Hebreeën 12:1-3
Merk hier op welke de grote plicht is, waartoe de apostel deze Hebreeën aanspoort en die hij zozeer begeert dat zij vervullen zullen. Dat is: afleggen allen last en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is. De plicht bestaat uit twee delen, het voorbereidende en het vervullende.
I. Voorbereidend. Afleggen allen last en de zonde.
1. Allen last, dat is: alle onbehoorlijke gehechtheid aan en ingenomenheid met het lichaam en het tegenwoordige leven in de wereld. Onevenredige zorg of liefde voor het tegenwoordige leven is een dodelijk gewicht op de ziel, dat haar neerdrukt terwijl zij naar boven moet stijgen, haar terugtrekt terwijl zij voorwaarts moet streven, het maakt de plichten zwaarder en moeilijker dan zij behoren te zijn.
2. De zonde, die ons lichtelijk omringt, de zonde, die het grootste voordeel op ons heeft door de omstandigheden waarin wij zijn, onzen toestand, ons gezelschap. Dit kan bedoeld zijn van de verderflijke zonde des ongeloofs, of misschien van de vleiende zonde der Joden, overgrote liefde voor hun eigen bedeling. Wij moeten allen uitwendigen en inwendigen last en alles wat ons hindert afleggen.
II. Vervullende. Laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is. De apostel neemt hier een beeld uit de Olympische spelen en andere dergelijke oefeningen.
1. Christenen hebben een loopbaan te lopen, een loopbaan van diensten en van lijden, een loopbaan van werkelijke en lijdelijke gehoorzaamheid.
2. Deze loopbaan is hun voorgesteld, zij is voor hen afgeperkt, beide door het woord van God en door het voorbeeld van Gods getrouwe dienstknechten, de wolk der getuigen, met welke zij gemeenschap hebben. Die loopbaan is voorgesteld in eigen grenzen en richting, de baan die afgelegd moet worden en de prijs die te winnen valt zijn voorgesteld.
3. Die loopbaan moet gelopen worden met lijdzaamheid en volharding. Zij zullen lijdzaamheid nodig hebben onder al de bezwaren, die zij ontmoeten zullen, en volharding om al de verzoekingen om ter zijde te gaan of het op te geven, weerstand te bieden. Geloof en lijdzaamheid zijn de overwinnende genaden, en daarom moeten zij voortdurend aangekweekt en geoefend worden.
4. De Christenen hebben een groter voorbeeld om hen aan te moedigen in hun Christelijke loopbaan dan een van hen, die reeds genoemd zijn, en dat is de Heere Jezus Christus.
Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs Jezus, vers 2. Merk hier op:
A. Wat de Heere Jezus is voor Zijn volk: Hij is de leidsman en voleinder van hun geloof . Hij is de beginner, de voleindiger en de beloner van hun geloof. a. Hij is de bewerker van hun geloof, niet alleen het voorwerp, maar de bewerker. Hij is de grote leidsman en voorganger van ons geloof, Hij vertrouwde op God. Hij is de verwerver van den Geest des geloofs, de gever van de regelen des geloofs, de werkelijke oorzaak van de genade des geloofs, en in alle opzichten de bewerker van ons geloof.
b. Hij is de voleinder van ons geloof. Hij is de vervuller en de vervulling van al de beloften en voorzeggingen der Schrift, Hij is de volmaker van den canon der Schrift, Hij is de voleinder der genade en van het werk des geloofs met kracht in de zielen van Zijn volk, en Hij is de rechter en beloner van hun geloof, Hij beslist wie het wit bereikt hebben, en door Hem en in Hem ontvangen zij den prijs.
