Exodus 30:17-21
Hier worden orders gegeven:
1. Voor het maken van een wasvat van koper, een groot vat, dat een goede hoeveelheid water kon bevatten, en bij de deur van de tabernakel geplaatst moest worden, vers 18. Men veronderstelt dat de koperen voet zo gemaakt was dat hij het water kon opvangen, dat er uit het wasvat ingelaten werd door pijpen of kranen. Toen hadden zij alleen voor de priesters een wasvat om er zich bij te wassen, maar nu is er voor ons een fontein geopend voor Juda en Jeruzalem om er zich in te wassen, Zacheria 13:1, een onuitputtelijke "bron van levend water," zodat het onze eigen schuld is als wij onrein blijven.
2. Voor het gebruik van dit wasvat. Aaron en zijn zonen moeten aan dit wasvat hun handen en voeten wassen, telkens als zij binnen gingen om de dienst te verrichten, iedere morgen tenminste, vers 19-21. Daartoe werd elke dag fris water in het wasvat gedaan. Al hebben zij zich in hun eigen huizen ook nog zo schoon gewassen, toch was dit niet voldoende, zij moeten zich wassen bij het wasvat, omdat dit ter wassing verordineerd was, 2 Koningen 5:12-14. Dit had ten doel:
a. Om hun reinheid te leren in hun dienstverrichtingen, hen te vervullen van eerbied voor Gods heiligheid en van vrees voor de besmetting van de zonde. Zij moesten niet slechts gewassen en rein gemaakt worden toen zij tot de dienst geordend werden, zij moesten zich wassen en rein blijven, rein gehouden worden telkens als zij ingingen om te dienen. "Hij alleen zal staan in Gods plaats der heiligheid, die rein van handen en zuiver van hart is." Psalm 24:3, 4.
b. Het is om ons te leren bij ons dagelijks dienen van God dagelijks ons berouwen van de zonde te vernieuwen, en ons gelovig toepassen van Christus bloed op onze zielen tot vergeving van onze zonden, want wij struikelen allen in veel dingen en verontreinigen ons, Johannes 13:8-10, Jakobus 3:2. Dit is de voorbereiding, die wie moeten maken voor plechtige inzettingen. "Reinigt de handen en zuivert de harten, en naakt dan tot God", Jakobus 4:8. Het is een toespeling op deze wet, als David zegt Psalm 26:6. "Ik was mijn handen in onschuld, en ik ga rondom Uw altaar, o Heere!"