1 Corinthiërs 2:1-5
In deze afdeling vervolgt de apostel zijn onderwerp, en herinnert den Corinthiërs hoe hij handelde toen hij eerst het Evangelie hun verkondigde.
I. Ten opzichte van het onderwerp zegt hij ons, vers 2 :Ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus, en dien gekruisigd. Geen vertoning van andere wetenschap dan deze, geen andere prediking dan om de kennis van Jezus Christus, en dien gekruisigd, mede te delen. Christus, in Zijn persoon en bedieningen is het kort-begrip en de inhoud van het Evangelie, en moet het grote onderwerp zijn van de prediking van den Evangeliedienaar. Zijn werk is de banier van het kruis te ontplooien en de mensen daaronder te nodigen. Ieder, die Paulus hoorde prediken, bemerkte dat hij zo voortdurend deze snaar aanroerde dat men zeggen zou: hij wist niets anders dan Christus en dien gekruisigd. Welke andere wetenschap hij ook bezat, deze was de enige welke hij verkondigde, hij toonde zich verplicht om deze alleen onder zijne hoorders te verspreiden.
II. De wijze, waarop hij Christus predikte, is hier ook opmerkenswaard.
1. Ontkennend. Hij was niet gekomen met uitnemendheid van woorden of van wijsheid, vers 1.
Zijn rede en zijn prediking was niet in bewegelijke woorden der menselijke wijsheid. vers 4. Hij trachtte niet een fijn redenaar of diepzinnig wijsgeer te schijnen, hij deed zich niet aan hen voor als een man van overvloed van schone woorden, of van diepe redenering en buitengewone geleerdheid en gevatheid. Hij beoogde niet het oor te winnen door fraaie zinswendingen en uitgezochte uitdrukkingen, evenmin zocht hij te behagen en te boeien door schittering van vernuftige opmerkingen. Zomin zijn spreekwijze als de wijsheid welke hij onderwees, hadden haar oorsprong in menselijke kunde, hij had beide in een andere school geleerd. Goddelijke wijsheid heeft er geen behoeft e aan door menselijke fraaiheden aanbevolen te worden.
2. Bevestigend. Hij kwam onder hen verkondigen de getuigenis van God, vers 1. Hij verkondigde een goddelijke openbaring, en gaf voldoende bewijzen voor de echtheid daarvan, beide door de overeenstemming met oude voorzeggingen en door tegenwoordige wonderen, en dat was hem genoeg. Schone woordenkeus en wetenschappelijke kunst en bewijsvoering konden geen gewicht bijzetten aan hetgeen door zulk gezag werd aanbevolen. Hij was bij hen in zwakheid, en in vreze, en in vele beving, en toch was zijn prediking in betoning des Geestes en der kracht, vers 3, 4. Zijne vijanden in de gemeente van Corinthe spraken van hem met grote verachting: De tegenwoordigheid des lichaams is zwak, en de rede is verachtelijk, zeiden zij: 2 Corinthiërs 10:10. Misschien was hij klein van gestalte en zwak van stem, maar ofschoon hij niet zulk een redenaar was als sommige anderen, is het toch duidelijk dat hij geen slecht spreker was. De inwoners van Lystre hielden hem voor hun afgod Mercurius, in menselijke gedaante verschenen, omdat hij de voornaamste woordvoerder was, Handelingen 14:12. Ook ontbrak het hem niet aan moed of beslistheid om zijn werk voort te zetten, hij was in geen ding door zijn tegenstanders verschrikt. Evenwel was hij geen pocher. Hij praalde niet hoogmoedig gelijk zijn wederpartijders. Hij handelde in zijne bediening met veel bescheidenheid, voorzichtigheid en zorg. Hij gedroeg zich zeer nederig onder hen, niet als iemand, wie de hem toevertrouwde eer en gezag ijdel maakten, maar als iemand, die verplicht was zich getrouw te gedragen en zich zelven te wantrouwen, opdat hij niet mocht tekortkomen in den hem opgelegden last. Merk op: niemand kent de vreze en beving van getrouwe dienaren, die over de zielen ijveren met goddelijken ijver, een diep gevoel van eigen zwakheid is de oorzaak van deze vreze en beving. Zij weten hoe onnut zij zijn in zich zelven, en vrezen daarom voor zich zelven. Maar, ofschoon Paulus met deze bescheidenheid en voorzichtigheid handelde, toch sprak hij met gezag, in de betoning des Geestes en der kracht. Hij predikte de waarheid van Christus in haar oorspronkelijke gedaante en met eenvoudige woorden. Hij legde de leer bloot zoals de Geest hem die gaf, en liet het aan den Geest over door uiterlijke openbaring in tekenen en wonderen en door Zijn invloed in de harten der mensen, de waarheid der prediking te bevestigen en haar aanneming te bewerkstelligen.
III. Hier wordt meegedeeld met welk doel hij den gekruisigden Christus op deze wijze predikte: opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods, vers 5, dat ze niet door menselijke beweeggronden overreed of door menselijke bewijsvoering overmocht zouden worden, opdat niemand zou zeggen dat redeneerkunst of welsprekendheid hen Christenen gemaakt had. Maar indien niets dan Christus en die gekruisigd eenvoudig verkondigd werd, kon het welslagen uitsluitend toegeschreven worden aan een goddelijke macht, die het woord vergezelde. Het geloof moet gegrond zijn, niet op menselijke wijsheid, maar op goddelijke getuigenis en arbeid. Het Evangelie was zo verkondigd, dat God alleen in alles verheerlijkt zou worden.