Exodus 13:11-16
1. Wij hebben hier nog meer aanwijzingen betreffende het toewijden van hun eerstgeborenen aan God.
a. De eerstelingen van hun vee moesten aan God gewijd worden, als een deel van hun bezittingen. De eerstelingen van reine dieren, kalveren, lammeren en geiten, moesten als het mannetjes waren, geofferd worden, Exodus 22:30, Numeri 18:17, 18. Die van onreine dieren, zoals veulens, moesten gelost worden met een lam, of hun nek moest gebroken worden. Want alles wat onrein is, (zoals wij allen van nature zijn) zal, zo het niet gelost wordt, verdelgd worden vers 11-13
b. De eerstgeborenen van hun kinderen moesten gelost worden, en volstrekt niet geofferd, zoals de heidenen hun kinderen aan de Moloch offerden. De prijs van de lossing van de eerstgeborenen was vastgesteld bij de wet, Numeri 18:16, vijf sikkelen, Wij waren allen onderhevig aan de toorn en de vloek Gods, door het bloed van Christus zijn wij verlost opdat wij bij "de gemeente van de eerstgeborenen" gevoegd zouden worden. Zij moesten hun kinderen, zowel als de eerstelingen van de onreine dieren, lossen, want onze kinderen zijn van nature bevlekt: "Wie zal een reine geven uit de onreine?"
2. Nadere aanwijzingen betreffende het onderwijzen van hun kinderen en van allen van het opkomend geslacht van tijd tot tijd, betreffende deze zaak. Er wordt verondersteld dat zij, al de eerstelingen aldus toegewijd zijnde, zouden vragen, wat daar de betekenis van was, en hun ouders en onderwijzers moesten hun de betekenis er van leren, vers 14-15, namelijk dat Gods bijzonder eigendom van hun eerstgeborenen en van al hun eerstelingen gegrond was op Zijn bijzondere bewaring van hen, van het zwaard van de verderfengel. Aldus verlost zijnde, moeten zij Hem dienen. Kinderen moeten er toe geleid en aangemoedigd worden om hun ouders vragen te doen betreffende de dingen van God, hetgeen misschien wel de nuttigste wijze van catechiseren is, en de ouders moeten zelf nuttige kennis opdoen opdat zij altijd in staat zijn om op hun vragen te antwoorden. Zal ooit de kennis van God de aarde bedekken, zoals de wateren de bodem van de zee dan moeten eerst de fonteinen van het onderwijs in het gezin opengebroken worden. Wij moeten allen instaat zijn om de reden op te geven voor hetgeen wij doen in de godsdienst. Evenals de sacramenten geheiligd zijn door het woord, zo moeten zij er ook door verklaard en verstaan worden. Gods dienst is redelijk en is Hem welbehaaglijk, als wij hem met verstand waarnemen, wetende wat wij doen en waarom wij het doen. Er moet op gelet worden, hoe dikwijls in dit hoofdstuk gezegd is, dat de Heer hen door een sterke hand, vers 3, 9, 14, 16, heeft uitgevoerd uit Egypte. Hoe meer tegenstand wordt geboden aan de ten uitvoer brenging van Gods voornemens, hoe meer er Zijn kracht en sterkte in worden verheerlijkt. Het is een sterke hand, die harde harten overwint. Soms wordt gezegd dat God verlossing werkt `niet door kracht noch geweld," Zacheria 4:6, niet door zulke zichtbare tentoonspreidingen van Zijn macht, als hier verhaald wordt. Hun nakomelingen, die in Kanaän geboren zullen zijn, zullen moeten zeggen: De Heer heeft ons uit Egypte uitgevoerd, vers 14, 16. Goedertierenheden, bewezen aan onze vaderen, zijn goedertierenheden, bewezen aan ons, wij oogsten er het voordeel van, en daarom moeten wij er een dankbare herinnering aan bewaren. Wij staan op de bodem van vorige uitreddingen, en waren in de lenden van onze voorouders, toen zij verlost werden. En nog veel meer reden hebben wij om te zeggen, dat in de dood en de opstanding van Jezus Christus wij verlost zijn.