Numeri 21:4-9
I. Hier is de vermoeienis van Israël door een lange tocht om het land van Edom, omdat zij geen verlof konden verkrijgen om door de naaste weg te gaan, vers 4. Des volks ziel werd verdrietig op deze weg. De weg was misschien ruw en oneffen, of vuil en modderig, of wellicht verdroot het hun zo'n lange omweg te maken, en dat het hun niet toegelaten werd zich met geweld een weg te banen door het land van de Edomieten. Wie ontevreden van aard is, zal altijd wel iets hebben om over te klagen.
II. Hun ongeloof en murmureren bij deze gelegenheid, vers 5. Hoewel zij pas een glorierijke overwinning hadden behaald op de Kanaänieten, en overwinnende zouden voortgaan, en opdat zij overwonnen, spreken zij toch met misnoegen van hetgeen God voor hen gedaan heeft, en met wantrouwen van hetgeen Hij nog wilde doen, zij waren verdrietig, omdat zij uit Egypte waren opgevoerd, omdat zij geen brood en water hadden, zoals andere mensen, door hun eigen zorg en vlijt, maar door een wonder. Zij hadden overvloed van brood, en toch klagen zij dat er geen brood is. want hoewel het engelenbrood is, dat zij eten, zijn zij het toch moede, van het manna walgen zij, zij noemen het zeer licht brood, geschikt voor kinderen, niet voor mannen en krijgslieden. Wat zal hun kunnen behagen, aan wie het manna niet behaagt? Wie twisten wil zal verkeerds vinden waar geen verkeerds is. Zo zullen zij, die gedurende lange tijd het genot hebben gehad van de middelen van de genade, zich zelfs met het hemelse manna overladen, en geneigd zijn het zeer licht brood te noemen. Maar laat ons vanwege de verachting, waarmee sommigen van het woord Gods spreken, het er niet minder om waarderen, het is het brood des levens, krachtig brood, dat hen zal voeden en versterken, die er zich in het geloof mee voeden ten eeuwigen leven, wie het dan ook zeer licht brood moge noemen.
III. Het rechtvaardig oordeel, dat God over hen bracht wegens hun murmureren, vers 6. Hij zond vurige slangen onder hen, die hen beten, waardoor velen stierven. De woestijn waar zij doorheen trokken, was overal onveilig gemaakt door deze vurige slangen, zoals blijkt uit Deuteronomium 8:15. Maar tot nu toe had God Zijn volk wonderbaarlijk bewaard om er door geschaad te worden, totdat zij aan het murmureren gingen, om hen hiervoor te straffen, hebben deze dieren, die tot nu toe hun leger geschuwd hadden, het nu aangevallen. Rechtvaardig komen diegenen onder Gods oordelen, die niet dankbaar zijn voor Zijn zegeningen. Deze slangen worden varia genoemd, hetzij naar haar kleur, of naar haar woede en de uitwerking van haar beet, ontsteking teweeg brengend in het lichaam, gepaard met hoge koorts en een onlesbare dorst. Zij hadden onrechtvaardig geklaagd over gebrek aan water, vers 5, om hen hiervoor te kastijden zendt God hun deze dorst, die door geen water gelest kon worden. Aan hen, die schreien zonder reden, wordt rechtvaardig reden gegeven om te schreien. Wantrouwig zeggen zij, dat zij moeten sterven in de woestijn, en God houdt hen aan hun woord en laat hun vrezen over hen komen, velen van hen zijn gestorven. Onbeschaamd hebben zij God zelf beledigd en weerstaan, slangenvenijn was onder hun lippen, en nu vliegen deze vurige slangen, die vliegende draken schijnen geweest te zijn, Jesaja 14:29, hun in het gelaat, en vergiftigen hen. In hun hoogmoed waren zij tegen God en Mozes opgestaan, en nu vernedert God hen door deze verachtelijke dieren een plaag voor hen te maken. Het geschut, waarvan vroeger gebruik werd gemaakt tot hun verdediging tegen de Egyptenaren, werd nu tegen hen gericht. Hij, die kwakkelen heeft doen komen om hun een feestmaal te geven, liet hun weten dat Hij slangen zal doen komen om hen te bijten, de gehele schepping voert krijg