Lukas 12:1-12
I. Wij vinden hier een zeer talrijke schare bijeengekomen, om Christus te horen prediken. De schriftgeleerden en Farizeeën zochten Hem te beschuldigen en Hem kwaad te berokkenen, maar de scharen, die niet onder de macht waren van hun vooroordelen en hun afgunst, bewonderden Hem nog, kwamen tot Hem, en deden Hem eer aan. Intussen, vers 1, terwijl hij in des Farizeeërs huis was, strijdende met hen, die Hem lagen legden, kwamen de scharen bijeen voor een namiddagpreek, een leerrede na het middagmaal, na het middagmaal bij een Farizeeër, en Hij wilde hen niet teleurstellen. Hoewel Hij in de ochtendpreek, toen zij dicht bijeen vergaderd waren, Hoofdstuk 11:29, hen strengelijk had bestraft, als "een boos geslacht, dat een teken begeert", gingen zij Hem toch opnieuw horen. Zoveel beter konden de scharen hun bestraffingen dragen, dan de Farizeeën de hun. Hoe meer de Farizeeën het volk van Christus poogden weg te drijven, hoe meer zij naar Hem toestroomden. Hier waren vele duizenden der scharen bijeen vergaderd, zodat zij elkaar vertraden in hun streven om vooraan te komen, ten einde Hem goed te kunnen horen. Het is een heerlijk gezicht om de mensen aldus ijverig tot de prediking des woords te zien komen, te zien hoe zij zich aan ongemak blootstellen en aan gevaar, liever dan een gelegenheid te missen om iets goeds te verkrijgen voor hun ziel. W ie zijn dezen, die daar komen gevlogen als duiven tot hare vensters? Jesaja 60:8. Als het net uitgeworpen is, waar zulk een grote menigte van vissen is, dan kan men hopen dat sommigen er van in het net besloten zullen worden.
II. Het onderricht, dat Hij Zijn volgelingen gaf ten aanhore van deze scharen.
1. Hij begon met een waarschuwing tegen geveinsdheid. Dit zei Hij in de eerste plaats tot Zijne discipelen. hetzij tot de twaalven, of tot de zeventigen. Dezen waren meer bijzonder Zijne pleegkinderen, Zijn gezin, Zijne school, en daarom heeft Hij inzonderheid hen gewaarschuwd als Zijn geliefde kinderen. Zij deden krachtiger belijdenis van den Godsdienst dan anderen, en geveinsdheid hierin was de zonde, waaraan zij het meest blootstonden. Zij moesten prediken voor anderen, en zo zij hun plicht verzaakten, het woord verdierven en bedrieglijk handelden, dan zou die geveinsdheid in hen slechter zijn dan in anderen. Daarenboven er was een Judas onder hen, die een geveinsde was, en Christus wist het en wilde hem hierdoor doen opschrikken, of hem elke verontschuldiging benemen. Voorzover wij weten, waren Christus' discipelen de beste mensen van de wereld, toch hadden zij het nodig om tegen geveinsdheid te worden gewaarschuwd. Christus zei dit tot de discipelen ten aanhore van deze talrijke scharen, veeleer dan het hun te zeggen in de afzondering, ten einde aan de waarschuwing groter gewicht bij te zetten, en der wereld te doen weten, dat Hij geen geveinsdheid in bescherming zou nemen, neen, ook niet in Zijn eigen discipelen. Merk hier nu op:
