Lukas 10:38-42
In dit verhaal kunnen wij opmerken:
I. Het onthaal, dat Martha in haar huis voor Christus en Zijne discipelen heeft bereid, vers 38. Merk op:
1. De komst van Christus in het vlek, waar Martha woonde. Als zij reisden, (Christus reisde met Zijne discipelen) kwam Hij, en zij met Hem, in een zeker vlek. Dit vlek was Bethanië, nabij Jeruzalem, werwaarts Christus nu opging, en onderweg deed Hij dit vlek-of dorp- aan. Onze Heere Jezus ging het land door goed doende, Handelingen 10:38, als het ware licht der wereld Zijne stralen en Zijn invloed overal heen verspreidende. Waar Christus ook heenging, zijn Zijne discipelen met Hem gegaan. Christus heeft de landelijke vlekken en dorpen geëerd door Zijne tegenwoordigheid en gunst, en niet slechts de grote volkrijke steden, want gelijk Hij afzondering verkoos, zo heeft Hij ook armoede begunstigd.
2. Zijn ontvangst in Martha's huis: Een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis, en maakte Hem welkom, want zij was de huisverzorgster. Toen onze Heere Jezus op aarde was, was Hij zo arm, dat Hij genoodzaakt was Zijn levensonderhoud van Zijne vrienden te ontvangen. Hoewel Hij Zions Koning was, had Hij noch in, noch nabij Jeruzalem, een eigen huis. Sommigen van Zijn bijzondere vrienden beminde Hij meer dan andere vrienden, en hen heeft Hij het meest bezocht. Dit gezin nu had Hij lief, Johannes 11:5, en dikwijls heeft Hij zich zelven te gast bij hen genood. Christus' bezoeken zijn tekenen van Zijne liefde, Johannes 14:23. Er zijn de zodanige geweest, die Christus, toen Hij hier op aarde was, vriendelijk in hun huizen ontvangen hebben. Het wordt Martha's huis genoemd, want waarschijnlijk was zij weduwe, en bestuurde zij de huishouding. Hoewel het kostbaar was om Christus te onthalen, want Hij kwam niet alleen, maar nam Zijne discipelen mede, wilde zij toch op de kosten niet zien. (Hoe kunnen wij wat wij hebben beter besteden dan in den dienst van Christus!) Ja, hoewel het toen gevaarlijk begon te worden Hem te ontvangen, inzonderheid zo nabij Jeruzalem, bekommerde zij zich niet om het gevaar, waaraan zij zich om Zijns naams wil blootstelde. Ofschoon er velen waren, die Hem verwierpen, en Hem niet wilden ontvangen, was er toch ene, die Hem welkom heette. Hoewel Christus overal weersproken wordt, is er toch een overblijfsel van gelovigen, waaraan Hij dierbaar is, en dat dierbaar is aan Hem.
II. Hoe Maria, de zuster van Martha, acht gaf op het woord van Christus, vers 39.
1. Zij hoorde Zijn woord. Het schijnt, dat onze Heere Jezus zodra Hij in Martha's huis kwam, terwijl men nog bezig was met de toebereidselen voor Zijn onthaal, zich tot Zijn groot werk begaf van het Evangelie te prediken. Weldra zette Hij zich plechtig neer, want Maria zat aan Zijne voeten om Hem te horen, hetgeen aanduidt dat Hij een aaneengeschakelde redevoering hield. Een goede leerrede is er niet minder goed om wijl zij in een huis wordt uitgesproken, en de bezoeken onzer vrienden behoren zo ingericht te worden, dat zij tot geestelijk nut en voordeel dienen. Maria, dien schat in handen hebbende, zat neer om hem te gebruiken, er haar voordeel mede te doen, niet wetende wanneer zulk een gelegenheid zich ooit weer voor haar zou voordoen. Daar Christus bereid is om te spreken, moeten wij ras zijn om te horen. 2. Zij zat om te horen, hetgeen op grote aandacht wijst. Haar gemoed was kalm en zij besloot te blijven luisteren, niet nu en dan een woord op te vangen, maar alles te horen wat door Christus gesproken werd. Zij zat aan Zijne voeten, als leerlingen aan de voeten van hun leraren, als zij hun voordrachten houden, vandaar dat Paulus gezegd wordt te zijn opgevoed aan de voeten van Gamaliël. Ons zitten aan Christus' voeten, als wij Zijn woord horen, betekent ene onderworpenheid en volkomen overgave van ons zelven aan de leiding er van. Wij moeten of neerzitten aan Christus' voeten, of tot Zijn voetbank worden gemaakt, maar zo wij thans bij Hem aan Zijne voeten zitten, zullen wij weldra met Hem op Zijn troon zitten.
