Openbaring 6:1-2
1. Christus, het Lam, opent het eerste zegel. Hij maakt een begin met het openen en volbrengen van het grote werk der voornemens van God met de gemeente en de wereld.
2. Een van de dienaren der gemeente roept den apostel, met een stem als van een donderslag, om te komen en te zien wat nu geschieden zal.
3. Nu volgt het visioen, vers 2.
A. De Heere Jezus verschijnt, rijdende op een wit paard. Witte paarden worden in den oorlog gewoonlijk niet gebruikt, omdat zij den berijder een doelwit voor den vijand maken. Maar de Heere onze Verlosser was zeker van Zijn overwinning en zegepraal, en Hij berijdt het witte paard van het zuivere, maar verachte Evangelie. en gaat met grote snelheid de gehele wereld door.
B. Hij heeft een boog in de hand. De overtuigingen, door het Woord Gods gewerkt, zijn scherpe pijlen, die op verren afstand doel treffen, en ofschoon de dienaren van het Woord den boog in hun eenvoudigheid spannen, kan en zal God de pijlen richten op de openingen in het harnas. Deze boog in de hand van Christus behoudt hare sterkte en keert, gelijk die van Jonathan, nooit ledig weer.
C. Een kroon werd hem gegeven, waardoor aangeduid werd dat allen, die het Evangelie ontvangen, Christus moeten aannemen als koning, en Zijn getrouwe en gehoorzame onderdanen zijn, Hij wordt verheerlijkt door het slagen van zijn Evangelie. Als Christus ten strijde trekt, zou men denken dat een helm Hem meer dan een kroon dienen kon, maar Hem wordt een kroon gegeven als onderpand en zinnebeeld Zijner overwinning.
D. Hij ging uit overwinnende en opdat Hij overwonne. Zolang de gemeente strijdende blijft zal Christus overwinnende zijn, wanneer Hij Zijne vijanden in de ene eeuw overwonnen heeft zal Hij hen in de andere eeuw opnieuw ontmoeten. De mensen gaan voort met tegenstand bieden en Christus gaat voort met overwinnen, en Zijn vorige overwinningen zijn de waarborgen voor de volgende. Hij overwint Zijne vijanden in de Zijnen, hun zonden zijn hun en Zijne vijanden, en gaat voort overwinnende, in het voortgezette werk van heiliging, tot Hij in ons een volkomen overwinning behaald heeft. En Hij overwint Zijne vijanden in de wereld, de goddeloze mensen, sommigen brengt Hij aan Zijn voeten, anderen maakt Hij tot een voetbank Zijner voeten. Wij leren door de opening van dit zegel:
a. De voorspoedige voortgang van het Evangelie van Christus in de wereld is een heerlijk schouwspel, waardig aanschouwd te worden, het aangenaamste en beste schouwspel, dat de godvrezende in deze wereld genieten kan.
b. Welke veranderingen en omwentelingen er in de staten en koninkrijken dezer wereld ook mogen voorkomen, het koninkrijk van Christus zal gesticht en uitgebreid worden ten spijt van allen tegenstand.
c. Een morgen van voorspoed gaat gewoonlijk aan een nacht van onheilen vooraf, het Evangelie wordt verkondigd voordat de plagen uitgestort worden. d. Al het werk van Christus wordt niet op eenmaal gedaan. Wij zouden geneigd zijn om te denken: wanneer het Evangelie uitrijdt, zal het de gehele wereld bereid vinden om het aan te nemen. Maar het ontmoet allerwegen tegenstand en gaat slechts langzaam vooruit, maar toch zal Christus Zijn werk, in Zijn tijd en op Zijne wijze, voltooien.