1 Koningen 21:5-16
Niets dan onheil is te verwachten, als Izebel in het verhaal optreedt, Izebel de vervloekte, 2 Koningen 9:34.
I. Onder voorwendsel van haar bedroefde echtgenoot te vertroosten, voedt zij zijn hoogmoed en hartstocht, en blaast het vuur aan van zijn bederf. Het voegde haar kennis te nemen van zijn verdriet en naar de oorzaak er van te vragen, vers 5. Diegenen hebben de plichten en de genegenheid van de huwelijksbetrekking vergeten, die niet in elkaars verdrietelijkheden delen. Hij zegt haar wat hem deert, vers 6, maar verzwijgt Naboths reden voor zijn weigering, die weigering voorstellende als kwaadwilligheid, terwijl zij toch slechts voortkwam uit nauwgezetheid van geweten ik zal hem u niet geven, terwijl hij gezegd had: ik mag hem u niet geven. Hoe! zegt Izebel, vers 7, regeert gij over Israël! Sta op en eet brood. Zij doet goed met hem op te wekken om zijn droefgeestigheid van zich af te schudden, niet neer te zinken onder zijn last, gerust en goedsmoeds te zijn, wat het ook was dat hem griefde, het tobben er over zal het niet wegnemen, terwijl opgeruimdheid hem verlichting kon aanbrengen. De reden, die zij er voor aanvoert is: Zoudt gij nu het koninkrijk over Israël regeren? Hieraan kan een goede betekenis worden gegeven: "Past het zo'n groot vorst als gij zijt, om terneergeslagen te zijn wegens zo'n nietige zaak? Gij maakt uzelf te schande en onteert uw kroon, het is beneden u om van zo'n nietige zaak zoveel notitie te nemen. Zijt gij geschikt om Israël te regeren, die niet beter over uw eigen hartstochten heersen kunt? Of hebt gij zo'n rijk land als koning tot uw beschikking, en kunt gij niet buiten die wijngaard?" Wij moeten leren rustig te zijn onder tegenspoed of teleurstelling door de gedachte aan de zegeningen en voorrechten, die wij genieten, inzonderheid onze hoop op het koninkrijk. Maar zij bedoelde het in een slechte zin: "Regeert gij over Israël, en zal iemand uit uw onderdanen u iets weigeren waar gij lust in hebt? Zijt gij een koning? Het is beneden u te kopen en te betalen, en nog veel meer om te verzoeken en te bidden, maak gebruik van uw kroonrecht, en neem met geweld, wat gij niet goedschiks kunt krijgen, wreek de belediging in plaats van er over te treuren. Indien gij de waardigheid van een koning niet weet op te houden, zo laat het maar aan mij over, sta mij slechts toe gebruik te maken van uw naam, en ik zal u spoedig de wijngaard van Naboth geven, terecht of ten onrechte zal hij weldra in uw bezit zijn, zonder dat hij u iets zal kosten." Ongelukkig zijn die vorsten, en zeer snel worden zij ten verderve voortgezweept, die personen in hun omgeving hebben welke hen aanzetten tot daden van tirannie, en hen leren misbruik te maken van hun macht.
II. Om hem voldoening te verschaffen, beraamt en bewerkt zij de dood van Naboth, door niets minder dan zijn bloed kan de belediging worden uitgewist, die hij Achab had aangedaan, en zij dorst te meer naar zijn bloed vanwege zijn trouw aan de wet van de God van Israël. Indien zij het alleen op zijn land gemunt had, haar valse getuigen zouden het hem hebben kunnen doen verliezen door een valse akte van verkoop, (want zij kon met zo'n zwakke eis niet zijn opgetreden, of de oudsten van Jizreël zouden hem geldig verklaard hebben), maar "een overspeelster jaagt de kostelijke ziel," Spreuken 6:26. Wraak is zoet, Naboth moet sterven, sterven als een boosdoener, om haar te bevredigen.
