Exodus 9:8-12
Merk hier op betreffende de plaag van de zweren:
1. Dat God, toen de sterfte onder hun vee geen uitwerking op hen had, een plaag zond, die hun eigen lichaam aangreep en hen zwaar deed lijden. Als de kleinere oordelen hun werk niet doen, dan zal God grotere zenden. Laat ons dus ons verootmoedigen onder de machtige hand van God, en uitgaan om Hem te ontmoeten op de weg van Zijn oordelen, opdat Zijn toorn van ons worde afgewend.
2. Het sein, waarmee de plaag opgeroepen werd, was het strooien van warme as uit de oven naar de hemel, vers 8-10, hetgeen de verhitting van de lucht aanduidde met zodanige besmetting, dat er in het lichaam van de Egyptenaren erge zweren door teweeggebracht werden, die even schadelijk als pijnlijk waren. Terstond na het strooien van de as kwam er een hete, verschroeiende dauw neer uit de lucht, die blaren trok op het lichaam, waar hij op viel. Soms toont God aan de mensen hun zonde in hun straf. Zij hadden Israël verdrukt in de steenovens, en nu wordt de as van de ovens een even grote verschrikking voor hen gemaakt, als ooit de aandrijvers een verschrikking voor de Israëlieten geweest zijn.
3. De plaag zelf was zeer zwaar: een gewone uitslag zou dit reeds zijn, inzonderheid voor hen, die een teer gestel hebben, maar deze uitslag was ontsteking, zoals die van Job. Later werd die ziekte "zweren van Egypte" genoemd, Deuteronomium 28:27, alsof het een nieuwe kwaal was, waarvan nooit tevoren gehoord was, en die daarna altijd onder die naam bekend is gebleven. Wonden, of zweren, op het lichaam moeten beschouwd worden als een straf op de zonde, en er moet naar geluisterd worden als naar een roepstem tot bekering.
4. De tovenaars zelf waren met deze zweren bezocht, vers 11.
A. Aldus werden zij gestraft beide:
a. Voor hun medewerken om Farao's hart te verharden zoals Elymas gestraft werd voor het verkeren van de rechte wegen van de Heer. God zal streng afrekenen met hen, die de handen sterken van de goddelozen in hun goddeloosheid. En
b. Ook voor hun voorgeven dat zij de vorige plagen konden nadoen en ze voor zich en Farao tot een spel maakten. Zij, die luizen wilden voortbrengen, zullen, zeer tegen hun zin en wil, zweren voortbrengen. Met Gods oordelen is het slecht spelen, gevaarlijker dan het spelen met vuur. Drijft de spot niet, opdat uw banden niet vaster gemaakt worden.
B. Aldus worden zij beschaamd voor het aangezicht van hun bewonderaars. Hoe zwak waren hun bezweringen, daar zij niet eens zichzelf konden beveiligen! De duivel kan hen niet beschermen, die in verbond met hem zijn!
C. Aldus werden zij verdreven van het veld. Tevoren was hun macht reeds onder bedwang Hoofdstuk 8:18, maar zij bleven Mozes het hoofd bieden en stijfden Farao in zijn ongeloof, totdat zij nu eindelijk tot terugtrekken zijn genoodzaakt, en niet bestaan kunnen voor Mozes, waarop de apostel zinspeelt, 2 Timotheus 3:9, als hij zegt dat hun uitzinnigheid allen openbaar zal worden. 5. Farao bleef hardnekkig, want nu heeft de Heer zijn hart verstokt, vers 12. Tevoren had hij zijn hart verhard en de genade Gods weerstaan, en nu geeft God hem rechtvaardiglijk over aan de begeerlijkheden van zijn hart, aan een verkeerde zin en een kracht van de dwaling, aan Satan toelatende hem te verblinden en te verharden, en van nu voortaan alles schikkende om hem hoe langer hoe hardnekkiger te maken. Moedwillige hardheid wordt in het algemeen gestraft met gerechtelijke verharding. Als de mensen hun ogen sluiten tegen het licht, dan is het rechtvaardig in God dat Hij hun ogen toesluit. Laat ons dit vrezen als het zwaarste oordeel, waaronder de mens, aan deze zijde van de hel, komen kan.