a. De beschrijving van de zonde, tegen welke Hij hen waarschuwt: zij is de zuurdesem der Farizeeën. Zij is zuurdesem, zij verspreidt zich als zuurdesem, dringt den gehelen mens binnen, doortrekt hem en alles wat hij doet, evenals zuurdesem doet zij opzwellen en doorzuren, want zij doet hem opgeblazen zijn van hoogmoed, maakt hem bitter door nijd en boosheid, maakt dat zijn dienst Gode niet welbehaaglijk is. Zij is de zuurdesem der Farizeeën, de zonde, die bij hen overheersend is. Wacht u van hen na te volgen, weest niet van hun geest en gezindheid, veinst niet in het Christendom, zoals zij veinzen in het Judaïsme, maakt uw Godsdienst niet tot een deksel der boosheid, zoals zij hun Godsdienst daartoe maken. b. Een goede reden hiertegen: "Want er is niets bedekt, dat niet zal ontdekt worden, vers 2, 3. Het dient nergens toe om te veinzen, want vroeg of laat komt de waarheid aan het licht, en een valse tong is maar voor een ogenblik. Indien gij in de duisternis spreekt wat u niet betaamt en niet bestaanbaar is met uw openbare belijdenis, dan zal het in het licht gehoord worden, op de een of andere wijze zal het ontdekt worden, het gevogelte des hemels zou de stem wegvoeren, Prediker 10:20, en uwe dwaasheid en valsheid zullen openbaar worden. De ongerechtigheid, die verborgen is onder een schijn van vroomheid, zal ontdekt worden, wellicht reeds in deze wereld, zoals die van Judas en Simon de tovenaar, op zijn laatst in den groten dag, wanneer de verborgen dingen der mensen openbaar zullen worden, in het gericht zullen gebracht worden, Prediker 2:14, Romeinen 2:1 6. Indien de Godsdienst der mensen niet vermag de boosheid van hun hart te overwinnen en te genezen, dan zal hij niet altijd tot een deksel kunnen dienen. De dag komt, wanneer de geveinsden van hun vijgenbladeren ontdaan zullen worden.
2. Hieraan voegt Hij voor hen den last toe om getrouw te zijn aan hetgeen hun toebetrouwd is, en het niet te verraden uit lafhartige vrees. Sommigen geven aan vers 2, 3 de betekenis van ene waarschuwing tot hen gericht, om de dingen niet te verbergen, waarin zij onderwezen waren en die zij in de wereld moesten prediken. Hetzij de mensen willen horen of niet willen horen, zegt hun de waarheid, de gehele waarheid, en niets dan de waarheid, wat tot u gesproken werd, en wat gij onder elkaar besproken hebt, in het verborgen, en in hoeken, predikt dat in het openbaar, wie er zich ook aan moge ergeren, want indien gij mensen behaagt, dan zijt gij Christus' dienaren niet, en kunt gij Hem niet behagen, Galaten 1:10. Maar dit was er nog het ergste niet van: zeer waarschijnlijk zal het een lijdende zaak zijn, hoewel nooit een zaak, die te gronde gaat, laat hen zich dus wapenen met moed, en er worden hier onderscheidene beweeggronden bijgebracht om hen te stalen in een heilige vastberadenheid voor hun werk. Bedenkt dat:
a. De macht uwer vijanden beperkt is, vers 4 :Ik zeg u, Mijnen vrienden, (Christus' discipelen zijn Zijne vrienden), vreest niet, ontrust u niet door kwellenden angst wegens de macht en de woede der mensen. Zij, die door Christus als Zijne vrienden worden erkend, behoeven geen vijanden te vrezen.
Vreest niet, neen zelfs niet voor degenen, die het lichaam doden. Laat het niet in de macht zijn van spotters, of zelfs van moordenaars, om u weg te drijven van uw arbeid, want gij, die geleerd hebt te triomferen over den dood, kunt zeggen, zelfs van hen: Laat hen het ergste doen dat zij kunnen, daarna kunnen zij niets meer doen, de onsterfelijke ziel leeft, en is gelukkig, geniet van haar God, en tart hen allen. Diegenen kunnen Christus' discipelen geen wezenlijk kwaad doen, en behoren dus niet gevreesd te worden, die slechts het lichaam kunnen doden, want zij zenden dit slechts wat eerder in de rust, en de ziel tot hare blijdschap en verlustiging.
