Lukas 9:10-17
Wij hebben hier:
I. Het verslag van de twaalven aan hun Meester van den voorspoed op hun arbeid. Zij waren niet lang weggebleven, maar wedergekeerd zijnde, verhaalden zij Hem al wat zij gedaan hadden, zoals het betaamt aan dienstknechten, die op een boodschap waren uitgezonden. Zij verhaalden Hem wat zij gedaan hadden, opdat, zo zij iets niet goed hadden gedaan, zij een volgende keer zich voor het verkeerde zouden wachten.
II. Hun afzondering om een weinig te kunnen rusten. Hij nam hen mede en vertrok alleen in een woeste plaats, opdat zij daar een weinig ontspanning konden hebben van hun arbeid. Hij, die rust bevolen heeft voor onzen dienstknecht en onze dienstmaagd, wil ook Zijne dienstknechten doen rusten. Zij die het meest openbare ambt bekleden en het nuttigst en werkzaamst zijn, moeten soms eens een wijle in afzondering gaan, zowel voor de rust van hun lichaam, om er nieuwe krachten voor te verzamelen, als om hun geest door stille overdenking voor verderen arbeid in het openbaar geschikt te maken.
III. Den toeloop des volks tot Hem, en de vriendelijke ontvangst, die zij bij Hem vonden. Zij volgden Hem, hoewel het in een woeste plaats was, want het is geen woestijn waar Christus is. En ofschoon zij hierdoor de rust verstoorden, die Hij voor zich en Zijne discipelen daar gezocht heeft, heette Hij hen toch welkom, vers 11. Vrome ijver kan wel tot verontschuldiging dienen voor een weinig ruwheid, zo heeft Christus het beschouwd, en zo moeten ook wij het beschouwen. Hoewel zij op een ongelegen tijd kwamen, heeft Christus hun toch dat gegeven, waar zij om kwamen.
1. Hij sprak tot hen van het koninkrijk Gods' aan welks wetten zij moeten gehoorzamen, en met welks voorrechten zij gezegend kunnen worden.
2. En die genezing van node hadden, maakte Hij gezond. In de bewustheid van hun behoefte aan genezing hebben zij zich tot Hem gewend. Al was de ziekte ook nog zo ingeworteld en ongeneeslijk voor een arts, al waren de patiënten ook nog zo arm en gering, Christus genas hen. Er is in Christus genezing voor allen, die haar behoeven, hetzij voor de ziel of voor het lichaam. Nog altijd heeft Christus macht over lichamelijke ziekte, en geneest Hij Zijn volk, die genezing nodig hebben. Soms ziet Hij dat wij de ziekte nodig hebben voor het welzijn onzer ziel, meer dan de genezing tot verlichting des lichaams, en dan moeten wij gewillig zijn om een weinig tijds bedroefd te zijn, omdat het nodig is, maar als Hij ziet, dat wij genezing nodig hebben, dan zullen wij genezen worden. De dood is Zijn dienstknecht om de heiligen van alle krankheden te genezen. Hij geneest geestelijke krankheden door Zijne genade, door Zijne vertroostingen, en heeft voor ieder wat zijn toestand behoeft, verlichting uit elke nood.
IV. De overvloedige voorziening van Christus voor de scharen, die tot Hem waren gekomen. Met vijf broden en twee visjes spijzigde Hij vijf duizend mannen. Wij hebben dit verhaal twee maal tevoren gehad, en zullen het nogmaals ontmoeten, het is het enige wonder van onzen Zaligmaker, dat door alle vier de evangelisten verhaald wordt. Laat ons slechts opmerken: I. Dat zij, die Christus naarstiglijk volgen in den weg van plicht, en daarin zich zelven verloochenen, of zich blootstellen aan ongemak wegens hun ijver voor Gods huis, zeer bijzonder onder Zijne hoede en zorg zijn, zij kunnen steunen en betrouwen op Jehova-Jireh -De Heer zal voorzien. Hij zal hen, die Hem vrezen en getrouw dienen, geen gebrek laten hebben aan enig goed. 2.. Onze Heere Jezus was milddadig en vriendelijk. Zijne discipelen zeiden: Laat de schare van u, opdat zij spijze vinden, maar Christus zei: Neen, geeft gij hun te eten. Laat hetgeen wij hebben gegeven worden zo ver het reikt. Aldus heeft Hij aan evangeliedienaars zowel als aan gewone Christenen geleerd om herbergzaam te zijn zonder murmureren, 1 Petrus 4:9. Zij, die slechts weinig hebben, moeten met dat weinige doen wat zij kunnen, en dat is een middel om het te vermeerderen. Er is een, die uitstrooit, dewelke nog meer toegedaan wordt.
3. Jezus Christus heeft niet slechts medicijn' maar ook spijze voor allen, die zich tot Hem wenden, Hij maakt niet slechts gezond die genezing van node hebben, de ziekte der ziel genezende, Hij spijzigt ook die voedsel van node hebben, onderhoudt het geestelijk leven, voorziet in de behoefte er van en vervult de wensen en begeerten er van. Christus behoedt niet slechts de ziel voor omkomen door hare krankheden, Hij voedt ook de ziel ten eeuwigen leven en versterkt haar voor alle geestelijke oefeningen.
4. Al de gaven van Christus moeten door de kerk op een geregelde, ordelijke wijze ontvangen worden: Doet hen neerzitten, bij groepen, elk van vijftig, vers 14. Er wordt hier gelet op het aantal van elke groep, die Christus aanwees om de uitdeling der spijze te vergemakkelijken, en ook om het aantal der gasten gemakkelijker te kunnen tellen. 5, Als wij spijze en verkwikking voor het lichaam ontvangen, dan moeten wij opzien naar den hemel, Christus deed dit, om het ons te leren. Wij moeten erkennen, dat wij ze van God ontvangen, dat wij onwaardig zijn ze te ontvangen, en dat wij ze allen verschuldigd zijn aan het middelaarschap van Christus, door wie de vloek is weggenomen en het verbond des vredes gemaakt is, -dat wij afhankelijk zijn van Gods zegen er over om ze voor ons dienstig te doen zijn, en dien zegen begeren. 6.. Door den zegen van Christus kan men met een weinig veel doen en ver komen. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft is beter dan de overvloed veler goddelozen, en- Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij. 7.. Wie Christus voedt, verzadigt Hij. Aan wie Hij geeft, geeft Hij genoeg, gelijk er in Hem genoeg is voor allen, zo is er ook genoeg voor ieder. Hij vervult elke hongerende ziel, verzadigt haar met het goede van Zijn huis. Hier werden brokken opgenomen, die overgeschoten waren, om ons er van te verzekeren, dat in het huis onzes Vaders overvloed is van brood, wij zijn niet nauw of beperkt in Hem.