III. Martha's zorg over haar huislijke aangelegenheden: Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, vers 40, en dat was de reden waarom zij niet was waar Maria was-zittende aan Christus' voeten om Zijn woord te horen. Zij zorgde voor het onthaal van Christus en van hen, die met Hem gekomen waren. Wellicht had zij niet vooraf bericht ontvangen van Zijne komst en was zij niet goed voorzien van het nodige, terwijl zij toch wenste om bij die gelegenheid alles in goede orde te hebben, want niet iedere dag had zij zulke gasten. Hoofden van gezinnen weten welk een zorg en bedrijvigheid vereist worden, als er een maaltijd voor vele gasten bereid moet worden. Merk hier op:
1. Het loffelijke, dat niet voorbijgezien moet worden.
a. Hier was een prijzenswaardige eerbied voor onzen Heere Jezus, want wij hebben reden te denken, dat het niet uit zucht naar praalvertoon was, maar uit zuivere begeerte om Hem hare liefde te tonen, dat zij dit gastmaal heeft aangericht. Zij, die Christus waarlijk liefhebben, vinden dat hetgeen zij aan Hem en tot Zijne eer ten koste leggen, goed besteed is.
b. Een prijzenswaardige zorg voor haar huislijke zaken. Uit de achting, die dit gezin onder de Joden genoot, Johannes 11:19, blijkt dat zij personen waren van aanzien, toch heeft Martha het niet beneden zich geacht om zelf de hand te slaan aan het dienen in het gezin, als de gelegenheid dit meebracht. Het is de plicht van haar, die zorg hebben voor een gezin, om de gangen van haar huis te beschouwen. Praalzucht en gemakzucht zijn oorzaak, dat vele gezinnen veronachtzaamd worden.
2. Hier is ook iets verkeerds, waarop mede gelet dient te worden.
a. Zij was voor veel dienens. Zij had er haar hart op gesteld, om een luisterrijk gastmaal aan te richten, groten overvloed, grote verscheidenheid en grote nauwkeurigheid naar de wijze en gewoonte der plaats. Zij was in zorg of kommer, peri pollên diakonian -over veel dienens. Het betaamt den discipelen van Christus niet om van veel dienens te houden, om te streven naar verscheidenheid, lekkernij en overtolligheid in spijs en drank, welk nut is er in zoveel dienens, als men met veel minder toe kan?
b. Zij was er over ontrust, periespato -zij werd er door verbijsterd. Welke ook de zorgen zijn, die de voorzienigheid Gods over ons brengt, wij moeten er nooit door verbijsterd worden. Zorg is goed, en is plicht, maar ontrust of verbijsterd zijn is zonde en dwaasheid. b. Zij was bezig met veel dienens, toen zij bij hare zuster had moeten zijn, zittende aan Christus' voeten om Zijn woord te horen. Wereldlijke bezigheden worden een strik voor ons, wanneer zij ons beletten God te. dienen en goeds voor onze ziel te verkrijgen.
IV. Martha's beklag bij Christus over hare zuster Maria, wijl zij haar bij deze gelegenheid niet hielp in de huislijke bezigheden, vers 40. "Heere! trekt Gij U dat niet aan, dat mijne zuster-aan wie het even goed aangaat als aan mij, om alles in goede orde te hebben -mij alleen laat dienen? Zend haar dus weg, en beveel haar mij te komen helpen."