b. God moet meer worden gevreesd dan de machtigste mensen: Ik zal u tonen wie gij vrezen zult, vers 5, opdat gij den mens minder en God meer zult vrezen. Mozes overwon zijne vrees voor den toorn des konings door te zien op den Onzienlijke. Door Christus te belijden kunt gij den toorn der mensen gaande maken, die toch niet verder gaan kunnen dan u ter dood te brengen (en zonder Gods toelating kunnen zij ook dat niet), maar door Christus te verloochenen zult gij den toorn gaande maken van God, die macht heeft u in de hel te werpen, en die macht kan niet worden weerstaan. Van twee kwaden nu kiest men het minste, en het grootste wordt gevreesd, en daarom: Ik zeg u, vreest Hem. "Het is waar", zei de vrome martelaar, bisschop Hooper, "het leven is zoet, en de dood is bitter, maar het eeuwige leven is zoeter, en de eeuwige dood bitterder". c. Het leven van goede Christenen en goede leraren is onder de bijzondere zorg der Goddelijke voorzienigheid, vers 6, 7. Om ons in tijden van moeilijkheid en gevaar te bemoedigen, moeten wij ons begeven tot de eerste beginselen en er op bouwen. Een vast geloof nu aan de leer van Gods algemene voorzienigheid zal ons geruststellen in tijden van gevaar en ons bemoedigen om op God te vertrouwen als wij op den weg des plichts zijn. In Zijn zorgende voorzienigheid neemt God kennis van de geringste schepselen, zelfs van musjes. Hoewel zij van zo weinig waarde zijn, dat vijf er van verkocht worden voor twee penningskens, is toch niet een er van voor God vergeten, er wordt voor voorzien, en er wordt kennis genomen van zijn dood. Gij gaat vele musjes te boven, en daarom kunt gij er zeker van wezen, dat gij niet wordt vergeten. Al zijt gij gekerkerd, gebannen, vergeten door uwe vrienden, zo is toch in het oog des Heeren de dood der heiligen kostelijker dan de dood van musjes. In Zijne voorzienigheid neemt God kennis van de minste belangen der discipelen van Christus, Ja, ook de haren uws hoofds zijn allen geteld, vers 7, en nog veel meer zijn uwe zuchten en tranen geteld, en de droppelen van uw bloed, dat gij om Christus' wil hebt gestort. Er wordt rekening gehouden van al uwe verliezen, opdat zij mogen, en ongetwijfeld ook zullen, vergoed worden tot uw onuitsprekelijk voordeel.
d. Gij zult in den groten dag door Christus beleden of verloochend worden, naar gij thans Hem belijdt of verloochent, vers 8, 9. Ten einde ons op te wekken om Christus te belijden voor de mensen, wordt ons verzekerd, dat-wát wij ook om onze trouw aan Hem mogen verliezen of lijden, en hoe duur het ons ook moge te staan komen, zij, die thans Christus belijden, door Hem in den groten dag beleden zullen worden voor de engelen Gods, ter hunner eeuwige vertroosting en ere. Jezus Christus zal belijden, niet alleen dat Hij voor hen heeft geleden, en dat zij het voordeel deelachtig moeten worden van Zijn lijden, maar ook dat zij geleden hebben voor Hem, en dat Zijn koninkrijk en belangen op aarde bevorderd werden door hun lijden, en wat groter eer kan hun worden aangedaan? Om ons er van terug te houden Christus te verloochenen en Zijne waarheid en wegen lafhartig te verzaken, wordt ons hier verzekerd dat zij, die Christus verloochenen en verraderlijk van Hem weggaan, een schrikkelijk verlies zullen lijden, al zouden zij er hier ook alles, ja zelfs het leven door winnen, en al was het ook een koninkrijk, want zij zullen voor de engelen Gods worden verloochend. Christus zal hen niet kennen, zal hen niet erkennen, zal hun geen gunst betonen, hetgeen hun tot eeuwige verschrikking en versmaadheid zal wezen. Door den nadruk, die hier gelegd wordt op hun beleden of verloochend worden voor de engelen Gods, schijnt het een groot deel uit te maken van de gelukzaligheid der verheerlijkte heiligen, dat zij niet slechts recht zullen staan, maar hoog zullen staan in de achting der heilige engelen, zij zullen hen liefhebben en hen eren en erkennen, indien zij Christus' dienstknechten zijn, zij zijn hun mede dienstknechten, en zullen hen aannemen als hun metgezellen. Daarentegen zal een groot deel van de rampzaligheid der verdoemde zondaren hierin gelegen zijn, dat de heilige engelen hen zullen verzaken, en de getuigen zullen zijn, niet slechts van hun schande, maar van hun ellende, want zij zullen gepijnigd worden voor de heilige engelen, Openbaring 14:10, die hun geen verlichting zullen geven.
