Exodus 3:7-10
Nu Mozes zijn schoenen had uitgetrokken, (want ongetwijfeld heeft hij aan het hem gegeven bevel, vers 5, gehoorzaamd) en zijn gelaat had bedekt, komt God tot de zaak, die Hij nu besloten had te zullen doen, namelijk Israël uit te voeren uit Egypte. Thans, na nog veertig jaren van Israëls dienstbaarheid en Mozes' ballingschap, nu wij kunnen veronderstellen dat beide hij en zij begonnen te wanhopen, zij van bevrijd te worden, en hij van hun bevrijder te zijn, thans is eindelijk de tijd gekomen, het jaar van de verlosten. God komt dikwijls om Zijn volk te verlossen, als zij niet meer naar Hem uitzien. Zal Hij ook geloof vinden? Lukas 18:8.
1. Hier zien wij hoe God kennis neemt van de verdrukking van Israël, vers 7, 9. "Ik heb zeer wel gezien de verdrukking Mijns volks" niet alleen: Ik heb gezien, maar Ik heb nauwkeurig waargenomen. God heeft kennis genomen van drie dingen:
A. Hun smarten, vers 7. Waarschijnlijk was het hun niet vergund hun grieven voor Farao bloot te leggen, of zich bij zijn gerechtshoven over hun aandrijvers te beklagen, zij durfden nauwelijks elkaar hun leed klagen, maar God heeft hun tranen opgemerkt. Zelfs de verborgen smart van Gods volk is Hem bekend.
B. Hun geschrei. Ik heb hun geschrei gehoord, vers 7, het is tot Mij gekomen, vers 9. God is niet doof voor het verdriet van Zijn verdrukte volk.
C. De tirannie van hun vervolgers: Ik heb gezien de verdrukking, vers 9. Gelijk de geringsten van de verdrukten niet beneden de kennisneming Gods zijn, zo zijn de hoogsten en grootsten van hun verdrukkers niet boven Zijn bedwingende macht, maar Hij zal hen zeker om deze dingen bezoeken.
2. Nu hebben wij hier Gods belofte van hun spoedige bevrijding, vers 8. "Daarom ben Ik neergekomen, dat Ik het verlosse".
a. Dit geeft Zijn besluit te kennen om hen te verlossen, ook dat Zijn hart er op gezet was, zodat het snel en krachtdadig gedaan zal worden, en door middelen buiten de gewone weg van de Voorzienigheid. Als God iets buitengewoons doet, dan wordt Hij gezegd neer te komen om het te doen, zoals Jesaja 64:1.
b. Deze bevrijding was een type van onze verlossing door Christus, en daarin is het eeuwige Woord in waarheid neergekomen van de hemel om ons te verlossen. Het was Zijn boodschap in de wereld. Hij beloofde tevens hun gelukkige vestiging in het land Kanaän dat zij van slavernij tot vrijheid, van armoe tot overvloed, van zware arbeid en zwoegen tot rust zouden komen, en van de onzekere toestand van pachters, aan wie ieder ogenblik de pacht opgezegd kan worden, tot de rustige, eerbare toestand van heren en grondeigenaars. Als God door Zijn genade iemand verlost uit het geestelijk Egypte, zal Hij hem ook tot het hemelse Kanaän brengen.
3. De opdracht, die Hij hiertoe geeft aan Mozes, vers 10. Hij wordt niet alleen tot Israël gezonden als een profeet, om hun de verzekering te geven van hun spoedige bevrijding, (zelfs dit zou al een grote gunst geweest zijn) maar hij wordt gezonden als een gezant tot Farao, om met hem te onderhandelen, of liever, als heraut, om hun vrijlating te eisen, en hem, in geval van weigering, de oorlog te verklaren en tot Israël wordt hij gezonden als een vorst om hen te leiden en het bevel over hen te voeren. Aldus is hij genomen van achter de zogende schapen om een veel edeler herdersambt uit te oefenen, zoals David, Psalm 78:71. God is de fontein van macht, en de machten, die er zijn, die zijn van God verordend. Dezelfde hand, die nu een schaapherder uit een woestijn haalde, om de planter te zijn van de Joodse kerk, heeft later vissers uit hun boten gehaald, om de planters te zijn van de Christelijke Kerk, opdat de uitnemendheid van de kracht zij van God.