1 Johannes 2:28-29
Van den zegen van die heilige zalving gaat de apostel nu voort in zijn raad en vermaning tot standvastigheid in en met Christus. En nu, kinderkens, blijft in Hem, vers 28. De apostel herhaalt zijn vriendelijke benaming kinderkens, naar mij voorkomt niet zozeer om hun geringheid als wel om zijn liefde te betuigen, en waarvoor wij dus zouden kunnen lezen: dierbare kinderen. Hij wil hen overreden door liefde en door innigheid zowel als door redebeleid. Niet alleen de liefde tot Christus, maar ook de liefde tot u, noopt ons om aan te houden op uw standvastigheid, dat gij in Hem zult blijven, in waarachtige betrekking tot Zijn persoon en in uwe vereniging en uw verbond met Hem. Evangelische voorrechten verplichten tot evangelische deugden, en zij, die gezalfd zijn door den Heere Jezus, zijn ten hoogste verplicht om met Hem te blijven in den strijd tegen alle mogelijke tegenstanders. Deze plicht van volharding en standvastigheid in tijden van beproeving wordt krachtig aangedrongen door de beide volgende beschouwingen.
1. Door Zijn wederkomst op den groten dag des oordeels. Opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben en van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijne toekomst, vers 28. Dat de Heere Jezus wederkomen zal, wordt hier als toegestemd beschouwd. Dit was een deel van de waarheid, die zij van den beginne gehoord hadden. En wanneer Hij wederkomt, zal dat in het openbaar geschieden, Hij zal geopenbaard worden aan allen. Toen Hij hier de eerste maal was, kwam Hij, in vergelijking daarmee, in het geheim. Hij werd geboren uit ene vrouw, werd neergelegd in een kribbe in den stal, maar, wanneer Hij wederkomt, zal Hij komen uit den geopenden hemel en aller oog zal Hem zien. En zij, die met Hem geweest zijn in al hun verzoekingen, zullen bij het aanschouwen van Hem, vertrouwen, verzekerdheid en blijdschap genieten. Zij zullen hun hoofden opheffen in onuitsprekelijke zegepraal, want zij weten dat hun volkomen verlossing met Hem komt. Daarentegen, allen die Hem verlaten hebben, zullen van Hem beschaamd worden, zij zullen beschaamd worden over zich zelven, beschaamd over hun ongeloof, hun lafheid, ondankbaarheid, schroomvalligheid en dwaasheid, toen zij zulk een heerlijken Verlosser verzaakten. Zij zullen beschaamd worden over hun hoop, hun verwachtingen, en voornemens, beschaamd over al den loon der ongerechtigheid, waarvoor zij Hem verlaten hebben. Dat wij vrijmoedigheid mogen hebben en niet beschaamd worden. De apostel zegt het van zich zelven ook. Laat ons niet beschaamd zijn over u, zowel als: gij zult niet beschaamd worden over uzelven. Of mê aischun thoomen ap autoe, dat wij niet beschaamd worden (beschaamd gemaakt en tot schande gemaakt worden) door Hem bij Zijn komst. Bij Zijn openbare verschijning zal Hij beschamen allen, die Hem verlaten hebben, Hij zal alle gemeenzaamheid met hen ontkennen, hen met schaamte en verwarring bedekken, hen overgeven aan de duisternis, aan de duivelen en aan eindelozen wanhoop, door voor engelen en mensen te belijden dat Hij zich hunner schaamt, Markus 8:38.
2. Hij komt tot dezelfden raad en dezelfde vermaning door de overweging van de waardigheid dergenen, die aan Christus en Zijn godsdienst blijven vasthouden. Indien gij weet dat Hij. rechtvaardig is, zo weet gij dat een iegelijk, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is, vers 29. Het hier gebruikte deelwoord indien moet niet opgevat worden in onderstellenden, maar in bevestigenden zin, men kan lezen: voorzover, nademaal. Dan wordt de bedoeling duidelijker: Omdat gij weet dat Hij rechtvaardig is, weet gij ook dat een iegelijk, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is. "Hij, die rechtvaardigheid doet", kan hier met grond genomen worden voor een anderen naam voor "hem, die in Christus blijft." Want wie in Christus blijft, die blijft in Zijn wet en in Zijn liefde, en daardoor in verbintenis met en in gehoorzaamheid aan Hem, en doet daardoor in woord en werk rechtvaardigheid, betracht de evangelische heiligheid. Zo iemand kan niet anders dan uit Hem geboren zijn. Hij is vernieuwd door den Geest van Christus, naar het beeld van Christus, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft opdat wij in dezelve zouden wandelen, Efeze 2:10.
Omdat gij weet dat de Heere Christus rechtvaardig is (rechtvaardig in Zijn hoedanigheid en in Zijne werken, de Heere onze gerechtigheid, en de Heere onze rechtvaardig- en heiligmaking, 1 Corinthiërs 1:30), moet gij wel weten (of weet gij, erkent en gelooft gij) dat hij, die in de praktijk van het Christendom voortdurend blijft, uit Hem geboren is. De nieuwe geestelijke natuur zijn wij verschuldigd aan den Heere Christus. Die in tijden van verzoeking standvastig blijft in de praktijk der godzaligheid, geeft daardoor een duidelijk bewijs dat hij van boven, uit den Heere Christus geboren is. De Heere Christus is een eeuwige Vader. Het is een groot voorrecht uit Hem geboren te zijn. Zij, die dat voorrecht hebben, zijn Gods kinderen. Zo velen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, Johannes 1:12. En daarmee is de inhoud van het volgende hoofstuk ingeleid.