1 Koningen 14:1-6
Hoe Jerobeam volhardde in zijn minachting van God en Godsdienst lezen wij aan het einde van het vorige hoofdstuk, hier wordt ons gezegd hoe God gehandeld heeft in Zijn twist met hem, want als God oordeelt zal Hij overwinnen, en de zondaren zullen zich of voor Hem buigen of breken.
I. Zijn kind werd ziek, vers 1. Waarschijnlijk was hij zijn oudste zoon en de vermoedelijke erfgenaam van de kroon, want toen hij stierf, heeft geheel het koninkrijk rouw over hem gedragen, vers 13. Noch zijn waardigheid van prins, noch zijn leeftijd als jonge prins, noch zijn invloed in de hemel als Godvruchtige prins, kon hem vrijwaren van ziekte, gevaarlijke ziekte. Laat niemand zeker zijn dat zijn gezondheid zal voortduren, maar laat ons haar, zolang zij duurt, gebruiken tot de beste doeleinden. Heere, zie, die Gij liefhebt is ziek Uw gunstgenoot, hij, die Israël liefheeft, hun lieveling, is ziek. Op dezelfde tijd, toen Jerobeam het priesterschap onteerde en ontheiligde, Hoofdstuk 13:33, werd zijn kind ziek. Als er ziekte komt in ons gezin, dan moeten wij onderzoeken en nagaan, of zij niet gezonder is om ons te wijzen op een bijzondere zonde, die wij in ons huis herbergen, om er ons van af te brengen.
II. Hij zond zijn huisvrouw vermomd tot Ahia, de profeet, om hem te vragen wat de jongen geschieden zal, vers 2, 3. De ziekte van het kind trof hem in een teer punt, het verdorren van deze spruit van het gezin zal misschien een even pijnlijke beproeving voor hem zijn als het verdorren van zijn hand, Hoofdstuk 13:4, zodanig is de kracht van de natuurlijke liefde, onze kinderen maken een deel uit van onszelf
1. Nu is Jerobeams grote begeerte onder deze beproeving te weten wat deze jongen geschieden zal, of hij in het leven zal blijven of sterven zal.
a. Het zou verstandiger geweest zijn, als hij had begeerd te weten welke middelen zij moesten aanwenden tot herstel van het kind, wat zij hem moesten geven, of wat zij hem moesten doen, maar uit dit voorbeeld en dat van Ahazia, 2 Koningen 1:2, en van Benhadad, 2 Koningen 8:8, schijnt het, dat zij zulke dwaze denkbeelden koesterden van het noodlot, dat zij er het gebruik van de gewone middelen om veronachtzaamden, want als zij er zeker van waren dat de zieke in het leven zal blijven, dan dachten zij dat middelen onnodig waren, niet bedenkende dat van onze de plicht is en de uitkomst aan God moet overgelaten worden, en dat Hij, die het doel verordineerd heeft, ook de middelen heeft verordineerd. Waarom moet men van een profeet te weten willen komen, hetgeen binnen weinig tijds wel blijken zal?
b. Het zou Godvruchtiger geweest zijn als hij begeerd had te weten waarom God met hem streed, om het gebed van de profeten had verzocht en zijn afgoden van zich weggeworpen had, dan zou het kind hem misschien teruggegeven zijn, zoals hem het gebruik van zijn hand teruggegeven was. Maar de meeste mensen willen liever dat men hun de toekomst voorzegt, dan dat men hen op hun gebreken en op hun plicht wijst.
2. Om te weten wat het lot van het kind zal zijn, zond hij naar Ahia, de profeet, die onbekend en veronachtzaamd te Silo woonde blind was van ouderdom, maar gezegend was met de gezichten van de Almachtige, die geen lichamelijke ogen nodig hebben, maar veeleer begunstigd zijn door het gebrek er aan, daar de ogen van de geest dan aandachtiger zijn en minder afgeleid worden. Jerobeam heeft niet tot hem gezonden om zijn raad in te winnen omtrent het oprichten van zijn kalveren, of de wijding van zijn priesters, maar in zijn nood begeeft hij zich tot hem, als de goden, die hij diende, hem geen hulp of verlichting konden geven. Heere, in benauwdheid hebben zij U bezocht, die U tevoren veronachtzaamd hebben. Sommigen werden door ziekte herinnerd aan hun vergeten leraren en biddende vrienden, hij zendt tot Ahia, omdat hij van hem gesproken heeft, dat hij koning zou zijn, vers 2. Eenmaal is hij de bode van goede tijdingen voor hem geweest, gewis, hij zal dit weer zijn. Zij, die zich door de zonde ongeschikt maken voor vertroosting, en toch verwachten dat hun leraren, omdat zij Godvruchtige mannen zijn, van vrede en vertroosting tot hen zullen spreken, doen beide aan zichzelf en aan hun leraren groot onrecht.
