen, en niet hem alleen, maar ook de andere evangelisten, die Paulus vergezelden, en in gelijken dienst gebruikt werden) maar Timotheus is hem toch spoedig gevolgd, en heeft hem met de anderen, die hier genoemd zijn, vergezeld. Nu zou men kunnen denken, dat de spaarzaamheid niet betracht werd, toen al deze waardige mannen Paulus vergezelden, want zij waren meer nodig waar Paulus niet was, dan waar hij wèl was, maar het werd aldus geregeld:
1. Opdat zij hem zouden bijstaan in het onderrichten van hen, die door zijne prediking ontwaakt waren. Overal waar Paulus kwam, werd het water beroerd, en dan waren er vele handen nodig om de kreupelen te helpen er in te komen. Het was tijd om het ijzer te smeden als het heet was.
2. Om door hem opgeleid te worden en bekwaam gemaakt voor den toekomstigen dienst, opdat zij ten volle zouden verstaan zijne leer en wijze van doen, 2 Timotheus 3:10 1). Paulus' lichamelijke tegenwoordigheid was zwak, daarom hebben deze vrienden hem vergezeld om hem in ere te brengen, hem te steunen, en aan vreemdelingen, die allicht geneigd zijn te oordelen naar het uitwendige, te zeggen dat er veel kostelijks in hem was, dat in het uitwendige voorkomen niet ontdekt kon worden. V. Zijne komst te Troas, waar hij zijne vrienden tot ene algemene bijeenkomst had bescheiden.
1. Zij gingen vooruit en wachtten hem op te Troas, vers 5, voornemens zijnde om met hem mede te gaan naar Jeruzalem, wat inzonderheid Trofimus ook gedaan heeft, Hoofdstuk 21:29. Wij moeten het niet hard vinden ene wijle te wachten op goed reisgezelschap.
2. Paulus begaf zich zo spoedig mogelijk derwaarts, en het schijnt, dat Lukas hem toen vergezelde, want hij zegt: Wij voeren af van Filippi, vers 6, en de eerste maal, dat wij hem in zijn gezelschap vinden, was hier te Troas, Hoofdstuk 16:11. Van de dagen der ongehevelde broden wordt melding gemaakt, om den tijd aan te duiden, niet om te kennen te geven, dat Paulus het pascha hield naar de wijze der Joden, want juist omstreeks dien tijd had hij zijn eersten brief aan de Corinthiërs geschreven, waarin hij leerde, dat Christus ons Pascha is, en dat een Christelijk leven ons feest houden is met de ongezuurde broden, 1 Corinthiërs 5:7, 8, en toen het wezen was gekomen is de schaduw weggedaan. Hij kwam over zee in vijf dagen bij hen te Troas, en toen hij er was, bleef hij slechts zeven dagen. Het kan niet anders: heel veel tijd moet onvermijdelijk te loor gaan in het heen en weer reizen van hen, die het land doorgaan, goed doende, en toch moet het daarom niet als verloren tijd worden beschouwd. Paulus achtte het der moeite waard om vijf dagen te besteden om naar Troas te gaan, hoewel hij er niet langer dan zeven dagen zal kunnen blijven. Maar hij wist hoe, zelfs op reis, den tijd ult te kopen-en ook wij behoren het te weten-om er nog goed in te kunnen doen.