Lukas 22:1-6
Het jaar der verlosten is nu gekomen, dat van eeuwigheid in het Goddelijk raadsbesluit was vastgesteld en bepaald, en waarnaar zij, die de vertroosting Israël's verwachtten, lang hadden uitgezien. Na de wenteling van vele eeuwen, is het nu eindelijk gekomen, Jesaja 63:4. En het is opmerkelijk, dat het reeds in de eerste maand is van dat jaar, dat de verlossing gewerkt werd, zozeer was onze Heiland gedrongen om Zijne onderneming ten uitvoer te brengen, zo was Hij geperst, totdat het volbracht was. Het was in dezelfde maand, en op dezelfden tijd der maand-het hoofd der maanden, Exodus 12:2- dat God door Mozes Israël heeft uitgevoerd uit Egypte, opdat het antitype aan het type zou beantwoorden. Christus wordt hier overgeleverd, als het feest der ongehevelde broden nabij was, vers 1. Ongeveer even lang voor het feest als zij begonnen toebereidselen er voor te maken, werden hier toebereidselen gemaakt voor het offeren van ons Pascha. Hier hebben wij:.
1. Zijn gezworen vijanden, die het beramen, vers 2, de overpriesters, mannen van een heilig aanzien, en de schriftgeleerden, mannen van wetenschap, zochten hoe zij Hem ombrengen zouden, hetzij door list of geweld. Konden zij handelen naar hun wil en wens, het zou spoedig gedaan zijn geworden, maar "zij vreesden het volk", en dat nu wel te meer, wijl zij zagen hoe gaarne en ijverig dat naar Zijne prediking luisterde.
II. Een verraderlijk discipel, Judas, die toegenaamd was Iskariot, voegde zich bij hen en bood hun zijne hulp aan. Hij wordt hier aangeduid als zijnde uit het getal der twaalven, het uitgelezen en zozeer bevoorrecht twaalftal. Men zou er zich over kunnen verwonderen dat Christus, die alle mensen kende, een verrader in dat getal zou opnemen, en dat een uit dat getal, die Christus toch moest kennen, zo laaghartig kon zijn om Hem te verraden, maar Christus had met wijze en heilige bedoelingen Judas onder Zijne discipelen toegelaten, en hoe hij, die Christus zo wèl kende, er toch toe gekomen is om Hem te verraden, wordt ons hier meegedeeld: de Satan voer in Judas, vers 3. Het was het werk van den duivel, die dacht hierdoor Christus' onderneming te doen mislukken, Hem het hoofd te zullen verbrijzelen, maar het bleek dat hij Hem slechts de verzenen kon vermorzelen. Wie het ook zij, die Christus of Zijne waarheid en weg verraadt, het is altijd Satan, die hem er toe aanzet. Judas wist hoe grotelijks de overpriesters begeerden Christus in handen te krijgen, maar dat zij dit niet veilig konden zonder de hulp van iemand zoals hij, die bekend was met de plaatsen, waar Hij zich terugtrok tot afzondering. Daarom ging hij zelf tot hen, om het hun voor te stellen, vers 4. Het is moeilijk te zeggen, waardoor aan Christus' koninkrijk meer schade of nadeel wordt toegebracht, door de macht en list van Zijn openlijke vijanden, of door het verraad en de zelfzucht van Zijn voorgewende vrienden, ja zonder deze laatsten zouden de vijanden niet zo licht hun doel kunnen bereiken. Als gij Judas in gemeenschap ziet met de overpriesters, dan kunt gij er zeker van zijn dat er kwaad wordt gebrouwen, het is met geen goed oogmerk, dat zij de hoofden bij elkaar steken.
III. De uitslag van de overeenkomst, die zij met elkaar aangingen.
1. Judas moet hun Christus overleveren, hij moet hen geleiden naar de plaats, waar zij zich zonder gevaar van een volksoploop teweeg te brengen, van Hem meester konden maken, en hierover waren zij verblijd. 2. Zij moeten hem hiervoor een som gelds geven, en hierover zal hij verblijd zijn, vers 5, zij zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden. Toen de koop gesloten was, zocht Judas gelegenheid om Hem hun over te leveren. Waarschijnlijk heeft hij listiglijk aan Petrus en Johannes, die gemeenzamer dan hij met hun Meester bekend waren, gevraagd, waar Hij op zulk of zulk een tijd zijn zou, en waar Hij zich na het eten van het pascha zou terugtrekken, en zij hadden geen scherpzinnigheid genoeg om verdenking tegen hem op te vatten. Op de een of andere wijze was hij dan ook spoedig te weten gekomen wat hij wilde weten, en bepaalde hij den tijd en de plaats waar het geschieden zou, in de afwezigheid der schare en zonder oproer.