tegen hen, die krijg voeren tegen God. IV. Hun berouw en hun smeking aan God onder dit oordeel, vers 7. Zij belijden hun schuld, wij hebben gezondigd, zij zeggen waarin zij gezondigd hebben: wij hebben tegen de Heere gesproken en tegen u. Het is te vrezen dat zij hun zonde niet bekend zouden hebben indien zij er de straf niet voor hadden gevoerd, maar nu zijn zij vertederd onder de roede, "als Hij hen doodde zo vroegen zij naar Hem." Zij verzoeken om Mozes' gebed voor hen, zich bewust zijnde van hun eigen onwaardigheid om verhoord te worden, en overtuigd zijnde van Mozes' grote invloed in de hemel. Hoe spoedig is hun toon anders geworden! Zij, die even tevoren met hem getwist hadden, alsof hij hun grootste vijand was, wenden zich nu tot hem als tot hun beste vriend, en verkiezen hem tot hun voorspraak bij God. Beproevingen brengen dikwijls veranderingen aan in de gevoelens van mensen omtrent Gods volk, en leren hun de gebeden op prijs te stellen, die zij tevoren geminacht hadden. Om te tonen dat hij hun van harte had vergeven, zegent Mozes hen, die hem hadden vervloekt, en bidt voor hen, die hem hadden gelasterd. Hierin was hij een type van Christus, die voor Zijn vervolgers heeft gebeden, en een voorbeeld voor ons, om heen te gaan en desgelijks te doen, en aldus te tonen dat wij onze vijanden liefhebben.
V. De wondere wijze, waarop God hun te hulp kwam. Hij heeft Mozes niet gebruikt om het oordeel op te roepen, maar ten einde hem in de liefde van het volk aan te bevelen, maakte Hij hem tot het werktuig van hun redding, vers 8, 9. God gebood aan Mozes een voorstelling te maken van een vurige slang. Die voorstelling maakte hij van koper, en bevestigde haar aan een zeer lange stang, zodat zij in alle delen van het leger gezien kon worden, en ieder die door een vurige slang gebeten was, werd genezen door op die koperen slang te zien. Het volk bad dat God deze slangen van hen mocht wegnemen, vers 7, maar God oordeelde het passend om dat niet te doen, want Hij geeft afdoende hulp op de beste wijze, al is het niet op onze wijze. Zo heeft God hen die om hun murmurering niet gestorven zijn er toch om doen lijden, opdat zij met te dieper gevoel er berouw van zouden hebben, en er zich om zouden verootmoedigen. Ook moesten zij door Mozes hun genezing van God ontvangen, opdat zij- zo het mogelijk was-zouden leren nooit meer tegen God en Mozes te spreken. Deze methode van genezing was geheel en al wonderbaar, indien het waar is wat sommige natuurkundigen zeggen, dat het zien op schitterend gepolijst koper schadelijk is voor hen, die door vurige slangen zijn gebeten. God kan Zijn doeleinden tot stand brengen door tegenstrijdige middelen. De Joden zelf zeggen, dat het het gezicht op de koperen slang niet was, dat hen genas, maar door er naar op te zien, zagen zij op tot God als de Heere, die hen genas. Maar er was zeer veel Evangelie in dit bevel. Onze Heiland heeft ons dit gezegd, Johannes 3:14, 15, namelijk dat "gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, de Zoon des mensen alzo verhoogd moet worden, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve." Let dan op de overeenkomst:
1. Tussen hun ziekte en de onze. De duivel is de oude slang, een vurige slang vandaar dat hij verschijnt als een grote rode draak, Openbaring 12:3. De zonde is de beet van deze vurige slang, zij is pijnlijk voor het opgeschrikte geweten, en giftig voor het toegeschroeide geweten. Satans verzoekingen worden zijn vurige pijlen genoemd, Efeziers 6:16. Hartstocht en lust ontsteken de ziel, dat doen ook de verschrikkingen van de Almachtige, als zij zich tegen haar keren. In het einde zal de zonde bijten als een slang, en steken als een adder, en zelfs het zoete er van wordt tot gal van de adderen.
