30. a) Dan zult gij, wanneer al dat houtwerk met de bedeksels gereed zal zijn, de tabernakel oprichten naar zijn wijze, die u op de berg getoond is 1)met het achterdeel naar het westen; de beide zijwanden naar het noorden en zuiden, en het front naar het oosten.
a)Exodus 25:9,40 Handelingen 7:44 Hebreeën 8:5
1) In de richting ten opzichte van de vier windstreken ligt de aanwijzing, dat het Godsrijk, dat in de tent verlichamelijkt en naar zijn aardse, op tijd en ruimte beperkte, vorm afgeschaduwd is, niet voor dit volk, maar voor de gehele wereld bestemd is, hoewel de Heere het onder een bijzonder volk sticht. Daardoor, dat de tent met haar ingang naar het oosten staat, is zij als een plaats aangewezen, die de opgang uit de hoogte wacht, waarin haar geheim zich volmaken zal (Lukas 1:78 Maleachi 4:2 Jesaja 60:1, ); daardoor dat de richting van haar lengte naar het westen gaat, is aan het rijk van God zijn weg, die het door de wereld nemen zou, reeds voorgeschreven (Azië, Europa, Amerika)
Gedurig komt de Heere terug op het gezicht op de berg. Het was, opdat Mozes diep overtuigd zou zijn, dat de tabernakel moest beschouwd worden, niet als een uitvinding van het menselijk vernuft, maar als een openbaring van Gods Geest..
III. Vers 31-37. Ook over de afscheiding van de ruimte in de tent, in twee afdelingen, over de plaatsing van de drie stukken in de beide afdelingen, zowel als over de afsluiting van de ingang aan de voorzijde van het heiligdom ontvangt Mozes de nodige aanwijzing.