Jeremia 36:9-19
Het schijnt, dat Baruch vaak uit het boek gelezen had, voor iedereen, die het horen wilde vóór de hoogst plechtige lezing, waarvan hier gesproken wordt, want de bevelen, die hem daaromtrent gegeven waren, zijn van het vierde jaar van Jojakim, terwijl deze plaats vond in het vijfde jaar, vers 9. Maar sommigen menen dat het voluit opschrijven van het boek zoveel tijd in beslag nam, dat het niet vóór het volgende jaar voltooid was, en toch zou het niet langer hebben behoeven te duren dan een paar maanden, misschien was hij begonnen op het eind van het vierde jaar, en had hij het geëindigd in het begin van het vijfde, want de negende maand is die van het lopende jaar, en niet die van Jojakims regering.
I. De regering schreef een openbare vastendag uit, om die godsdienstig te vieren, vers 9, om de treurige toestand, waarin zij gebracht waren door het leger van de Chaldeën of om het uitblijven van de regen, Hoofdstuk 14:1. Zij riepen een vasten uit allen volken, of de koning en de vorsten, of de priesters dit vasten uitriepen, is onzeker, maar het was duidelijk, dat God door Zijn leiding hen luide toe riep. Groot vertoon van vroomheid en godsdienstigheid kan gevonden worden zelfs onder hen, die, of schoon zij "een gedaante van godzaligheid hebben, vreemd en vijandig zijn aan de kracht er van", Maar wat zullen zulke huichelachtige diensten baten? Vasten, zonder verbetering en bekering van zonde, zal nimmer de oordelen Gods afwenden, Jona 3:10. Ondanks dit vasten, hield God niet op te twisten met dit volk.
2. Baruch herhaalde de preken van Jeremia in het openbaar in het huis des Heeren, op de vastendag. Hij stond in een kamer, die aan Gemarja behoorde, en las uit een venster, of van een balkon voor het volk, dat in de voorhof stond, vers 17. Als wij tot God spreken, moeten wij bereid zijn, naar Hem te horen, en daarom is het op dagen van vasten en gebed, een vereiste, dat het woord gelezen en gepredikt wordt. "Hoort naar mij en God zal naar u horen," Richteren 9:7. Als een hulp bij het smeken om genade en barmhartigheid, is het goed, dat ons gesproken wordt van zonde en plicht.
3. Een verhaal hiervan werd gedaan aan de vorsten, die aan het hof waren en nu op het bureau van de secretaris bijeen waren, dat hier genoemd wordt, de kamer des schrijvers, vers 12. Het schijnt, dat, hoewel de vorsten het volk hadden opgeroepen om samen te komen in het huis Gods, om te vasten en te bidden en het Woord te horen, zij het niet nodig vonden, om er zelf bij te zijn, wat een bewijs is, dat zij het niet uit een beginsel van ware vroomheid hadden gedaan, maar alleen uit gewoonte dit vasten hadden uitgeroepen. Wij willen hopen, dat het niet met een slechte bedoeling was, om namelijk Jeremia in moeilijkheden te brengen wegens zijn prediking, maar met de goede bedoeling, de vorsten in moeilijkheden te brengen om hun zonden, dat Michaja de vorsten meedeelde, wat Baruch gelezen had, want zijn vader Gemarja hielp Baruch in zover dat hij hem zijn kamer leende om voor te lezen. Michaja vindt de vorsten, zittende in "de kamer des schrijvers," en zegt tot hen, dat zij beter hadden gedaan naar een goede preek in de tempel te luisteren, waar hij geweest was, en geeft hun de hoofdzaak er uit weer. Als wij goede woorden gehoord hebben, die ons getroffen en gesticht hebben, moeten wij bereid zijn om die aan anderen, die ze niet gehoord hebben, tot hun stichting, mee te delen. "Uit de overvloed des harten spreekt de mond."
4. Baruch wordt gehaald, en hem bevolen bij hen te gaan zitten en hun alles voor te lezen, vers 14, 15, wat hij gaarne deed, zonder zich te beklagen, dat hij moe was van zijn openbare werkzaamheid en dus te bidden, dat men hem voor verontschuldigd houden mocht, en zonder de vorsten te berispen, dat zij niet in de tempel waren geweest, waar zij het hadden kunnen horen, toen hij daar voorlas. Gods dienaren moeten "allen alles worden, opdat zij immers enigen behouden", ze moeten zich in bijzaken naar hen schikken, om de hoofdzaak niet uit het oog te verliezen. Paulus predikte in `t bijzonder voor de aanzienlijken, Galaten 2:2.
5. De vorsten waren voor `t ogenblik zeer getroffen door het woord dat hun voorgelezen werd, vers 16. Zij hoorden alle de woorden, zij vielen hem niet in de rede, maar luisterden geduldig naar het voorlezen van het hele boek, want hoe zouden zij anders bevoegd zijn zich er een opinie over te vormen? en toen zij ze gehoord hadden,' verschrikten zij, de een tegen de ander, zoals Felix sidderde onder Paulus' rede. De verwijten waren billijk, de bedreigingen verschrikkelijk, en de voorspellingen reeds op weg naar de vervulling, zodat ze, alles bijeengenomen, in grote ontsteltenis waren. Ons wordt niet gezegd, welke indrukken het lezen van deze rol op het volk maakte, vers 10, maar de vorsten waren er door verschrikt, en (zoals sommigen lezen) keken elkaar aan, niet wetende wat te zeggen. Zij waren allen overtuigd, dat het waard was er acht op te geven, maar niemand had de moed het te zeggen, alleen kwamen zij overeen, deze woorden de koning bekend te maken, en als hij er geloof aan hechten wilde, dan wilden zij het ook, anders niet, neen, al ware het om de ondergang van het volk te voorkomen. En toch kenden zij de denkwijze des konings in zover dat zij Baruch en Jeremia de raad gaven zich te verbergen, vers 19, en voor hun eigen veiligheid te zorgen, daar zij niet andere verwachtten dan dat de koning, in plaats van overtuigd te zijn, buiten zichzelf zou wezen. Het is een gewoon iets, dat zondaars een overtuiging van zich trachten af te schudden door de voortzetting ervan anderen op de hals te schuiven, zoals deze vorsten hier, of tot "gelegener tijd" uit te stellen, zoals Felix.
6. Zij deden Baruch een kleine vraag: hoe hebt gij alle deze woorden geschreven? vers 17 alsof zij vermoedden, dat er iets buitengewoons stak: maar Baruch geeft hun een duidelijk antwoord, dat alles zeer gewoon in zijn werk was gegaan-Jeremia dicteerde en hij schreef vers 18. Maar dat is iets gewoons bij hen, die de overtuiging van het woord van God willen vermijden, om nodeloze vragen te doen betreffende de wijze en manier, waarop het geïnspireerd is.