2. Tussen hun geneesmiddel en het onze. a. Het was God zelf, die dit tegengif uitgedacht en voorgeschreven heeft tegen de vurige slangen, en zo is het plan van onze verlossing door Christus door de oneindige Wijsheid beraamd, God zelf heeft het rantsoen gevonden.
b. Het was een zeer onwaarschijnlijke methode van genezing, en zo is onze verlossing en zaligheid door de dood van Christus voor de Joden een ergernis en voor de Grieken een dwaasheid. Het was Mozes, die de slang in de woestijn verhoogd heeft, en zo is de wet een tuchtmeester om ons tot Christus te brengen en Mozes heeft van Hem geschreven, Johannes 5:46. Christus werd verhoogd door de oversten van de Joden, die Mozes' opvolgers zijn geweest.
c. Hetgeen genas was geformeerd in de gelijkenis van hetgeen wondde. Zo is Christus, hoewel zelf volkomen vrij van zonde, gezonden in gelijkheid met het zondige vlees, Romeinen 8:3, zozeer in gelijkheid ermee, dat het werd aangenomen als iets dat vanzelf sprak, dat deze mens een zondaar is, Johannes 9:24.
d. De koperen slang werd opgericht, verhoogd, ook Christus werd verhoogd-verhoogd aan het kruis Johannes 12:33, 34, want Hij is een schouwspel geworden van de wereld. Hij werd verhoogd door de prediking van het Evangelie. Het woord dat hier gebruikt is voor een stang betekent een banier, want Christus gekruist "staat tot een banier van de volken," Jesaja 11:10. Sommigen zien in de verhoging van de slang een beeld of type van Christus' overwinning over Satan, de oude slang, wier kop Hij vermorzelde, toen Hij in Zijn kruis de overheden en de machten heeft uitgetogen en in het openbaar tentoongesteld, Colossenzen 2:15.
3. Tussen de aanwending van hun geneesmiddel en het onze. Zij zagen en leefden, en wij zullen, als wij geloven, niet verderven. Het is door het geloof, dat wij zien op Jezus. Hebreeën 12:2. "Ziet Mij aan en wordt behouden" Jesaja 45:22. Wij moeten ons bewust zijn van onze wonde, en van het gevaar waarin wij door die wonde verkeren, het getuigenis ontvangen dat God van Zijn Zoon gegeven heeft, en vertrouwen op de verzekering, die Hij ons heeft gegeven dat wij door Hem genezen en behouden zullen worden, als wij ons onder Zijn leiding en hoede stellen. De koperen slang opgeheven zijnde zou niet genezen, indien er niet op gezien werd. Degenen, die wel op hun wonde staarden, maar niet op de koperen slang wilden zien, moesten onvermijdelijk sterven. Als zij deze geneeswijze veronachtzaamden, en de toevlucht namen tot natuurlijke geneesmiddelen en daarop vertrouwden, dan zijn zij rechtvaardig omgekomen, en als zondaren Christus' gerechtigheid minachten, of wanhopen er het nut en voordeel van te ontvangen, dan zal hun wonde ongetwijfeld dodelijk worden. Maar al wie op dit teken ter genezing zag, al was het ook van de uiterste delen van het leger, al was het ook met een zwak en wenend oog, werd stellig genezen, en zo zal een ieder, die in Christus gelooft al is het nog slechts met een klein of zwak geloof, niet verderven. Er zijn zwakke broeders, voor wie Christus gestorven is. Het leger Israëls was misschien enige tijd nadat de koperen slang was opgericht, nog gekweld door vurige slangen, en sommigen hebben de waarschijnlijke gissing gemaakt, dat zij deze koperen slang op hun overige reizen meegevoerd hebben, en haar hebben opgericht als zij zich legerden, en haar, toen zij in Kanaän kwamen, ergens binnen de grenzen van het land hebben opgericht, want het is niet waarschijnlijk, dat zij in de woestijn zo ver zijn gegaan om er reukwerk voor te branden, zoals wij bevinden dat zij later gedaan hebben 2 Koningen 18:4. Zelfs zij, die verlost zijn van de eeuwige dood welke de bezolding is van de zonde, moeten verwachten er nog, zolang zij in deze wereld zijn, de pijn van te gevoelen, maar wij kunnen steeds vergezeld zijn door de koperen slang om er bij alle gelegenheden op te zien, door steeds de gedachte in ons levendig te houden aan het sterven van onze Heere Jezus.