44. Alle dezen hadden vreemde vrouwen genomen; en sommigen van hen hadden vrouwen, waarbij zij kinderen gekregen hadden.
Velen plaatsen in het twaalfjarig tijdvak, dat tussen onze geschiedenis, en die, welke in Nehemia 1 vermeld wordt, verlopen is, dat gedeelte, dat men leest in Nehemia 8:1-10:39, en beweren naar Josefus (Antt. XI, 5,5), dat Ezra nog vóór de komst van Nehemia gestorven zou zijn. Maar als ook dit gedeelte door Ezra geschreven is, zo als wel het geval zal zijn, dan moet men toch om de voorstelling van Josefus te rechtvaardigen, veronderstellen, dat in Nehemia 8:9, 10:1 10:1 het vermelden van den naam Nehemia, slechts ene bijvoeging van lateren tijd is, en heeft nog altijd tegen zich, hetgeen te lezen staat in Nehemia 12:36, waar Ezra en Nehemia als gelijktijdig levende worden genoemd. Wat echter het getuigenis van Josefus betreft: dit berust alleen op ene uit het 3e boek Ezra, een der Apocriefe boeken, geputte gissing, waar het gedeelte Nehemia 8:1, terstond, op Ezra 10:44 volgt, en Nehemia onder den naam Atyarathv voorkomt, met welken naam Josefus op een geheel ander persoon heeft gedoeld..
Ezra bekleedde het gezag te Jeruzalem omstreeks 12 jaren; wij vinden hem in het volgende Boek zijne heilige plichten uitoefenende, ofschoon in het burgerlijk gezag vervangen door Nehemia. Men vermeldt van hem, dat hij met de hulp van andere personen, die ook bedreven waren in de heilige Schriften, al de Boeken, die toen reeds bestonden, verzamelde en den Kanon der Heilige Schrift vaststelde, de verouderde namen van enige plaatsen veranderende, en de fouten, die er door nalatigheid der overschrijvers ingeslopen waren, verbeterde. Onder den invloed van den Heiligen Geest voegde hij er ook bij, wat noodzakelijk was, om die plaatsen toe te lichten of te verbeteren, terwijl hij het geheel in Chaldeeuws schrift overbracht. Aldus leverde hij ene nauwkeurige uitgave van het Oude Testament, die daarna met veel zorg werd nageschreven en gevolgd, en naar deze werden de nu nog bestaande afschriften genomen. Daar Ezra zelf schrijver was van een gedeelte der Heilige Schrift, mag men verzekerd zijn, dat hij in zijn werk door den Heiligen Geest werd bestuurd. Men zegt, dat hij den ouderdom van 120 jaren bereikt heeft. Maleachi, Nehemia, Esther en enige plaatsen in andere boeken, moeten dien ten gevolge in zijnen tijd er bij gevoegd zijn, waarschijnlijk door ene reeks van godvruchtige en geleerde mannen, die voortgingen acht te slaan op den Kanon der Schrift, tot omstreeks den tijd van Simon den Rechtvaardige, die omtrent 28 jaren na den dood van Alexander den Grote, welke 323 voor Christus plaats had, hogepriester werd. Na dat tijdstip werd niets bij den Kanon der heilige boeken van het Oude Testament gevoegd, en in letterkundig opzicht is de grootste juistheid door de Joden in acht genomen om het geheel onveranderd te bewaren. Enigen echter zijn van mening, dat de gehele Kanon door Ezra zelf werd bijeen verzameld, behalve enige bijgevoegde namen en aantekeningen. Dit komt ook overeen met de eenparige overlevering der Joden. Een schoon en uitvoerig verslag van de handelingen van Ezra betreffende de Schriften wordt door Prideaux gegeven.. Als straks Nehemia voor de tweede maal in Juda komt, hebben weer velen huwelijken gesloten met heidense vrouwen (Nehemia 13:23). De reden is wel hierin te zoeken, dat bij de teruggekeerden ook later zich aansloten, die nog in het vaderland waren achtergebleven en zich niet vermengd hadden met de Samaritanen. Bovendien had Israël in de Ballingschap, die zo lang geduurd had, ten minste voor hen, die met Nehemia terugkeerden, zich aan deze zaak gewend, of liever het zondige er van niet ingezien. En het is daarom, dat de Godsmannen gedurig tegen dit kwaad te strijden hebben, opdat Israël een afgezonderd volk zou blijven.
