Exodus 35:30-35
Hier is de Goddelijke aanstelling van de voornaamste werkmeesters, opdat er geen twist zij om het ambt, en opdat allen, die in het werk gebruikt werden, er leiding in zullen ontvangen van, en er rekenschap van zullen geven aan, deze algemene opzieners, want God is een God van orde, en niet van verwarring.
Merk op:
1. Hen, die God met name geroepen heeft tot deze dienst, heeft Hij vervuld met de Geest Gods, vers 30, 31, om hen er bekwaam voor te maken. Bekwaamheid in wereldlijke werkzaamheden is "Gods gave, en komt van boven," Jakobus 1:17. Van Hem is het vermogen en het kunnen gebruiken er van. Aan Zijn eer en heerlijkheid moet alle kennis worden gewijd en wij moeten er ons op toeleggen om Hem er mee te dienen. Het werk was buitengewoon, waarvoor Bezaleël bestemd was, en daarom werd hij er op buitengewone wijze voor bekwaam gemaakt, en zo werden de apostelen toen zij aangesteld werden als bouwmeesters om de Evangelietabernakel op te richten vervuld met de Geest Gods in wijsheid en verstand.
2. Zij werden aangesteld, niet slechts om te bedenken, maar om te werken, vers 32, in alle werk, vers 35. Zij, die grote gaven hebben en bekwaam zijn om anderen te leiden en te onderrichten, moeten niet denken dat dit luiheid of ledigheid bij hen zal verontschuldigen. Velen zijn vernuftig genoeg in het bedenken van werk voor anderen, en weten te zeggen wat deze man en die man doen moet, maar de lasten, die zij anderen opleggen, willen zij zelf met hun vinger niet verroeren. Deze zullen gerekend worden tot de luie dienstknechten.
3. Zij moesten niet slechts zelf werken en denken, maar ook anderen onderwijzen, vers 34. Bezaleël had niet slechts macht om te bevelen, hij moet zich moeite geven om te onderwijzen. Zij, die regeren en besturen, moeten ook onderwijzen, en zij, aan wie God kennis heeft gegeven moeten bereid en gewillig zijn om haar mee te delen tot nut van anderen, niet begerende er het monopolie van te hebben.