10. En het zijn ook, wat hun betekenis voor het dier zelf aangaat, zeven koningen, niet enkele personen, maar in vereniging met allen, die zich tot een eenheid van datzelfde geslacht en die richting aaneensluiten; dus zeven koningshuizen of dynastieën (
Hoofdstuk 13:1 v.): de vijf, die in het gezicht van
Hoofdstuk 13:3 vooraan stonden aan dat hoofd, dat de dodelijke wond ontvangen heeft; de Karolingers, de Capetingers, het huis van Valois, van Valois Orleans en Bourbon, zijn gevallen en, om nu bij dat hoofd te blijven staan, dat zo bijzonder uw opmerkzaamheid trok, komt ten opzichte van dat heersersgeslacht het zevental weer voor. Ook daar zijn zeven koningen, maar in de zin van enkele personen te onderscheiden en gelijktijdig wordt aan deze zeven het woord herhaald "vijf zijn gevallen", in zoverre vijf van hen niet tot de heerschappij komen en van de twee heersers, die alleen in aanmerking komen, gezegd kon worden: de een, Napoleon I, is en zal, zolang dit zijn van hem duurt, menen, dat het staan van zijn dynastie lange tijd duren zal. De ander, Napoleon III, is, als het zijn bij die eersten in een niet zijn eindigt, nog niet gekomen; er komt integendeel een kloof tussen beiden, waarin de wond van dit hoofd voorkomt als een dodelijke en het zijn tot een niet zijn wordt en wanneer hij, die andere, waarin de wond weer genezen wordt, gekomen zal zijn, moet hij een tijdje, zolang als nodig is, opdat ook de verwondering van de hele aardbodem op voorafbeeldende wijze aan hem wordt vervuld, blijven. Daarop zal hij door zijn plotselingen ongedachte val het opnieuw bevestigen, dat het hoofd dodelijk gewond was; want daarop moet steeds weer het oog zich vestigen van hen, die willen zien, hoe Gods voorspellingen door de gebeurtenissen van de wereldgeschiedenis hoe langer hoe meer worden verwezenlijkt.
Verstand en wijsheid komen hier te pas; geestelijk inzicht is nodig om deze geheimenis te ontraadselen. De zeven hoofden zijn zeven bergen, dat zijn rijken, zoals Johannes er zelf ter verklaring bijvoegt: "en het zijn (ook) zeven koningen", waardoor niet een zevental vorstelijke personen te verstaan is, maar even zo vele koningstronen, koninklijke regeringen. Reeds boven hebben wij de zeven heerschappijen opgenoemd, waarin het beest zich geopenbaard heeft tot vervolging van de Kerk, namelijk: Egypte, Assyrië, Babylonië, Perzië, Griekenland, het Romeinse rijk en dat van de tien koningen. De stad Rome, (de vrouw) zit als beeld van de tegenwoordige God vijandige wereldheerschappij op het scharlakenrood beest en op de zeven bergen, omdat het beest in de vorm van een zevenhoofdige macht op aarde verschijnt. Ten tijde van Johannes waren van de zeven koninklijke regeringen reeds vijf ondergegaan; Egypte, Assyrië, Babylonië, Perzië en Griekenland. Van de twee overige was het een het Romeinse rijk nog aanwezig en het vervolgde de Kerk in dezelfde tijd als Johannes zijn Openbaring chreef. Juist deze macht van het beest is het, die door het verlossingswerk van de Heere Jezus een dodelijke wond heeft ontvangen; maar deze overwinnaar van de heerschappij van het rijk van de duisternis had die macht nog niet geheel vernietigd, schoon zij dan al verzwakt was. De andere koning is nog niet gekomen. Het is het zevende hoofd met de tien horens of koninkrijken, de zevende van de machten, die zich tegen God verzetten.
Zeven koningen of koninklijke regeringen, waaruit blijkt, dat een voorbeeld ter zake wel verscheidene betekenissen kan hebben. Welke nu deze zeven koningen zijn, wordt op verschillende manieren uitgelegd. Enigen verstaan door deze koningen de zeven keizers, die te Rome na de tijden van Nero, tot deze tijd van Johannes' ballingschap hadden geregeerd. maar er schijnt geen reden te zijn, waarom de keizers, die vóór Nero's tijd van Julius Caesar af geregeerd hebben, niet even goed gerekend zouden worden als de volgende. Het is duidelijk, dat hier van zulke koningen wordt gesproken, die de hele regering van het Roomse rijk begrepen. Daarom verstaan anderen het bekwamelijker voor de zeven vormen of wijzen van regering, waarmee de stad Rome van te voren geregeerd was en daarna nog geregeerd zou worden, zoals de engel hier in Vers 2 getuigt. Waarvan de eerste regering is geweest van Romulus af tot Tarquinius, onder eigenlijk genaamde koningen. De tweede van Brutus af onder de consuls. De derde onder de dictators, de vierde onder de Decemviri, de vijfde onder de Tribuni Consulares. De zesde onder de keizers, van Julius Caesar af, die nog duurde, toen aan Johannes de Openbaring s geschied. Met de zeven hoofden worden wellicht bedoeld zeven uitmuntende pausen, waarin de merktekenen van de koningen van het geestelijk Babylon duidelijk worden gezien en door de hele wereld gezien zijn (Gregorius VII, Alexander III, Innocentius III. Bonifacius VIII, Johannes XXII, Paulus III en Paulus V). Niet dat er geen meer van die soort in de rij van de pausen zijn geweest, maar de Heilige Geest wilde van het zevental niet afwijken. Ik veronderstel dus, dat dit gezicht tot zekere tijd moet worden gebracht en wel tot die onder Paulus III, onder wie Karel V in Duitsland en Frans en Hendrik III in Frankrijk alle macht hebben ingespannen om de kerkhervorming te stuiten. In die tijd is die drinkbeker met allerlei soort van verzoekingen aan alle volken geschonken. En na Paulus III heeft de wereld geen paus gezien, die de Roomse bijgelovigheid en afgoderij met zoveel voorspoed, pracht, trotsheid en stoutheid heeft voortgezet als Paulus V, die een wijle, een weinig bleef.