15. Dit is aldus geworden na onze bekering tot Hem (
Hoofdstuk 4:6), als die dit oordelen, dat als één voor (ten behoeve van, uper, niet anti = in de plaats van) allen gestorven is, zij dan allen met en in Hem, wat de werking en vrucht aangaat, gestorven zijn (
Romeinen 6:1,
Galaten 2:19.
Colossenzen 3:3), omdat anders het "voor allen" de juiste bedoeling zou missen. En Hij is voor allen gestorven (
1 Timotheus 2:6), a) opdat degenen, die leven, zij, die na hun sterven in geestelijke zin, toch altijd nog in lichamelijke zin in leven zijn, voortaan niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor die, die voor hen gestorven en opgewekt is (
Galaten 2:20).
a) Romeinen 14:7. 1 Thessalonicenzen 5:20. 1 Petrus 4:2.
Sinds Paulus de verlossende liefde van Christus heeft leren kennen, is daaruit voor hem een nieuw principe van handelen en wandelen voortgekomen.
Zonder Christus' dood zou niemand in staat zijn zichzelf te sterven; want dat is alleen mogelijk, door in het leven van Zijn liefde in te treden.
Het vijftiende vers begint volgens de grondtekst met de woorden: "nadat wij tot het oordeel zijn gekomen", d. i. het inzicht, de overtuiging hebben verkregen. De apostel spreekt door de verleden tijd van het woord uit, dat hij dit inzicht had verkregen op een bepaalde tijd, die nu reeds achter hem was gelegen. Sinds staat hij onder de bepalende invloed van die liefde. Als hij nu de inhoud van zijn oordeel zo bepaalt, dat "een voor allen is gestorven", dan betekent voor hier evenmin als elders waar dat woord anti staat", in de plaats van", maar alleen "ter wille van allen", "ten behoeve van allen. " Evenwel blijft de gevolgtrekking "zo zijn zij allen gestorven; " want konden wij niet anders worden geholpen, dan dat een voor ons stierf, dan is gemeenzaam duidelijk, wat ons deel zou zijn geweest, als die een niet voor ons tussenbeide was getreden en wat die ene voor ons heeft gedaan, dat gaat ons allen aan ten gevolge van de gemeenschap, die door Zijn menswording en gelijkwording aan ons (Filippenzen 2:7) ontstaan is.
Zijn sterven is alleen daarom ons ten zegen, omdat Hij in onze plaats als plaatsbekledend offer gestorven is en nu spreekt ook de apostel het plaats bekledende (?) van Zijn dood duidelijk uit, als hij uit de evangelische genadedaad, dat Eén voor allen gestorven is, besluit tot de evangelische zekerheid, dat zij allen gestorven zijn. Deze gevolgtrekking ware niet juist, als niet de dood, door allen verdiend, aan Eén was volvoerd, die in aller plaats trad. Zijn leven gevend tot verlossing voor velen.
Met dit "allen" bedeelt zeker Paulus niet voor ieder in het bijzonder; dit was zeker met zijn elders zo duidelijke mening in strijd. Wij hebben het hier in geen andere zin op te vatten dan voor het geheel van de mensheid, evenals het "alle mensen" in Romeinen 5:18 enz.
De liefde van Jezus, waarin Hij voor ons allen is gestorven, wil zo'n verandering in ons teweeg brengen, dat u door Zijn sterven bewogen en door Zijn opstanding opgewekt worden, om Hem in liefde eigen te zijn en te leven, Hem aan te hangen, Hem te eten en te drinken, in Hem te slapen en te waken, in en met Hem te wandelen en alles door Zijn liefde te heiligen en te verzoeten.