Exodus 20:18-21
Merk op:
I. De buitengewone verschrikking, waarmee de wet gegeven was, nooit was iets met zo ontzaglijke pracht en plechtigheid gesproken, op ieder woord werd nadruk gelegd, de volzinnen gepauzeerd, en die tussenpozen gingen vergezeld van donderen en bliksemen, veel luider en veel schitterender ongetwijfeld dan gewoonlijk. En waarom is de wet op die vreselijke wijze, met zo aangrijpende, ontzaglijke plechtigheid gegeven?
1. Het was bedoeld om eens voor altijd een door de zinnen waarneembare openbaring te geven van de heerlijke majesteit Gods ter ondersteuning van ons geloof hieromtrent, opdat wij, wetende de schrik des Heeren, bewogen zullen worden om in Zijn vreze te leven.
2. Het was een proeve, of voorbeeld, van de verschrikkingen bij het algemene oordeel wanneer de zondaren ter verantwoording geroepen zullen worden wegens hun overtreden van deze wet. De bazuin van de aartsengel zal dan een alarm blazen, om de komst des Rechters aan te kondigen, en een vuur zal voor Zijn aangezicht verteren.
3. Het was een aanduiding van de verschrikking, teweeggebracht door de overtuiging van zonde, welke de wet geeft in de consciëntie, ten einde de ziel te bereiden voor de vertroostingen des Evangelies. Aldus werd de wet door Mozes gegeven op zo'n wijze, dat de mensen er door verschrikt en verootmoedigd werden, opdat de genade en de waarheid, welke door Jezus Christus zijn geworden, des te meer welkom zouden zijn. De apostel beschrijft uitvoerig dit voorbeeld van de verschrikking van die bedeling om er onze voorrechten als Christenen des te helderder door te doen uitkomen in het licht, de vrijheid en de blijdschap van de Nienwtestamentische bedeling, Hebreeën 12:18 en verv.
ll. De indruk, die voor het ogenblik op het volk er door teweeggebracht werd, hun hart zou ook we! heel stomp en verstijfd geweest moeten zijn, indien zij er niet door aangedaan waren.
1. Zij weken af en stonden van verre, vers 18. Eer God begon te spreken, drongen zij vooruit om te zien, Hoofdstuk 19:21, maar nu waren zij voor goed genezen van deze vermetelheid en hadden zij geleerd op hun plaats te blijven.
2. Zij baden dat het woord tot hen niet meer zou gedaan worden, Hebreeën 12:19, maar verzochten dat God tot hen zou spreken door Mozes, vers 19. Hiermede verplichtten zij zich om te berusten in het middelaarschap van Mozes, zij zelf benoemden hem als een geschikt persoon om te handelen tussen hen en God, en beloofden naar hem als Gods boodschapper te horen. Hiermede leren zij ook ons te berusten in, en in te stemmen met, de methode, die de oneindige Wijsheid volgt van tot ons te spreken door mensen als wij zelf zijn, wier verschrikking ons niet zal beroeren, en wier hand over ons niet zwaar zal zijn. Eenmaal heeft God het beproefd om onmiddellijk tot de kinderen van de mensen te spreken, maar het bleek dat zij het niet konden dragen, zij werden daardoor veeleer van God weggedreven, dan dat zij er door tot Hem gebracht werden, en zoals in de uitkomst gebleken is, heeft het hen wel verschrikt, maar toch niet teruggehouden van afgoderij, want spoedig daarna hebben zij het gouden kalf aangebeden. Laat ons dus tevreden zijn met de onderrichtingen, ons gegeven door de Schrift en de bediening des Evangelies, want indien wij deze niet geloven, zouden wij ook niet bewogen worden, al zou God in donderen en bliksemen tot ons spreken, zoals Hij op de berg Sinaï gedaan heeft, hier werd deze zaak dus beslist.
III. De bemoediging, die Mozes hun gaf door hun Gods bedoeling te verklaren in deze verschrikking, vers 20. Vreest niet, dat is: "Denkt niet dat de donderen en bliksemen bestemd of bedoeld zijn u te verderven," want dat was het, dat zij vreesden, vers 19, opdat wij niet sterven. Donderen en bliksemen waren een van de plagen over Egypte, maar Mozes wilde dat zij niet zouden denken, dat deze donderen en bliksemen op dezelfde boodschap tot hen waren uitgezonden, als tot de Egyptenaren, neen, zij waren gezonden:
1. Om hen te beproeven, te zien hoe het hun zou aanstaan om met God zelf te handelen zonder een middelaar, en hen aldus te doen zien, hoe bewonderenswaardig Gods keuze voor hen was, door Mozes in dat ambt te stellen. Sedert Adam op het horen van Gods stem in de hof gevlucht is, heeft de zondige mens het niet kunnen verdragen om, hetzij tot God te spreken, of onmiddellijk van Hem te horen.
2. Om hen bij hun plicht te houden, en hun zondigen tegen God te voorkomen. Hij bemoedigt hen, zeggende: Vreest niet, maar zegt hun toch, dat God aldus tot hen sprak opdat Zijn vreze voor hun aangezicht zou zijn. Wij moeten niet vrezen met schrik, of ontzetting-met de vrees, die pijn heeft, die slechts voor het ogenblik op de verbeelding werkt en ons doet beven, dienstbaarheid teweegbrengt, ons verraadt aan Satan en vervreemdt van God, maar wij moeten altijd eerbied in ons hart hebben voor Gods majesteit, vreze voor Zijn ongenoegen, en gehoorzaam achtgeven op Zijn soeverein gezag over ons. Die vreze zal ons opwekken en aansporen tot onze plicht, ons zorgzaam en voorzichtig maken in onze wandel, en aldus "beroerd te zijn en niet te zondigen," Psalm 4:4.
IV. De voortgang van hun gemeenschapsoefening met God door het middelaarschap van Mozes, vers 21. Terwijl het volk van verre bleef staan, bewust van schuld, en bevreesd voor Gods toorn, naderde Mozes tot de donkerheid, hij werd gedrongen om te naderen, zoals de eigenlijke betekenis is van het woord. Uit zichzelf durfde Mozes niet naar de dikke duisternis gaan, indien God hem niet geroepen en aangemoedigd had, en, gelijk sommigen van de rabbijnen onderstellen, een engel gezonden had om hem bij de hand te nemen en hem er heen te voeren. Aldus is van de grote Middelaar gezegd: "Ik zal hem doen naderen," Jeremia 30:21, en door Hem is het, dat ook wij toegang hebben, Efeziers 3:12.