Openbaring 12:1-11
Hier zien wij de eerste voorzegging wonderlijk vervuld, waarin God gezegd had dat Hij vijandschap zou zetten tussen het zaad der Vrouw en het zaad der Slang, Genesis 3:15. Merk op:
I. De pogingen van Satan en zijn handlangers om den groei der gemeente te voorkomen, door haar kinderen te verscheuren dadelijk bij de geboorte. Wij ontvangen daarvan de levendigste voorstelling in de meest-geschikte beelden.
1. Wij zien eerst hoe de gemeente wordt voorgesteld in dit visioen.
A. Als ene vrouw, de zwakkere helft van de mensheid, maar als de bruid van Christus en de moeder der heiligen.
B. Als bekleed met de zon, de aangebrachte gerechtigheid van Jezus Christus. Omdat zij Christus, die de Zon der gerechtigheid is, aangedaan heeft, is zij, door haar betrekking tot Christus, begiftigd met eervolle rechten en voorrechten en schittert in Zijne stralen.
C. En de maan was onder hare voeten, dat is, de wereld, zij staat er op, maar zij leeft er boven, haar hart en haar hoop zijn niet op ondermaanse dingen gevestigd, maar op de dingen, die in de hemelen zijn, waar haar hoofd is.
D. Op haar hoofd was een kroon van twaalf sterren: dat is, de leer des Evangelies, verkondigd door de twaalf apostelen, welke een kroon der heerlijkheid is voor alle ware gelovigen.
E. Als in arbeid. En zij was zwanger, en riep, barensnood hebbende en zijnde in pijn om te baren. Zij was zwanger en nu in pijn om voor Christus een heilig zaad voort te brengen. begerig dat hetgeen begonnen was met de overtuiging van zondaren, mocht eindigen met hun bekering, dat wanneer de kinderen tot de geboorte gekomen waren, er kracht zou zijn om te baren, en dat zij den arbeid harer ziel mocht zien.
2. Hoe de grote vijand van de gemeente voorgesteld wordt.
A. Als een grote rode draak, een sterke vreeslijke draak, rood om zijn woestheid en wreedheid aan te duiden.
B. Hebbende zeven hoofden, dat is geplaatst op zeven heuvelen, gelijk Rome was, en dus wordt hiermede waarschijnlijk het heidense Rome bedoeld.
C. Hebbende tien hoornen, verdeeld in tien provincies, dat was het Romeinse rijk ten tijde van keizer Augustus.
D. Hebbende op zijn hoofden zeven koninklijke hoeden, waarvan later wordt uitgelegd dat die zeven koningen betekenen, Hoofdstuk 17:10. E. Zijn staart trok het derde deel der sterren des hemels en wierp die op de aarde, hij wendde de dienaren en belijders van den Christelijken godsdienst om, zodat zij hun geestelijke voorrechten verloren en zo zwak en nutteloos mogelijk werden.
F. En hij stond voor de vrouw, die baren zou, opdat hij haar kind zou verslinden, wanneer (zodra) zij het zou gebaard hebben, gereed om de Christelijke belijdenis dadelijk bij hare geboorte te vermoorden, en dus ten enenmale haar voortgang in de wereld te verhinderen.
II. De vruchteloosheid van deze pogingen tegen de gemeente.
1. Zij baarde een mannelijken zoon, vers 5. Sommigen verstaan daaronder Christus, anderen Constantijn de Grote, maar nog anderen met groter waarschijnlijkheid, een reeks van getrouwe gelovigen, sterk en eensgezind, op Christus gelijkende en aangewezen om, onder Hem, de heidenen te hoeden met een ijzeren roede, dat is de wereld te regeren door hun leer en leven hier, en als medehelpers van Christus op den groten dag.
2. Er werd zorg gedragen voor dit kind, het werd weggerukt tot God en Zijn troon, dat is: genomen onder Zijn bijzondere, machtige en onmiddellijke bescherming. De Christelijke godsdienst is van den aanvang af het voorwerp geweest der bijzondere zorg van den groten God en Zaligmaker Jezus Christus.
3. Die zorg werd gedragen voor de moeder zowel als voor het kind, vers 6. De vrouw vluchtte in de woestijn, alwaar zij ene plaats had, haar van God bereid, zowel voor haar veiligheid als voor haar onderhoud. De gemeente was in een duisteren toestand, verstrooid, maar door de zorg der Voorzienigheid gaf dat juist haar bescherming. Deze haar verborgen en afgezonderde staat was slechts voor een bepaalden tijd en zou niet steeds voortduren.
