Lukas 13:10-17
Hier is:
I. De wonderdadige genezing van ene vrouw, die gedurende langen tijd onder een geest der ziekte geweest was. Onze Heere Jezus bracht Zijne sabbatten door in de synagogen, vers 10. Wij moeten er een gewetenszaak van maken om dit te doen, als wij er de gelegenheid toe hebben, en niet denken dat wij den sabbat evengoed tehuis met het lezen van een goed boek kunnen doorbrengen, want de Godsdienstige samenkomsten zijn een Goddelijke instelling, waarvoor wij moeten getuigen, al is het dan ook slechts met twee of drie. En als Hij op den sabbatdag in de synagoge was, leerde Hij aldaar-ên didaskoon. Het geeft een voortdurende handeling te kennen: Hij leerde het volk nog wetenschap. Als Hij leerde, was Hij in Zijn element. Om nu de leer, die Hij predikte, te bevestigen en haar aan te bevelen als getrouw en alle aanneming waardig, heeft Hij een wonder gewrocht, een wonder van barmhartigheid.
1. Het voorwerp van barmhartigheid, dat zich voordeed, was ene vrouw in de synagoge, die een geest der ziekte achttien jaren lang gehad had, vers 11. Zij had ene ziekte, die een boze geest, onder de toelating Gods, over haar gebracht had, en die van zulk een aard was, dat zij door sterke stuiptrekkingen saamgebogen was en zich ganselijk niet kon oprichten. Daar zij nu gedurende zo langen tijd in den toestand was, was hare ziekte ongeneeslijk, zij kon niet rechtop staan, niet de houding hebben, die als der mensen eer boven het dier geacht wordt. Hoewel zij nu die ziekte had, die haar misvormde en haar een ellendig voorkomen gaf, en terwijl, naar men mag veronderstellen, alle beweging pijnlijk voor haar geweest moet zijn, is zij op den sabbatdag toch naar de synagoge gegaan. Zelfs lichaamskrankheid, of zij moet zeer hevig zijn, moet ons niet afhouden van den openlijken eredienst op den sabbat, want God kan ons boven onze verwachting helpen.
2. Het aanbod van genezing aan iemand, die haar niet zocht, toont de voorkomende barmhartigheid en genade van Christus. Jezus, haar ziende, riep haar tot zich, vers 12. Het blijkt niet dat zij zich tot Hem had gewend, of enigerlei verwachting van Hem had, maar voor zij riep, antwoordde Hij. Zij kwam om door Hem onderwezen te worden, iets goeds te ontvangen voor hare ziel, en toen gaf Christus haar deze verlichting van hare lichaamskrankheid. Zij, wier eerste en voornaamste zorg is voor hun ziel, zorgen aldus ook op de beste wijze voor hun lichaam, want de andere dingen zullen hun toegeworpen worden. In Zijn Evangelie roept en nodigt Christus diegenen om tot Hem te komen om genezing, die onder geestelijke krankheden lijden, en indien Hij ons roept, dan zal Hij ons ongetwijfeld ook helpen, als wij tot Hem komen.
3. De genezing, die onmiddellijk krachtig en afdoend gewrocht werd, toont Zijn almachtige kracht. Hij legde de handen op haar, en zei: Vrouw, gij zijt verlost van uwe ziekte. Hoewel gij er zolang onder geleden hebt, zijt gij er nu ten laatste van ontheven. Laat diegenen niet wanhopen, wier ziekte verouderd en als ingeworteld is, die gedurende zeer langen tijd er onder beproefd werden. God kan hen ten laatste verlossen, en daarom, hoewel Hij vertoeft, verbeidt Hem. Hoewel het een geest der ziekte was, een boze geest, onder wiens macht zij zich bevond, heeft Christus toch meer macht dan Satan, Hij is sterker. Hoewel zij zich ganselijk niet kon oprichten, kon Christus haar toch oprichten, en haar in staat stellen zich op te richten. Zij, die gebogen was, werd terstond weer recht, en zo werd de Schrift vervuld, Psalm 146:8 :De Heere richt de gebogenen op. Deze genezing stelt het werk van Christus, genade voor in de ziel der mensen. a. In de bekering van zondaren. Ongeheiligde harten zijn onder dezen geest der ziekte, zij zijn verwrongen, de vermogens der ziel zijn gans en al buiten haar plaats en buiten de orde, zij zijn neergebogen naar de dingen op de aarde. O curvæ in terram animæ! -Lage zielen, die zich naar de aarde buigen! Zij kunnen zich ganselijk niet oprichten tot God en den hemel, de neiging der ziel in haar natuurlijken toestand is in gans tegenovergestelde richting. Zulke gebogen zielen zoeken niet om tot Christus te komen, maar Hij roept ze tot zich, legt haar de hand op van Zijne genade en macht, spreekt een woord van genezing tot haar, waardoor Hij ze verlost van hare ziekte, de ziel recht maakt, haar in orde brengt, haar verheft boven wereldse bedenkingen, en hare genegenheden hemelwaarts richt. Hoewel de mens niet recht kan maken wat God krom gemaakt heeft, Prediker 7:13, kan de genade van God toch wel recht maken wat door de zonde van den mens krom is geworden.