e. De boodschap, waarop zij binnenkort uitgezonden zullen worden, was van het hoogste en uiterste gewicht voor de kinderen der mensen, tot wie zij gezonden werden, vers 10. Laat hen vrijmoedig zijn in de prediking van het Evangelie, want een zwaarder oordeel zal vallen op hen, die hen verwierpen (na de uitstorting des Heiligen Geestes, die de laatste methode zou zijn om hen tot overtuiging te brengen) dan op hen, die thans Christus zelven verwierpen en Hem tegenstonden: Gij zult grotere werken doen dan dezen, en bijgevolg zal de straf over hen, die de gaven en werkingen des Geestes in u lasteren, groter zijn. Een iegelijk, die enig woord spreken zal tegen den Zoon des mensen, zich zal stoten aan het geringe van Zijn uitwendige verschijning, en minachtend en boosaardig over Hem spreken zal, voor hem is nog verontschuldiging mogelijk: Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen. Maar aan hem, die den Heiligen Geest lastert, die de Christelijke leer lastert en boosaardiglijk tegenstaat, nadat de Heilige Geest zal zijn uitgestort, en nadat Hij getuigd heeft van Christus' verheerlijking, Handelingen 2:33, 5:32, zal het voorrecht der vergeving van zonden ontzegd worden, zij zullen geen voordeel hebben van Christus en Zijn Evangelie. Gij kunt het stof uwer voeten afschudden op hen, die alzo doen, en hen als ongeneeslijk opgeven, zij hebben de bekering en vergeving der zonden verbeurd, om welke te geven Christus verhoogd werd, en die u opgedragen zijn te prediken. De zonde was ongetwijfeld des te meer onbeschaamd en vermetel, en bijgevolg de zaak ook wanhopiger, onder het voortduren der buitengewone gaven en werkingen des Geestes in de gemeente, welke bestemd waren tot een teken den ongelovigen, 1 Corinthiërs 14:22. Er was hoop voor de zodanige, die, hoewel zij in den beginne niet door hen overtuigd werden, hen toch bewonderden, maar zij, die hen lasterden, werden verzaakt.
f. Welke beproevingen ook over hen zouden komen, zij zullen er voor bekrachtigd en met ere er door geholpen worden. vers 11, 12. De getrouwe martelaar voor Christus heeft niet slechts lijden te ondergaan, maar ook een getuigenis af te leggen, een goede belijdenis te betuigen, en hij moet dit goed doen, opdat Christus' zaak er niet onder lijde, en indien dat zijne zorg is, zo laat hem haar op God werpen. Wanneer zij u heenbrengen zullen in de synagogen, voor kerkregeerders, voor de Joodse gerechtshoven, of tot de overheden en machten, heidense heersers, regeerders van den staat, om ondervraagd te worden betreffende uwe leer, waarin zij bestaat en welke bewijzen er voor zijn, zo zijt niet bezorgd hoe of wat gij tot verantwoording zeggen zult ter uwer redding. Overlegt niet door welke kunst der welsprekendheid gij uwe rechters kunt vertederen, of door welke kunstgrepen der wet gij u kunt redden, indien het Gods wil is dat gij vrijgesproken wordt, en uw tijd is nog niet gekomen, dan zal Hij uwe vrijspraak teweegbrengen. Het zij uw doel uwen Meester te dienen, maar weest er niet om verlegen of in verwarring, want de Heilige Geest, als een Geest der wijsheid, zal u in die ure leren hetgeen gij spreken moet, en hoe gij moet spreken, zodat het ter ere is van God en Zijne zaak.