1 Kronieken 18:1-8
"Na dezen", zegt vers 1, heeft David deze grote krijgsbedrijven verricht. Na de lieflijke gemeenschap, die hij geoefend heeft met God en waarvan wij in het vorige hoofdstuk gelezen hebben, ging hij voort met zijn werk met buitengewone kracht en moed, "overwinnende en opdat hij overwonne".
Aldus heeft Jakob na zijn visioen zijn voeten opgeheven, Genesis 29:1.
Over deze overwinningen hebben wij tevoren gesproken, nu zullen wij slechts opmerken:
1. Zij, die lang vijanden zijn geweest van het Israël Gods, zullen ten laatste nedergeworpen worden. De Filistijnen hadden gedurende eeuwen Israël gekweld, maar nu "heeft David hen ten ondergebracht", vers 1.
Alle Hem tegenstaande "heerschappij, kracht en macht" zullen aan het einde des tijds door de Zone Davids teniet gedaan worden, en de onverzoenlijkste vijanden zullen voor Hem vallen.
2. Zodanig is de wisselvalligheid, het ongestadige van deze wereld, dat mensen dikwijls hun rijkdom en macht verliezen, als zij denken haar te zullen bevestigen. Hadar-ezer werd geslagen, "toen hij heentoog om zijn hand te stellen", vers 3, dat is (naar de Engelse overzetting) toen hij heentoog om zijn heerschappij te vestigen.
3. Een paard is ijdel of leugenachtig tot behoudenis, zei David, Psalm 33:17, en hij schijnt te geloven wat hij gezegd heeft, want hij "ontzenuwde al de wagenpaarden", vers 4. Vast besloten zijnde er niet op te vertrouwen, Psalm 20:8, wilde hij ze niet gebruiken.
4. De vijanden van Gods kerk worden dikwijls ten verderve gebracht door elkaar te helpen, vers 5. De Syriërs van Damascus werden geslagen toen zij Hadar-ezer te hulp kwamen.
Hand aan hand zullen de bozen niet slechts niet onschuldig zijn, dat is niet ongestraft blijven, maar er door vergaderd worden "als garven tot de dorsvloer", Micha 4:11,12.
5. "Het vermogen des zondaars" blijkt soms "weggelegd voor de rechtvaardige". De Syriërs brachten geschenken, vers 6.
Hun gouden schilden en hun koper werden naar Jeruzalem gebracht, vers 7, 8.
Gelijk de tabernakel gebouwd werd van de roof van de Egyptenaren, zo werd de tempel gebouwd van de roof van andere heidense volken. Een gelukkig voorteken van het deel, dat de heidenen zullen hebben in de Evangeliekerk.