1 Koningen 7:1-12
Nooit heeft iemand zo de zin gehad voor bouwen als Salomo, en nooit heeft iemand doelmatiger gebouwd. Hij begon met de tempel, die eerst voor God gebouwd werd, en toen werd al zijn ander bouwen hem troostrijk en lieflijk. Het hechtste fundament voor een duurzame voorspoed is zulk een, dat gelegd wordt in vroege Godsvrucht, Mattheus 6:33.
1. Hij bouwde een huis voor zichzelf, vers 1, waar hij woonde, vers 8. Zijn vader had een goed huis gebouwd, maar het was geen blaam op zijn vader, dat hij een beter bouwde in verhouding tot de staat en het vermogen, waarmee God hem gezegend had, veel van het lieflijke en aangename van dit leven staat in verband met een goed, aangenaam huis. Dertien jaren heeft hij aan dit huis gebouwd, terwijl hij de tempel in weinig meer dan zeven jaren gebouwd heeft. Het was niet dat hij nauwkeuriger, maar wel dat hij minder vurig en ijverig was in het bouwen van zijn huis, dan in het bouwen van Gods huis. Voor zijn eigen paleis had hij niet zoveel haast, maar hij was ongeduldig om de tempel gebouwd en gereed te zien voor het gebruik. Zo behoren wij Gods eer te stellen boven ons gemak en genoegen.
2. Hij bouwde het huis van het woud des Libanons, vers 2, ondersteld een landhuis te zijn nabij Jeruzalem, en aldus genoemd wegens deszelfs aangename ligging en de bomen, die het omgaven. Ik denk veeleer dat het huis gebouwd was in het woud van de Libanon zelf, waar Salomo gemakkelijk dikwijls kon heengaan hoewel het op een grote afstand was van Jeruzalem, daar hij veel wagens en paarden had, verspreid in wagensteden, die waarschijnlijk zijn pleisterplaatsen waren. Het blijkt niet dat zijn troon, vermeld in vers 7, in het huis des wouds van de Libanon was, en het was niet onvoegzaam, dat hij daar zijn schilden bewaarde als in een magazijn. Er wordt uitdrukkelijk nota genomen van zijn gebouwen, niet alleen in Jeruzalem, maar in de Libanon, Hoofdstuk 9:19, en wij lezen van de toren van Libanon die tegen Damascus ziet, en waarschijnlijk deel uitmaakte van dat huis. Er wordt een bijzonder bericht gegeven van dit huis, dat, daar het gebouwd was op de Libanon, een plaats, vermaard voor cederbomen, de pilaren, en balken, en het dak geheel van cederhout waren, vers 2, 3, en daar het bestemd was om er een aangenaam uitzicht te hebben, er aan iedere zijde drie rijen vensters waren, licht tegen licht of uitzicht tegen uitzicht vers 4, 5. Zij, wier lot het is op het land te wonen, kunnen wel verzoend zijn met hun landleven, als zij bedenken dat sommigen van de grootste vorsten die dagen het aangenaamst van hun leven hebben geacht, die zij in hun landelijke afzondering hebben doorgebracht.
3. Hij bouwde zuilengangen voor een van zijn huizen, hetzij voor dat te Jeruzalem of voor dat in het woud van de Libanon, die zeer vermaard waren, een voorhuis van pilaren, vers 6, dat misschien voor wachthuis diende of waarin zij, die voor zaken tot hem kwamen, konden wandelen, totdat zij ten gehore werden toegelaten, of wel alleen voor statigheid en pracht. Hijzelf spreekt van "de opperste wijsheid, die haar huis heeft gebouwd en haar zeven pilaren heeft gehouwen," Spreuken 9:1, ter beschutting van hen die drie verzen tevoren, Hoofdstuk 8:34, gezegd worden, dagelijks te waken aan haar poorten, waarnemende de posten harer deuren.
4. Bij zijn huis, waarin hij woonde te Jeruzalem, bouwde hij een grote zaal of voorhuis des gerichts, waar de troon stond of des konings rechterstoel, waar rechtszaken behandeld werden, waarvoor een beroep gedaan was op hemzelf "(placita coram ipso rege tenenda rechtszaken werden in des konings tegenwoordigheid behandeld)" en dit voorhuis had een rijke lambrisering van cederhout, van de vloer tot aan het dak, vers 7. Daar had hij ook een ander voorhof, meer binnenwaarts, waar zijn dienaren in wandelden, vers 8.
5. Hij bouwde een huis voor zijn echtgenote, waarin zij haar hof hield, vers 8. Het wordt gezegd aan dat voorhuis gelijk te zijn omdat het ook van cederhout gebouwd was, hoewel niet in dezelfde vorm. Dit was ongetwijfeld belendend aan zijn eigen paleis. Evenwel als het er zo nabij was geweest als het had moeten zijn, dan zou Salomo zijn vrouwen niet zo vermenigvuldigd hebben als hij gedaan heeft.
Van de verwonderlijke pracht van al deze gebouwen wordt nota genomen in vers 9 en verv. Al de materialen waren van de beste in hun soort. De fundamentstenen waren kostelijk om hun grootte, drie a vier meter in het vierkant of tenminste zo lang, vers 10, en de stenen van het gebouw waren kostelijk vanwege de bewerking, gehouwen en gezaagd, en in alle opzichten fraai bewerkt, vers 9, 11. Het voorhof van zijn eigen huis was zoals dat van de tempel, vers 12 vergelijk Hoofdstuk 6:36 zozeer behaagde hem het model van Gods voorhoven, dat hij er zijn eigen voorhof naar gemaakt heeft.