1. Nooit werden door een vorst goddelozer orders gegeven dan die, welke Izebel aan de magistraten van Jizreël zond, vers 8, 9, 10. Zij leent het geheimzegel, maar de koning zal niet weten wat zij er mee gaat doen, het is mogelijk, dat dit niet de eerste keer was, dat hij het haar geleend heeft, maar dat zij er ook de volmachten mee getekend had voor de terdoodbrenging van de profeten. Zij gebruikt de naam van de koning, wetende dat de zaak hem genoegen zal doen als zij geschied is, maar zij was toch bevreesd dat hij gewetensbezwaar zou hebben tegen de wijze waarop zij geschieden moest. Kortom, zij beveelt hun op hun trouw Naboth ter dood te brengen, zonder er hun een reden voor op te geven. Indien zij getuigen had gezonden om een beschuldiging tegen hem in te brengen, de rechters zouden misleid zijn kunnen worden, en hun vonnis zou veeleer hun ongeluk dan hun misdaad zijn geweest, maar hen te noodzaken zelf de valse getuigen, zonen Belials, te vinden, zelf hen om te kopen en dan vonnis te vellen op het getuigenis, dat zij wisten vals te zijn was zo'n onbeschaamd trotseren van alles wat rechtvaardig en heilig is, als waarvan-naar wij hopen-in geen enkele geschiedenis de gelijkenis gevonden zal worden. Zij moet de oudsten van Jizreël beschouwd hebben als mannen, die alle gevoel voor eerlijkheid en deugd verloren hadden, als zij verwachtte dat die orders opgevolgd zullen worden. Maar zij geeft hun het middel aan de hand om het te doen, daar zij zowel de listigheid van de slang als haar gif in zich had.
A. Het moet gedaan worden onder een schijn van Godsdienst. "Roept een vasten uit, geeft aan uw stad te kennen dat gij vreest, dat een zwaar oordeel over u zal komen, dat gij moet trachten af te wenden, niet alleen door gebed maar door de ban te ontdekken en van uit uw midden weg te doen. Zegt dat gij vreest dat er een grote misdadiger onder u is, die niet bekend is, om wiens wil God vertoornd is op uw stad. Gebiedt het volk om, indien zij zo iemand kennen, hem bij deze plechtige gelegenheid aan te geven, zo hun de welvaart van de stad ter harte gaat, en dan eindelijk Naboth als de verdachte persoon aan te wijzen, waarschijnlijk omdat hij zich niet met zijn naburen verenigt in hun aanbidding. Dat kan dan tot voorwendsel dienen om hem op de hoogste plaats van het volk te zetten, hem voor de rechtbank te brengen. Laat dan uitgeroepen worden dat, zo iemand de rechters inlichting kan geven tegen de gevangene, en bewijzen kan dat hij de Achan is, hij gehoord zal worden, en laat dan de getuigen verschijnen om tegen hem te getuigen." Er is geen slechtheid zo laag, zo afschuwelijk, of men heeft soms de Godsdienst als dekmantel er voor gebruikt. Wij moeten volstrekt niet te erger denken van vasten en bidden, omdat dit soms zo ergerlijk misbruikt werd, maar wel zoveel te erger van de boze bedoelingen, die er soms onder verscholen waren.
B. Het moet ook onder een schijn van gerechtigheid gedaan worden, en met de formaliteiten van een wettelijk proces. Indien zij tot hen gezonden had om sommigen van hun bandieten te huren, roekeloze booswichten om hem te vermoorden, hem `s avonds, als hij op straat kwam, te doorsteken, het zou al erg genoeg zijn geweest, maar het te doen met de vormen van wet en recht, de macht te gebruiken om onschuldigen te vermoorden, die hun bescherming moest zijn, dat was een ontzettende beroving van het gericht en van de gerechtigheid, en toch wordt ons nog gezegd, dat wij er ons niet over moeten verwonderen, Prediker 5:7. De misdaad, die zij hem ten laste moeten leggen, is dat hij God en de koning gelasterd heeft, vers 10, een samengestelde lastering. Zij kon toch gewis geen betekenis van lastering vinden in het antwoord dat hij aan Achab had gegeven, alsof hem zijn wijngaard te weigeren gelijk stond met de koning te lasteren, en Gods wet als reden op te geven voor zijn weigering een lasteren was van God. Neen, zij brengt in het geheel geen grond bij voor de beschuldiging, al was er ook geen schijn van waarheid in. De getuigen moeten er een eed op doen, aan Naboth moet niet vergund worden iets tot zijn verdediging te zeggen, of de getuigen een kruisverhoor te doen ondergaan, onmiddellijk moet hij, onder voorwendsel van de algemene verfoeiing van de misdaad, buiten de stad gevoerd en gestenigd worden. Zijn lasteren van God zou hem zijn leven hebben doen verbeuren, maar niet zijn bezitting, daarom moet hem ook hoogverraad ten laste gelegd worden in de koning te lasteren, waarvoor zijn bezitting verbeurd werd verklaard, zodat Achab nu zijn wijngaard kon hebben. Nooit zijn goddeloze orders meer goddeloos ten uitvoer gebracht, dan deze door de magistraten van Jizreël. Zij hebben de orders niet eens betwist, noch er bezwaren tegen aangevoerd, hoewel zij zo blijkbaar onrechtvaardig waren, maar ze in alle opzichten stipt uitgevoerd, hetzij omdat zij de wreedheid van Izebel vreesden, of omdat zij Naboths Godsvrucht haatten, of misschien wel om beide. Zij deden gelijk als geschreven was in de brieven, vers 11, 12, hebben geen bezwaar gemaakt om het te doen, en ontmoetten ook geen zwarigheid bij de uitvoering, met grote bekwaamheid hebben zij het schelmstuk volbracht. Zij stenigden hem met stenen, dat hij stierf, vers 13, en naar het schijnt, zijn zonen met hem, of na hem, want toen God kwam om de bloeddorstigen te zoeken, bevinden wij dit artikel opgegeven in de rekening: Ik heb gezien het bloed van Naboth en het bloed van zijn zonen, 2 Koningen 9:26. Misschien werden zij heimelijk vermoord, opdat zij huns vaders bezitting niet zouden opeisen of een klacht zouden indienen over het oprecht dat hem was aangedaan. Laat deze treurige geschiedenis ons een aanleiding wezen:
a. Om verbaasd te staan over de goddeloosheid van de goddelozen en de macht van Satan in de kinderen van de ongehoorzaamheid. Met welk een heilige verontwaardiging kunnen wij vervuld zijn, om "goddeloosheid te zien op de plaats van het gericht," Prediker 3:16.
