Ezra 10:6-14
Wij hebben hier een bericht van hetgeen gedaan werd na de besluiten, die genomen waren omtrent de vreemde vrouwen. Zij lieten geen tijd verloren gaan, smeedden het ijzer terwijl het heet was, en zo werden de raderen van de hervorming spoedig in beweging gebracht.
I. Ezra begaf zich naar de raadkamer, waar de priesters waarschijnlijk vergaderden om publieke zaken te behandelen. En voordat hij daar kwam, ( zoals bisschop Patrick denkt dat dit gelezen moet worden) voordat hij zag dat er iets gedaan werd en waarschijnlijk nog gedaan zou worden voor het herstel van deze grieven heeft hij noch gegeten noch gedronken, maar bleef treuren en rouw bedrijven. Smart over de zonde moet een blijvende smart zijn, laat haar voortduren totdat de zonde weggedaan is.
II. Hij zond orders aan al de kinderen van de gevangenschap, om binnen drie dagen voor hem te Jeruzalem te verschijnen, vers 7, 8, en door de koning gemachtigd zijnde om aan zijn orders kracht bij te zetten door er aan toegevoegde strafbepalingen, Hoofdst. 7:26, dreigde hij dat van allen, die zouden weigeren om de oproep te gehoorzamen, de bezittingen verbeurd verklaard, en zij zelf buiten de gemeenschap gesteld zouden worden. Het vonnis van hem die bij deze Godsdienstige handeling niet zou verschijnen, zou wezen dat zijn bezitting voor altijd daarna in plaats van hemzelf, ten dienste van de Godsdienst aangewend zou worden, en hij zelf tot straf van zijn minachting voor altijd buitengesloten zou zijn van de eer en de voorrechten van de Godsdienst, hij zou in de ban gedaan worden.
III. Binnen de bepaalde tijd kwam het volk te Jeruzalem en vergaderde zich in de straat van Gods huis, vers 9. Zij, die geen ijver hadden voor het werk, waartoe zij geroepen waren, ja er misschien tegen waren, daar zij zelf schuldig waren aan de overtreding, betoonden toch zoveel eerbied voor Ezra's gezag, en waren zo bevreesd voor de bedreigde straf dat zij niet durfden wegblijven.
IV. God gaf hun een teken van Zijn misnoegen in de plasregen, die er toen viel, vers 9, 13, waardoor sommigen misschien weggebleven waren, maar het was hard voor hen, die daar in de open straat neerzaten, doch de omstandigheid, dat de hemel weende toen zij weenden kon betekenen dat God, hoewel Hij vertoornd was om hun zonde, toch een welgevallen had aan hun berouw, en (zoals gezegd is in Richteren 10:16) "Zijn ziel werd verdrietig over de" "arbeid van Israël." Het was ook een aanduiding van de goede vruchten van hun bekering, want de regen maakt de aarde vruchtbaar.
V. Ezra deed de toespraak tot deze grote vergadering, hij zei dat hij hen saamgeroepen had, omdat hij bevond dat zij sedert hun terugkeer uit de gevangenschap Israëls schuld vermeerderd hadden door vreemde vrouwen bij zich te doen wonen, dat zij aan hun vorige zonden deze nieuwe overtreding hadden toegevoegd, hetgeen gewis een middel zou wezen om wederom afgoderij bij hen in te voeren, dezelfde zonde, waarvoor zij zo zwaar getuchtigd waren en waarvan hij gehoopt had, dat zij in hun gevangenschap genezen waren. Hij zei hun ook dat hij hen had samengeroepen, opdat zij Gode hun zonde zouden belijden, en dit gedaan hebbende, zich bereid zouden verklaren om Zijn welgevallen te doen, naar het hun bekend gemaakt zou zijn (hetgeen allen zullen doen, die waarlijk berouw hebben van hetgeen zij gedaan hebben, om Zijn misnoegen op te wekken), en inzonderheid dat zij zich zullen afscheiden van alle afgodendienaars, en in het bijzonder van afgodische vrouwen, vers 10,11. Waarschijnlijk heeft hij over deze punten breedvoerig tot hen gesproken, en nu wederom dezelfde belijdenis van zonde gedaan als in Hoofdst. 9, en waarop hij hen Amen wilde doen zeggen.
Vl. Het volk onderwierp zich, niet slechts aan Ezra's rechtsmacht in het algemeen, maar aan zijn onderzoek en beslissing in deze zaak: Naar uw woorden, alzo betaamt het ons te doen, vers 12. Wij hebben gezondigd door ons te vermengen met de heidenen, en zijn er door in gevaar geweest, niet alleen van door hen verdorven te worden, want wij zijn zwak, maar van onder hen op te gaan, ons onder hen te verliezen, want wij zijn weinigen, daarom zijn wij overtuigd dat het volstrekt noodzakelijk is ons weer van hen te scheiden. Er is hoop voor een volk, als zij overtuigd zijn, niet alleen dat het goed is om af te laten van hun zonden, maar dat het volstrekt noodzakelijk is: wij moeten het doen, of wij zijn verloren.
VII. Er werd overeengekomen dat deze zaak geschieden zou niet in een vergadering van het volk, noch plotseling en als op eenmaal, maar dat een hof van afgevaardigden benoemd zou worden, waarbij klachten ingebracht moesten worden, en dat dan beslissende uitspraak zou doen. Het kon toch niet geschieden, want het was nog niet geregeld, het volk kon ook, vanwege de plasregen, niet buiten blijven staan. De schuldigen waren talrijk, en het vereiste tijd om hen te ontdekken en te ondervragen. Er zouden moeilijke, ingewikkelde gevallen kunnen ontstaan, die niet zonder wikken en wegen beslist konden worden, vers 13. "Laat dus de menigte naar huis gezonden worden en de oversten blijven om inlichtingen te ontvangen, en van stad tot stad gaan, en laat de overtreders in de tegenwoordigheid van de rechters en de oudsten van hun eigen stad schuldig verklaard worden, en laat dan deze afgevaardigden met de uitvoering van deze orders worden belast. Neem aldus tijd, en wij zullen zoveel eerder met de zaak gereed zijn, maar als het inderhaast geschiedt dan zal het slechts ten halve gedaan worden, vers 14. Indien door deze methode een grondige reformatie tot stand komt, dan zal de hittigheid van de toorn van onze God van ons afgewend worden, die, naar wij wel beseffen, op het punt is om over ons los te barsten vanwege deze overtreding."
Ezra was bereid om zich in zijn ijver door de wijsheid van het volk te laten leiden, en de zaak naar deze methode te laten geschieden. Hij schaamt zich niet te erkennen, dat die raad van hen kwam, evenmin als hij zich schaamde om hem op te volgen.