b. In de vertroosting der Godvruchtigen. Velen van Gods kinderen zijn langen tijd onder een geest van ziekte, een geest der gebondenheid. Door overheersende smart en vrees zijn hun zielen neergebogen en onrustig in hen, zij zijn krom geworden, uitermate zeer neergebogen, zij gaan den gansen dag in het zwart, Psalm 38:7. Maar door Zijn Geest der aanneming verlost Christus hen ter rechter tijd van deze ziekte, en richt hen op.
4. De dadelijke uitwerking van de genezing op de ziel der lijderes, zowel als op haar lichaam. Zij verheerlijkte God, gaf Hem den lof voor hare genezing, aan wie alle lof toekomt. Als gebogen zielen recht gemaakt worden, zullen zij dit tonen door God te verheerlijken.
II. De ergernis, die hieraan genomen werd door den overste van de synagoge, alsof onze Heere Jezus een snode misdaad had gedaan in de genezing dezer vrouw. Hij nam het kwalijk, omdat het op den sabbatdag was, vers 14. Men zou zo denken dat het wonder hem had moeten overtuigen, dat hier een Goddelijk werk der barmhartigheid. was geschied, en dat de omstandigheid, dat het de sabbatdag was, die overtuiging niet teniet had kunnen doen, maar welk licht is zo helder en sterk, dat een geest van dweepzucht en vijandschap tegen Christus en Zijn Evangelie der mensen ogen er niet voor zal toesluiten? Nooit was aan de synagoge, waarvan hij de overste was, zulk een eer geschied als die, welke Christus haar nu aangedaan heeft, en toch was die overste verontwaardigd er over. Wèl heeft hij de onbeschaamdheid niet gehad om met Christus te twisten, maar hij zei tot de schare, zich door hetgeen hij zei eigenlijk ongunstig uitlatende over Christus: Er zijn zes dagen, in welke men moet werken, komt dan in dezelve en laat u genezen, en niet op den dag des sabbats. Zie van hoe weinig gewicht hij de wonderen achtte, die door Christus werden gewrocht, alsof dat zaken waren, die zo maar vanzelf spraken, niets anders dan wat elke dag door kwakzalvers gedaan werd. "Gij kunt komen, en elke dag van de week genezen worden." In zijne ogen waren Christus' genezingen zeer alledaagse, onbelangrijke zaken. Zie ook hoe hij aan de wet een veel verdere strekking gaf, dan die er oorspronkelijk mede bedoeld werd, of er door een juiste uitlegging aan gegeven kon worden, door genezen of genezen worden door ene aanraking der hand, of het spreken van een woord, tot een werk te maken, dat op den sabbatdag verboden is. Dit was blijkbaar het werk Gods, en heeft God, door ons de verplichting op te leggen om op dien dag niet te werken, zich zelven ook die verplichting opgelegd? Hetzelfde Hebreeuwse woord chesid betekend Godvruchtig en barmhartig, om aan te duiden dat werken van barmhartigheid in zekeren zin ook werken der Godsvrucht zijn, 1 Timotheus 5:4, en dus zeer betamelijk op den sabbatdag. III. Hoe Christus zich rechtvaardigt in hetgeen Hij gedaan heeft, vers 15 :De Heere dan antwoordde hem, zoals Hij anderen geantwoord heeft, die met dezelfde vitterijen bij Hem waren aangekomen. Gij geveinsde. Christus, die het hart der mensen kent, kan hen wel geveinsden noemen, die door ons niet aldus genoemd mogen worden, daar het is ons aanmatiging zou zijn. Wij moeten liefderijk oordelen, en kunnen slechts oordelen naar het uitwendig aanzien. Christus wist dat hij wezenlijk vijandschap koesterde jegens Hem en Zijn Evangelie, dat hij die vijandschap slechts bemantelde met een schijn van ijver voor den sabbatdag, en dat hij, toen hij het volk zei op de zes dagen te komen om zich te laten genezen, in werkelijkheid niet wenste dat zij ooit genezen zouden worden. Christus kon hem dit hebben gezegd, maar Hij verwaardigde zich met hem te redeneren over de zaak, en:
1. Hij beroept zich op het gewone gebruik onder de Joden, dat nooit door iemand afgekeurd werd, namelijk op den sabbatdag hun vee te drenken. Het vee, dat op stal gehouden werd, werd altijd op den sabbat van de kribbe losgemaakt en heengeleid om het te laten drinken. Het zou barbaars geweest zijn om dit niet te doen, want de rechtvaardige kent het leven zijner beesten, zijner beesten, die hem dienen. Het vee op den sabbatdag latende rusten, gelijk de wet gebood, zou het erger geweest zijn dan het te laten werken, als zij het op dien dag lieten vasten, zoals de Ninevieten op hun vastendag met hun vee gedaan hebben, daar het hun verboden werd om hun vee op dien dag te laten weiden of water te laten drinken, Jona 3:7.
