2. In welke zonden u, Christenen uit de heidenen, eertijds gewandeld heeft naar de eeuw, de periode, de tijdsomstandigheid van deze tegenwoordige boze (
Galaten 1:4.
Romeinen 12:2.
1 Corinthiërs 11:12 wereld (
Titus 3:3), naar de overste van de macht van de lucht, als opperhoofd van de boze machten onder de hemel (
Hoofdstuk 6:12). U wordt namelijk van de geest, die in deze boze machten werkt, geleid en gedreven (
1 Corinthiërs 12:2), een geest, die nu, nadat u van hem bevrijd bent en daarentegen Christus deelachtig bent geworden, wel niet meer in u werkt, maar wel in de kinderen van de ongehoorzaamheid, die het Evangelie niet willen gehoorzaam worden, maar er zich tegen verzetten (
Hoofdstuk 5:6.
Colossenzen 3:6).
a) 1 Corinthiërs 6:11. b) Johannes 12:31; 14:30; 16:11.
De apostel laat hier een nadere voorstelling volgen van de geestelijke dood, die bij de lezers was en beschrijft nu eerst het zondige leven, dat vroeger de Christenen uit de heidenen leidden. De uitdrukking "in zonden wandelen" is zeer opmerkelijk. Die wijst toch op een toestand, waarin de zonde hun levenssfeer was geworden. Door de bijvoeging "naar de eeuw van deze wereld" wordt gewezen op de macht, waardoor de zondaars beheerst waren. Het zondige leven in de wereld is namelijk niet gehele teugelloosheid, zuiver anarchie, integendeel, die de zonde dient, wordt gedreven door krachten en machten, die te verschrikkelijker en onweerstaanbaarder werken, hoe meer zij georganiseerd zijn en die de individuen, waarop zij hun invloed uitoefenen in een systeem van boze en verderfelijke invloeden omwikkelen, waaruit de individuele tegenstand zich niet meer kan losmaken.
Deze wereld, de tegenwoordige boze wereld, die in het midden ligt tussen de verleden zeer goede en de toekomstige, zeer heerlijke en welker loop van geslacht tot geslacht, van de oordelen van de zondvloed ten tijde van Noach tot aan de gerichten van het vuur op de jongste dag dezelfde aard openbaart, deze wereld werkt met toverachtige macht op haar kinderen. Usus est Tyrannus, het gebruik is een tiran, de ergste vijand is de wereld-mode, is om op de brede weg te wandelen naar de manier van de vaderen (1 Petrus 1:18). Zo als de moeder "wereld" haar kinderen voorgaat, zo lopen zij achterna, geketend aan drievoudige strikken van wellust (1 Johannes 2:16) en vast geboeid aan deze vergankelijke wereld, die met haar vergankelijke genietingen hun enig vaderland is, laten zich de mensen van deze wereld, die hun deel hebben in dit leven (Psalm 17:14), misleiden ten opzichte van het geluk van hun ziel, die voor de eeuwigheid geschapen is. Onbegrijpelijk zou dit bedrog zijn, als niet achter de wereld Een stond, die haar loop dreef en inspireerde. De god van deze wereld, zo noemt Paulus de satan (2 Corinthiërs 4:4), zoals de Heere hem de vorst van deze wereld noemt (Johannes 12:31; 14:30), omdat hij krachtens eigen boosheid de loop van deze verleide wereld beheerst. Hier nu verkrijgt de vorst van deze wereld een naam, die zeer geschikt is om ons tot vurige dank op te wekken voor de genade van onze Heere Jezus Christus, die ons verlost heeft van de macht van het duivel. Die naar de eeuw van deze wereld, naar de tijdgeest wandelen, wandelen tevens naar de "overste van de macht van de lucht. " Het zou nu ontzettend juist met de zonde, die macht van de natuur over den mens overeenstemmen, als de aartsvijand van God en de mensen, wiens wezen de zonde is, op zodanige manier in de lucht heerste, dat hij zelf door middel van de lucht, de levensvoorwaarde van alles wat natuurlijk leven heeft, zijn vergiftende, dodende macht over alles uitoefende, wat zich niet van de overste van de macht van de lucht (vgl. Colossenzen 1:13) laat redden en overbrengen in het rijk van de genade, waarin de lucht van de levendmakende Geest van Jezus Christus waait. Zoals wij echter bij dit rijk van de genade niet spreken van de natuurlijke, stoffelijke lucht, maar van een lucht van de geest, zo voegt onze tekst ook bij de woorden "naar de overste van de macht van de lucht" dadelijk "van de geest, die nu werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid. " De levenslucht dus, waaruit de kinderen van de ongehoorzaamheid hun levensadem hebben, is niet die van de wind, maar een door de geest bewogen lucht. Niets kentekent echter de geest, die uit de door de duivel vervulde atmosfeer afkomstig is, op zo vreselijke wijze, als zijn werk in hen, wie hij, de god van deze wereld; de ogen dermate heeft verblind, dat zij het heldere licht van het Evangelie niet zien, ja zelfs opstandelingen worden tegen het woord van de waarheid (2 Corinthiërs 4:4. 2 Thessalonicenzen 1:8). De Efeziërs, die gelovig waren geworden, konden de boosheid en schandelijkheid van hun vroegere dienstbaarheid onder de duivel niet grondiger leren kennen, dan dat zij het werk van de duivelse tijdgeest in de gelovigen zagen en tot zichzelf zeiden: deze vijand van onze zaligheid hebben wij eertijds ook gediend; door deze onreine geest, die nu de mensen van de wereld vervult, zodat zij tegen het Evangelie opstaan en woeden, hebben ook wij ons laten leiden!
Pas dan erkent de mens het kwade in zijn gehele diepte en in al zijn vreselijkheid, wanneer hij begrijpt, dat zijn verdorvenheid in hem niet op zichzelf staat en dat de verdorvenheid van de mensen als een geheel beschouwd, niet enkel is een gemis van het goede. Door elke kwade neiging in zijn binnenste staat de zondaar in wezenlijk en nauw verband met de gehele macht, die aan de verwoesting van het rijk van God, aan de vernietiging van alle heil voor Gods schepselen werkt; hij geeft zich daardoor over in de dienst van een macht, die veel machtiger is dan onmachtige mensen van vlees en bloed en veel meer beslissend en hardnekkig strijdt tegen het rijk van licht en leven.
"Naar het beloop van deze wereld", d. i. naar de manier van leven die de mensen, die niet in Christus geloven, volgen.