B. Welke beproevingen Christus bejegenden in Zijn loopbaan.
a. Hij heeft het tegenspreken der zondaren tegen zich verdragen, vers 3. Hij verdroeg hun tegenstand, die zij Hem aandeden, beide in woord en in gedrag. Zij spraken Hem onophoudelijk tegen en gingen tegen Zijn grote bedoeling in, en ofschoon Hij hen gemakkelijk had kunnen verslaan en vernietigen en soms een bewijs van Zijn macht daartoe gaf, verdroeg Hij toch hun slechte handelwijzen met grote lijdzaamheid. Hun tegensprekingen waren tegen Christus zelven, tegen Zijn persoon als Godmens, tegen Zijn gezag, tegen Zijne prediking, maar Hij verdroeg ze alle.
b. Hij heeft het kruis verdragen, al het lijden, dat in deze wereld over Hem kwam, Hij nam Zijn kruis dagelijks op zich en werd er eindelijk aan vastgenageld en verdroeg den smartelijken, schandelijken en vervloekten dood, waarin Hij met de misdadigers, met de schandelijkste boosdoeners, gerekend werd, dat alles verdroeg Hij met onoverwinnelijke lijdzaamheid en beslistheid.
c. Hij heeft de schande veracht. Al de smaadheid, die op Hem geworpen werd, beide in Zijn leven en in Zijn sterven, verachtte Hij, Hij was daar oneindig boven verheven, Hij kende Zijn eigen onschuld en voortreffelijkheid, en verachtte de onwetendheid en boosheid van Zijn verachters.
C. Wat het was, dat de menselijke ziel van Christus onder dit weergaloze lijden ondersteunde. Dat was de vreugde, die Hem voorgesteld was. Hij had iets in het oog onder al dat lijden, dat aangenaam voor Hem was. Hij verheugde zich er in, dat Zijn lijden de voldoening zou maken voor de beledigde gerechtigheid van God en diens eer en regering verzekeren zou, dat Hij vrede zou maken tussen God en de mensen, dat Hij het verbond der genade zou bezegelen en er de Middelaar van zijn, dat Hij een weg van zaligheid zou openen voor den voornaamsten der zondaren en dat Hij waarlijk zou zalig maken allen, die de Vader Hem gegeven had, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen. Dat was de vreugde, die Hem voorgesteld was.
D. De beloning voor zijn lijden: Hij is gezeten aan de rechterhand des troons van God. Christus, als Middelaar, is verheven tot den hoogsten staat van eer, tot de grootste macht en invloed, Hij zit aan de rechterhand des Vaders. Niets gaat tussen hemel en aarde om dan door Hem, Hij doet al wat gedaan wordt, Hij leeft eeuwig om voor Zijn volk te bidden.
E. Wat onze roeping is ten aanzien van dezen Jezus. Wij moeten: a. Op Hem zien, dat is, wij moeten Hem voortdurend voor ogen hebben als ons voorbeeld en onze grote bemoediging, wij moeten op Hem zien voor leiding, voor bijstand, voor aanneming, onder al ons lijden.
b. Hem aanmerken, veel over Hem nadenken, en in ons zelven Zijne zaak met de onze vergelijken. Wij moeten analogiseren, zoals er eigenlijk staat, Christus lijden met het onze vergelijken, dan zullen wij bevinden dat het Zijne het onze ver overtreft, in aard en grootte beide, en dat Zijne lijdzaamheid de onze even ver overtreft, zodat Hij voor ons een volmaakt voorbeeld ter navolging is.
F. Het voordeel, dat wij zodoende zullen behalen, het zal een middel voor ons zijn om niet te verflauwen en te bezwijken in onze zielen, vers 3. Opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uwe zielen. Merk op:
a. Er is in den besten onzer neiging om te verflauwen en te bezwijken onder de beproevingen en droefenissen, vooral wanneer zij zwaar zijn en lang aanhouden. Dat komt voort uit de onvolkomenheid der genade en de overblijfselen van het bederf.
b. De beste weg om dat te voorkomen, is op Jezus te zien en Hem aan te merken. Geloof en overdenking zullen ons nieuwen voorraad van kracht, troost en moed schenken, want Hij heeft ons verzekerd dat indien wij met Hem lijden, wij ook met Hem zullen verheerlijkt worden, en deze hoop zal onze helm zijn.