b. Om te treuren over het harde lot van de onschuldig verdrukten, en "onze tranen te mengen met de tranen van de verdrukten en dergenen, die geen trooster hebben, terwijl aan de zijde van hun verdrukkers macht is," Prediker 4:1.
c. Ons leven en onze vertroostingen ter bewaring over te geven aan God, want de onschuld zelf zal niet altijd onze veiligheid zijn.
d. Ons te verblijden in het geloof aan een toekomend oordeel, wanneer onrechtvaardige oordelen, zoals dit, herzien zullen worden. Thans zien wij dat "er rechtvaardigen zijn, wie het wedervaart naar het werk van de goddelozen," Prediker 8:14, maar in die grote dag zal alles in orde worden gebracht.
III. Naboth uit de weg geruimd zijnde, gaat Achab bezit nemen van zijn wijngaard.
1. Geheel onverschillig en onbekommerd zenden de oudsten van Jizreël bericht aan Izebel, als een aangename tijding voor haar, Naboth is gestenigd en is dood, vers 14. Laat ons hier opmerken dat even onderdanig en gehoorzaam als de oudsten van Jizreël waren aan de orders van Izebel, die zij van Samaria zond om Naboth te vermoorden, de oudsten van Samaria later waren aan de orders van Jehu, die hij van Jizreël zond, om de zeventig zonen van Achab te vermoorden, behalve dat deze moord niet langs wettelijke weg plaats had, 2 Koningen 10:6, 7 Deze tirannen, die door hun goddeloze orders het geweten van hun ondergeschikte magistraten verderven, zullen misschien ten slotte bevinden dat het lot zich tegen henzelf keert, en dat zij, die niet aarzelen om een wrede daad voor hen te plegen, even bereid zullen zijn om een wrede daad tegen hen te plegen.
2. Izebel, geheel verheugd dat haar plan zo goed geslaagd is, brengt aan Achab bericht dat Naboth niet leeft maar dood is, zo sta dan op, en bezit erfelijk zijn wijngaard, vers 15. Hij zou er door een van zijn beambten bezit van hebben kunnen nemen, maar hij is zo ingenomen met deze vermeerdering van zijn bezitting, dat hijzelf naar Jizreël reist om bezit er van te nemen, en hij schijnt er zelfs in staatsie heengegaan te zijn, alsof hij een grote overwinning had behaald, want Jehu gedenkt lang daarna dat hij en Bidkar hem toen vergezeld hebben, 2 Koningen 9:25. Indien Naboths zonen allen ter dood gebracht waren, achtte Achab zich gerechtigd tot de bezitting, ob defectum sanguinis (zoals onze wet het uitdrukt). Indien niet, dan eiste hij haar evenwel op ob delictum criminis, daar Naboth als misdadiger is gestorven. Of indien hij door geen van beide er een goed recht op had, dan zal Izebels absolute macht het hem geven, en wie durft zich daartegen verzetten? Macht gaat dikwijls boven recht, en wonderbaar is de lankmoedigheid Gods, die het toelaat. God is gewis te rein van ogen dan dat Hij de ongerechtigheid zou zien, en toch zwijgt Hij voor een poos, "als de goddeloze die verslindt, die rechtvaardiger is dan hij," Habakuk 1:13.