III. De pogingen van den draak tegen de gemeente bleken niet alleen vruchteloos te zijn, maar ook noodlottig voor zijn eigen belangen, want door zijn poging om den mannelijken zoon te verslinden, bracht hij al de machten des hemels tegen zich in het harnas, vers 7. Er werd krijg in den hemel. De hemel zal den twist der gemeente twisten. Merk op:
1. De plaats van dezen krijg, in den hemel, in de gemeente, die het koninkrijk der hemelen op aarde is, onder de bescherming des hemels staat en dezelfde belangen heeft.
2. De oorlogvoerende partijen, Michael en zijne engelen aan de ene zijde, en de draak en zijne engelen aan den anderen kant. Christus' de grote Engel des Verbonds en Zijn getrouwe volgelingen, en Satan met al zijn werktuigen. De tweede partij zou verreweg de meerdere zijn in aantal en uitwendige sterkte, maar de kracht van de gemeente ligt daarin, dat zij den Heere Jezus tot oversten leidsman harer zaligheid heeft.
3. De uitslag van den veldslag, De draak krijgde en zijne engelen, maar zij hebben niet vermocht. Er werd aan beide zijden hevig gestreden, maar de overwinning bleef aan Christus en Zijne gemeente, en de draak met zijne engelen werden niet alleen overwonnen, maar ook buiten geworpen. De heidense afgoderij, die een aanbidding der duivelen was, werd ten tijde van Constantijn de Grote uit het keizerrijk uitgeworpen. 4. De zegezang, die voor deze gelegenheid werd gedicht en gebruikt, vers 10, 11. Merk op:
A. Hoe de overwinnaar aangebeden wordt: Nu is de zaligheid, en de kracht en het koninkrijk geworden onzes Gods en de macht van Zijnen Christus. Nu heeft God zich betoond de machtige God te zijn, nu heeft Christus zich betoond een sterke en machtige Zaligmaker te zijn, Zijn arm heeft hem heil gebracht, en nu is Zijn koninkrijk belangrijk bevestigd en uitgebreid. De zaligheid en de sterkte van de gemeente worden geheel toegeschreven aan den Koning en het hoofd der gemeente.
B. Hoe de overwonnen vijand genoemd wordt.
a. Zijn kwaadaardigheid, hij was de verklager onzer broederen, die hen verklaagde voor God dag en nacht. Hij verscheen voor God als een tegenstander van de gemeente, en bracht voortdurend aanklachten en beschuldigingen tegen haar in, hetzij vals of waar. Op die wijze beschuldigde hij Job, en zo beschuldigde hij Jozua, den hogepriester, Zacheria 3:1. Ofschoon hij de tegenwoordigheid van God haat, is hij toch gewillig om daar te verschijnen ten einde het volk Gods te beschuldigen. Laat ons derhalve op onze hoede zijn dat wij hem geen reden van beschuldiging tegen ons geven, en dat, ingeval wij gezondigd hebben, wij dadelijk tot den Heere komen en ons zelven beschuldigen en veroordelen, en onze zaak aan Christus als onze Voorspraak aanbevelen.
b. Zijn teleurstelling en nederlaag. Hij wordt met al zijne beschuldigingen neergeworpen, de aanklachten worden vernietigd, en de beschuldiger met verontwaardiging van voor de rechtbank weggedreven.
C. Hoe de overwinning behaald werd. De dienstknechten Gods zegevierden over Satan:
a. Door het bloed des Lams, als de verdienende oorzaak. Christus heeft door Zijn dood tenietgedaan degenen, die het geweld des doods had, dat is den duivel.
b. Door het woord hunner getuigenis, als het grote wapen in den krijg, het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord, door een besliste, krachtige verkondiging van het eeuwig Evangelie, dat machtig is, door God, tot neder werping der sterkten, en door hun moed en geduld onder het lijden. Zij hebben hun leven niet liefgehad tot den dood toe, wanneer de liefde tot het leven in aanmerking kwam tegenover hun getrouwheid aan Christus. Zij hadden hun leven niet zo lief, dat zij het niet om Christus' wil konden afleggen, hun liefde voor hun eigen leven werd overtroffen door nog sterker genegenheden van anderen aard. En deze hun moed en ijver hielpen hen om hun vijanden te overwinnen, velen van de toeschouwers te overtuigen, de zielen van de gelovigen te bevestigen, en zo grotelijks tot de zegepraal bij te dragen.