Ezra 10:15-44
De methode van handelen in deze zaak was aangenomen, de vergadering heengezonden, opdat allen in hun onderscheiden plaatsen bericht zouden inwinnen en mededelen, teneinde de zaak te vergemakkelijken, en nu wordt ons hier gezegd:
I. Wie de personen waren, die de zaak op zich namen, om de gevallen ordelijk voor de gemachtigden te brengen, Jonathan en Jehazia, twee ijverige mannen. Of zij tot de priesters of tot het volk behoorden blijkt niet, waarschijnlijk waren zij de mannen, die het voorstel deden, vermeld in vers 13, 14, en daarom de geschiktsten om het uit te voeren, twee eerlijke Levieten werden hun toegevoegd, die hen hielpen, vers 15. Dr. Lightfoot geeft hier een anderen zin aan, Alleen, of evenwel, Jonathan en Jehazia stonden tegen deze zaak (welke lezing het oorspronkelijke zeer goed toelaat) en deze twee Levieten hielpen hen om haar tegen te staan, hetzij de zaak zelf, of deze methode om haar ten uitvoer te brengen. Het was vreemd dat een werk van die aard niet gedaan kon worden, zonder tegenstand te ontmoeten.
II. Wie de commissarissen waren, die voor deze zaak zitting hielden. Ezra was president, en met hem waren sommige hoofden van de vaderen, die door wijsheid en ijver boven anderen bevoegd waren tot deze dienst, vers 16. Het was gelukkig dat zij een man als Ezra hadden om hen te leiden, zij zouden het zonder zijn leiding niet goed hebben kunnen doen, en hij wilde het niet doen zonder hun instemming en medewerking.
III. Hoelang zij er mee bezig waren, zij begonnen op de eerste dag van de tiende maand de zaak te onderzoeken, vers 16, dus nog slechts tien dagen nadat deze methode was voorgesteld, vers 9, en zij voleindigden haar in drie maanden, vers 17. Zij hielden hun zittingen voortdurend en waren ijverig in hun werk, anders zouden zij in zo weinig tijds niet zoveel gevallen onderzocht en afgehandeld kunnen hebben, want wij kunnen veronderstellen dat aan alle beschuldigden behoorlijk gevraagd werd, welke reden zij konden opgeven waarom zij zich niet van hun vrouwen zouden scheiden. Als wij naar andere gevallen kunnen oordelen dan moest de vrouw, als zij tot de Joodse Godsdienst bekeerd was, niet weggezonden worden, en het onderzoek daarnaar vereiste grote zorg.
IV. Wie de personen waren die schuldig werden bevonden aan deze misdaad. Hun namen zijn hier geregistreerd tot hun eeuwige schande, velen van de priesters, ja, van het geslacht van Jesua, de hogepriester, werden schuldig bevonden, vers 18, hoewel de wet zeer bijzonder er in voorzien had om hun eer te bewaren in hun huwelijken, dat zij, zelf heilig zijnde, geen onheiligen zouden huwen, Leviticus 21:7. Zij, die anderen de wet hadden moeten leren, hebben haar zelf overtreden, en door hun voorbeeld anderen aangemoedigd om het ook te doen. Maar hun onschuld verloren hebbende in deze zaak, deden zij wèl om er het verkeerde van in te zien en aan anderen het voorbeeld te geven van hun berouw en hun bekering, want:
1. Zij gaven hun hand, dat zij hun vrouwen zouden doen uitgaan, sommigen denken dat zij het met opgeheven handen zwoeren.
2. Zij volgden de voorgeschreven weg om vergeving te verkrijgen, de ram offerende, die door de wet als schuldoffer was voorgeschreven, Leviticus 6:6, aldus hun schuld erkennende en wat zij er door verdiend hadden, en ootmoedig smekende om vergeving. In het geheel worden hier honderd en dertien personen genoemd, die vreemde vrouwen gehuwd hadden, en van sommige van hen wordt gezegd, vers 44, dat zij kinderen bij haar hadden gekregen, hetgeen te kennen geeft dat niet velen kinderen hadden, daar God deze huwelijken niet met de zegen van de vermenigvuldiging had gekroond. Of die kinderen met de moeders weggezonden werden, zoals Sechanja had voorgesteld, blijkt niet, het schijnt van niet, maar waarschijnlijk werd voor de vrouwen die weggezonden werden, overeenkomstig haar rang goed gezorgd. Nu zou men denken dat dit kwaad volkomen uitgeroeid was, maar toch vinden wij het weer in Nehemia 13:23, en Maleachi 2:11, want zulk bederf komt gemakkelijk en onmerkbaar binnen, maar wordt niet zonder grote moeite weer uitgezuiverd. De beste hervormers kunnen slechts hun plicht betrachten, maar als de Verlosser zelf uit Zion komt, dan zal Hij krachtig en afdoend de goddeloosheden afwenden van Jakob.