3. Hij zond zijn huisvrouw, om de profeet te vragen, omdat zij het best de vraag kon doen zonder namen te noemen, of enigerlei andere beschrijving te geven dan deze: "Mijn zoon is ziek, zal hij herstellen of sterven?" Het hart van haar man vertrouwt op haar, dat zij getrouw zal zijn in het doen van de boodschap, en hem het antwoord zal brengen. En het schijnt dat er onder al zijn raadslieden niemand was in wie hij dit vertrouwen kon stellen anders kon toch het zieke kind de moeder slecht missen, want moeders zijn de beste verpleegsters, en het zou veel passender voor haar geweest zijn om thuis te blijven en het kind te verzorgen, dan naar Silo te gaan om te vragen wat hem geschieden zal. Als zij gaat moet zij incognito gaan-moet zij zich vermommen, haar kleding veranderen, haar gelaat omsluieren, en onder een andere naam gaan, niet alleen om zich te verbergen van haar eigen hof en het land, waar zij doorheen moet gaan, alsof het beneden haar rang en waardigheid was, om op zo'n boodschap uit te gaan, en zij er zich voor had te schamen, zoals Nicodémus, die in de nacht tot Jezus kwam, terwijl het ook voor de grootsten, de aanzienlijksten, geen verkleining is om Gods profeten te bezoeken, maar ook om zich voor de profeet zelf te verbergen, zodat hij alleen haar vraag zou beantwoorden betreffende haar zoon, zonder het onaangename onderwerp aan te roeren van de afwijking van haar echtgenoot. Zo willen sommige mensen gaarne aan hun leraren voorschrijven wat zij moeten prediken hen bepalen tot zachte dingen, zij willen niet dat hun de gehele raad van God verkondigd zal worden, uit vrees dat er geen goed, maar wel kwaad door geprofeteerd wordt tegen hen. Maar welk een vreemd idee had Jerobeam van Gods profeet, daar hij geloofde dat hij voorzeker kon en wilde zeggen wat er met de jongen geschieden zal, en toch niet kon of niet wilde ontdekken wie de moeder was. Kon hij wel in de dikke duisternis van de toekomst zien, maar niet door de dunne sluier van haar vermomming heenzien? Dacht hij dat de God Israëls was als zijn kalveren? Dwaalt niet, God laat zich niet bespotten.
III. God gaf kennis aan Ahia van de nadering van de huisvrouw van Jerobeam en dat zij vermomd kwam, en Hij gaf hem volledige instructies omtrent hetgeen hij tot haar zeggen moet vers 5, hetgeen hem instaat stelde om haar toen zij de deur inkwam, tot haar grote verwondering bij haar naam te noemen, en aldus aan allen om hem heen te ontdekken wie zij was vers 6. Kom in, gij huisvrouw van Jerobeam, waarom stelt gij u dus vreemd aan? Hij sloeg geen acht, hetzij:
1. Op haar rang, zij was een koningin, maar wat ging hem dit aan, die haar een boodschap had te brengen onmiddellijk van God, voor wie alle kinderen van de mensen op gelijken bodem staan? Noch,
2. Op haar geschenk. Het was gebruikelijk dat zij, die profeten kwamen raadplegen, hun tekenen van achting brachten, die zij aannamen, zonder daarom huurlingen te zijn. Zij bracht hem een schoon landelijk geschenk vers 3, maar hij achtte er zich niet door verplicht om in schoner taal tot haar te spreken dan de aard van haar boodschap vereiste. Noch,
3. Op haar zorgvuldige vermomming, de beleefdheid brengt mee om geen notitie te nemen van hen, die wensen dat er geen notitie van hen genomen wordt, maar de profeet was geen hoveling, en gaf geen vleiende titels. Het is het best om rond en open te zijn, en op het eerste woord zal zij reeds weten wat zij te verwachten heeft: ik ben tot u gezonden met een harde boodschap. Zij, die door hun vermommingen denken zich voor God te kunnen verbergen, zullen ellendig beschaamd staan, als zij ten dage van de ontdekking zich teleurgesteld zien. Zondaren verschijnen nu in het gewaad van heiligen, en worden voor de zodanigen gehouden, maar hoe zullen zij blozen en sidderen, als zij ontdaan zullen zijn van hun valse schijn en zij bij hun naam zullen genoemd worden! "Ga weg, gij valse huichelaar, Ik heb u nooit gekend, waarom veinst gij een ander te zijn?" De boodschap van een deel met de geveinsden zal een harde boodschap zijn. God zal de mensen oordelen naar hetgeen zij zijn, niet naar hetgeen zij schijnen.