2. Hij past dit toe op dit geval, vers 16. "Moet aan den os en den ezel op den sabbatdag barmhartigheid worden betoond, moet aan de dieren zoveel tijd en moeite ten koste gelegd worden op elke sabbat, om losgemaakt te worden van de kribbe en, wellicht langs een verren weg, heengeleid te worden om te drinken, en dan weer teruggeleid worden, en zal dan niet deze vrouw, door slechts ene aanraking met de hand en een woord sprekens, losgemaakt worden van een veel drukkender band, en een veel grotere smart dan het voor de dieren zou zijn om een dag zonder water te blijven?" Want denk:
a. Zij is ene dochter van Abraham, op de verwantschap met wie gij allen fier zijt, zij is uwe zuster, en zal haar dan een gunst ontzegd worden, die gij aan een os en een ezel toestaat door u hiervoor een weinig vrijstelling te verlenen van de veronderstelde strengheid der wet? Zij is ene dochter Abrahams, en heeft dus recht op den zegen van den Messias, op het brood der kinderen.
b. Zij is ene, die door Satan gebonden was. Hij heeft de hand gehad in hare beproeving, en daarom was het niet slechts ene daad van barmhartigheid jegens deze arme vrouw, maar ook van Godsvrucht, om de macht des duivels te verbreken.
c. Zij is achttien jaren lang in dien beklagenswaardigen toestand geweest, en daarom moest, nu de gelegenheid er was om haar te verlossen, daar geen dag langer mede gewacht worden, zoals gij gewild had, want ieder uwer zou toch een achttienjarige beproeving wel als lang genoeg beschouwd hebben.
IV. De verschillende uitwerking, die dit had op hen, die Hem hoorden. Hij had genoegzaam bewezen, niet slechts dat het geoorloofd, maar uiterst recht en voegzaam was om deze arme vrouw op den sabbatdag te genezen, en wel openlijk in de synagoge, opdat allen getuigen zouden zijn van het wonder. Merk nu op: 1. Welk ene beschaming die was voor de boosaardigheid Zijner vervolgers: Als Hij dit zei, werden zij allen beschaamd, die zich tegen Hem stelden, vers 17. Zij waren tot zwijgen gebracht, en waren er over geërgerd, dat zij geen woord meer wisten te zeggen. Het was gene beschaming, die tot bekering leidde, maar ene, die veeleer toorn bij hen teweegbracht. Vroeg of laat zullen al de tegenstanders van Christus, van Zijne leer en Zijne wonderen, beschaamd gemaakt worden.
2. Welk een bevestiging dit was voor het geloof van Zijne vrienden, al de schare, die een beter besef had van de dingen, en onpartijdiger oordeelde dan hare oversten, verblijdde zich over al de heerlijke dingen, die van Hem geschiedden. De beschaming Zijner vijanden was de blijdschap Zijner volgelingen, de een ergerde zich over het toenemen van Zijn invloed, de ander juichte er over. De dingen, die Christus deed, waren heerlijke dingen, zij waren dit allen, en wij behoren er ons in te verblijden. Al wat tot eer is van Christus, is tot vertroosting van de Christenen.