INHOUD VAN HET BOEK EZRA.
I. De terugkeer naar Jeruzalem en de herbouw van den tempel.
1) Ezra 1:1-4. Edict van Cyrus.
2) Ezra 1:5-11. Terugkeer der Joden naar Jeruzalem.
3) Ezra 2. Beschrijving der teruggekeerden.
4) Ezra 3:1-6. Opbouw van het altaar en viering van het Loofhuttenfeest.
5) Ezra 3:7-13. Grondvesting van den Tempel.
6) Ezra 4:1-5. Tegenstand der Samaritanen bij het bouwen.
7) Ezra 4:6-23. Tegenstand bij het bouwen der muren van Jeruzalem.
8) Ezra 4:24, 5. De tempelbouw afgebroken.
9) Ezra 6:1-15. De tempelbouw door Darius begunstigd en ten einde gebracht.
10) Ezra 6:16-22. De Tempel ingewijd en het Paasfeest gevierd.
II. De komst van Ezra te Jeruzalem en de heiliging des volks.
1) Ezra 7:1-10. Mededeling van Ezra's komst.
2) Ezra 7:11-26. Afschrift van het bevel van Arthahsasta (Artaxerxes).
3) Ezra 7:27, 28. Ezra's vreugde vermeld.
4) Ezra 8:1-20. Lijst der met Ezra teruggekeerden.
5) Ezra 8:21-31. De reis van Ezra en de zijnen meegedeeld.
6) Ezra 8:32-36. Aankomst te Jeruzalem. 7) Ezra 9. Ezra's gebed en belijdenis over de ontheiliging des volks.
8) Ezra 10:1-8. Het besluit omtrent het wegdoen der vreemde vrouwen genomen.
9) Ezra 10:9-17. Het besluit doorgevoerd en ten einde gebracht.
10) Ezra 10:18-44. Lijst van hen, die zich met heidense vrouwen hadden verbonden.
SLOTWOORD
op het Boek Ezra.
Als Schrijver van dit Boek doet zich Ezra, de Schriftgeleerde, kennen, die, onder de regering van Arthahsasta (Artaxerxes), koning van Perzië, naar Jeruzalem vertrok met een menigte van hen, die bij den eersten terugkeer, onder Zerubbabel, nog in het vreemde land waren achtergebleven.
Hij is te houden voor den Schrijver van het gehele Boek, al kunnen we aannemen, dat hij dat gedeelte, hetwelk in het Chaldeeuws (Hoofdstuk 4:8-6:18) en niet in het Hebreeuws geschreven is, overgenomen heeft van een tijdgenoot van Zerubbabel en Jozua, dewijl hij dit stuk niet alleen voor volstrekt geloofwaardig heeft gehouden, maar het ook door de bijzondere zorg der Voorzienigheid Gods, in zijn handen is gekomen, zodat hij door den drang des Geestes, het woordelijk heeft overgenomen of in zijn Boek ingelast.
Onder de leiding des Geestes heeft Ezra beschreven, wat in verband stond met den terugkeer van Israël uit het land der Ballingschap, zowel wat den eersten als den tweeden uittocht betreft, dien onder Cyrus en dien onder Arthahsasta, koningen van Perzië.
Wel bestaat het Boek uit twee delen, maar de eerste woorden van het tweede gedeelte: "En na deze gebeurtenissen" geven duidelijk te zien, dat de Schrijver van het eerste gedeelte, ook die van het tweede is.
Israël, door Gods genade voor een groot gedeelte wedergekeerd in het land der vaderen en, hoe ook tegengewerkt, toch in staat gesteld den Tempel te herbouwen; Israël, in het heilige land weer, door Ezra's heiligen ijver voor de ere Gods, een afgezonderd volk, vrij van de vermenging met heidense volken, ziedaar de korte inhoud van dit heilig Geschrift.