Exodus 39:32-43
Merk hier op:
I. Dat de bouwers van de tabernakel met bekwame spoed hebben gewerkt. Er waren niet veel meer dan vijf maanden van het begin van het werk tot de voleindiging er van. Hoewel er zeer veel fraai en fijn werk bij was, dat gewoonlijk veel tijd vordert, borduren en graveren niet slechts in goud, maar ook in edelgesteenten, hebben zij er toch weinig tijd in doorgebracht. Kerkenwerk gaat gewoonlijk langzaam, maar zij zijn er spoedig mee gereed gekomen, en toch hebben zij het met de grootst-mogelijke nauwkeurigheid gedaan. Want:
1. Er werden vele handen voor gebruikt, en alle werklieden waren eensgezind en hebben niet met elkaar getwist. Dit bespoedigde het werk en maakte het gemakkelijk.
2. De werklieden waren door God onderwezen, en zo bleven zij bewaard voor vergissingen, die vertraging zouden hebben teweeggebracht.
3. Het volk was hartelijk en ijverig voor het werk, en verlangde met ongeduld het voltooid te zien. God had hun hart bereid, en zo geschiedde de zaak spoedig, zie 2 Kronieken 29:36. Volharding en vlijt met blijmoedigheid van geest zullen door de genade Gods in zeer weinig tijds veel goed werk tot stand brengen, in minder tijd zelfs dan men zou denken.
II. Dat zij stipt hun orders opvolgden, en er niet in het minst of geringst van zijn afgeweken. Zij hadden het gemaakt naar alles, wat de Heer Mozes geboden had, vers 32, 42. Gods werk moet in alles gedaan worden naar Zijn wil. Zijn instellingen hebben verzinselen van mensen niet nodig, noch laten ze toe om ze hetzij te verfraaien of meer aan haar doel te doen beantwoorden. Gij zult tot dit woord, dat ik u gebied, niet toedoen. God heeft een welbehagen in een gewillige, maar niet in een eigenwillige aanbidding.
III. Dat zij al hun werk tot Mozes brachten, en het aan zijn onderzoek en beoordeling onderwierpen, vers 38. Hij wist wat hij hun bevolen had te maken, en nu werden de bijzonderheden er van genoemd en nagegaan, opdat Mozes zou zien dat zij alles hadden gemaakt niets hadden uitgelaten, en alles gemaakt hadden naar de instructies die hun gegeven waren, en opdat zo er in iets een vergissing begaan mocht zijn die terstond hersteld zou kunnen worden. Aldus betoonden zij eerbied aan Mozes die over hen gesteld was in de Heer, de tegenwerping niet makende, dat Mozes geen verstand had van zulk werk en er dus geen reden was om het aan zijn oordeel te onderwerpen. Neen, die God, die hun zoveel kennis en bekwaamheid had gegeven, om het werk te doen, gaf hun ook zoveel nederigheid in het hart, om bereid te zijn het te laten nazien, en te vergelijken met het model. Mozes was overheidspersoon, en zij wilden eerbied betonen voor zijn plaats en ambt, de geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen. En behalve dat: hoewel zij beter dan Mozes het werk wisten te doen, had Mozes toch een beter en nauwkeuriger denkbeeld van het model, dan zij er van hadden, en daarom konden zij met hun werk niet tevreden zijn, tenzij hij er zijn goedkeuring van te kennen gaf. Aldus moeten wij in al de plichten van de godsdienst er naar streven om de Heer welbehaaglijk te zijn.
IV. Dat Mozes na ingesteld onderzoek bevonden heeft, dat alles naar regel en voorschrift gedaan was, vers 43. Beide tot hun en zijn eigen voldoening heeft Mozes geheel het werk nagezien, stuk voor stuk, en zie, zij hadden het gedaan naar het voorbeeld, dat hem op de berg getoond was, want hetzelfde wezen, dat hem het voorbeeld had getoond, had hun hand bestuurd bij het werk. Al de kopieën van Gods genade komen nauwkeurig overeen met het origineel van Zijn raadsbesluiten, wat God in ons en door ons werkt, is de vervulling van het welbehagen van Zijn goedheid, en als de verborgenheid Gods vervuld zal wezen, en al hetgeen Hij gewrocht heeft vergeleken zal worden bij Zijn voornemens en bedoelingen, dan zal het blijken dat: Zie, alles gedaan is naar de raad van Zijn wil, waarvan geen tittel of jota ter aarde zal vallen, geen tittel of jota zal er van afgeweken zijn.
V. Dat Mozes hen zegende.
1. Hij prees hen en gaf hun zijn goedkeuring te kennen van alles wat zij gedaan hadden. Hij heeft geen fouten gevonden waar geen fouten waren, zoals sommigen doen, die denken dat zij aan hun eigen oordeel tekort doen, indien zij ook op het beste werk niets weten aan te merken. In al dat werk zou er waarschijnlijk hier en daar een verkeerde steek gevonden zijn, een lijn die niet geheel recht of niet genoeg gebogen was, hetgeen aan een al te streng of kieskeurig criticus iets te berispen gegeven zou hebben, maar Mozes was te edel van gemoed om kleine fouten te willen zien, waar geen grote aanwezig zijn. Alle regeerders moeten tot prijs zijn dergenen die goed doen, zowel als tot verschrikking der kwaaddoeners. Waarom zou iemand er zich op beroemen, dat hij moeilijk te voldoen is?
2. Hij heeft hen niet alleen geprezen, maar ook voor hen gebeden. Hij zegende hen als gezaghebbende, want hetgeen minder is wordt gezegend van hetgeen meerder is. Wij lezen van geen loon, dat Mozes hun betaalde voor hun werk, maar deze zegen gaf hij hun. Want gewoonlijk is de arbeider wel zijn loon waardig maar in dit geval:
1. Arbeidden zij voor zichzelf. De eer en de vertroosting, de lieflijkheid van Gods tabernakel onder hen te hebben, zal beloning genoeg zijn. Indien gij wijs zijt, gij zijt wijs voor uzelf.
2. Van de hemel ontvingen zij hun spijs om niet, voor henzelf en voor hun gezin, en hun kleren verouderden niet aan hen zodat zij geen loon nodig hadden, noch reden hadden het te verwachten. Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet. Onze verplichting om God te dienen, zowel uit gehoorzaamheid aan Hem als in ons eigen belang, moet volstaan om ons op te wekken tot ons werk, al zouden wij ook geen vooruitzicht hebben op loon. Maar:
3. Deze zegen in de naam van de Heer was loon genoeg voor al hun werk. Zij, die door God worden gebruikt, zullen door God gezegend worden, en die Hij zegent, zijn in waarheid gezegend. De zegen, dien Hij gebiedt, is leven tot in eeuwigheid.