1. Deze klacht van Martha kan beschouwd worden als een blijk van haar wereldsgezindheid, het was de taal van haar overmatige zorg en drukte. Zij spreekt alsof zij zeer gebelgd is op hare zuster, anders zou zij Christus niet met de zaak hebben lastig gevallen. Het overmatige in wereldse zorgen en aangelegenheden is dikwijls oorzaak van onrust in het gezin en onenigheid onder familiebetrekkingen. Daarenboven zullen zij, die zelf zich zozeer bekommeren om wereldse zaken, allicht geneigd zijn hen te laken en te berispen, die dit niet doen, en terwijl zij zich zelven rechtvaardigen in hun wereldsgezindheid, en anderen beoordelen naar hun gedienstigheid voor hen in hun wereldse bezigheden, zijn zij spoedig bereid om diegenen te veroordelen, die zich aan Godsdienstige belangen wijden, alsof zij hierdoor het voornaamste, de hoofdzaak, zoals zij het noemen, veronachtzaamden. Martha, vertoornd zijnde op hare zuster, beriep zich op Christus, en wilde dat Hij zou zeggen, dat haar toorn billijk was ontstoken. Heere! trekt Gij U dat niet aan, dat mijne zuster mij alleen laat dienen? Het is alsof Christus zich soms met tedere zorg over haar had uitgelaten ten opzichte van haar rust en welzijn, en niet wilde dat zij zich zoveel moeite gaf, en dat zij daarom nu verwachtte dat Hij hare zuster zou zeggen haar te helpen. Als Martha bezorgd en ontrust is, wil zij dat Maria, en Christus, en allen ook bezorgd en ontrust zullen zijn, anders is zij niet tevreden. Zij hebben niet altijd het recht aan hun zijde, die het ijverigst zijn om zich op God te beroepen, daarom moeten wij wèl acht geven, opdat wij niet te eniger tijd zullen verwachten, dat Christus onzen onrechtvaardigen twist zal twisten. De zorgen, die Hij op ons werpt, mogen wij goedsmoeds werpen op Hem, maar niet die, welke wij ons dwaselijk zelf op den hals halen. Hij zal de beschermer zijn van de armen en benadeelden, maar niet van hen, die woelziek zijn en anderen kwellen.
2. Zij kan beschouwd worden als een afkeuring, en bijgevolg een ontmoediging van Maria's vroomheid en Godsdienstigheid. Hare zuster had er haar om moeten loven, had haar moeten zeggen dat zij wèl deed, maar in plaats hiervan, veroordeelt zij haar als tekortkomende in plichtsbetrachting. Het is niets vreemds of ongewoons dat zij, die ijverig zijn voor den Godsdienst, ontmoediging en verhindering ondervinden van degenen, die hen omringen, niet slechts tegenstand van vijanden, maar afkeuring en blaam van vrienden. David's vasten en zijn huppelen voor de ark werden hem als versmaadheid aangerekend.
V. Christus' bestraffing van Martha wegens haar overmatige zorg en bekommernis, vers 41. Zij beriep zich op Hem, en Zijn oordeel is tegen haar: Martha, Martha! gij ontrust en bekommert u over vele dingen, maar een ding is nodig.
1. Hij bestraft haar, hoewel Hij toen haar gast was. Hare verkeerdheid bestond in haar overbezorgd-zijn om Hem te onthalen, en zij verwachtte hierin door Hem gerechtvaardigd te worden, maar in plaats hiervan heeft Hij haar openlijk berispt. Zo wie Christus liefheeft, bestraft en kastijdt Hij. Zelfs zij, die aan Christus dierbaar zijn, zullen, als zij iets verkeerds doen, daar spoedig van horen. Maar Ik heb iets tegen u.
2. Toen Hij haar bestrafte, noemde Hij haar bij haar naam, Martha, want bestraffing zal dan waarschijnlijk goed doen, als zij niet in het algemeen, maar in het bijzonder gesproken wordt tegen personen en zaken, zoals Nathan David heeft bestraft: Gij zijt die man. Hij herhaald e haar naam: Martha, Martha, Hij spreekt als iemand. die in ernst is, en zeer bezorgd voor haar welzijn. Zij, die in de zorgen van dit leven verwikkeld zijn, worden er niet gemakkelijk van los gewikkeld. Hun moeten wij telkens en nogmaals toeroepen: O land. land, land! hoor des Heeren woord!
3. Hetgeen waarvoor Hij haar bestrafte, was haar ontrust en bekommerd zijn over vele dingen. Het behaagde Hem niet, dat zij dacht Hem te behagen met een rijk en overvloedig gastmaal, en met zich te kwellen om het voor Hem toe te bereiden, terwijl Hij ons wil leren om, gelijk wij niet zinnelijk moeten zijn in het gebruik dezer dingen, zo ook niet zelfzuchtig te zijn door te willen, dat anderen last en moeite zullen hebben, zo wij slechts onzen zin krijgen. Christus bestraft haar zowel om het hevige van hare zorg, ("Gij zijt bekommerd en ontrust, verdeeld en beroerd door uwe zorg"), als om het veelomvattende er van, "over vele dingen", gij strekt uwe hand uit naar vele genietingen, en zo wordt gij ontrust door vele teleurstellingen. Arme Martha, gij hebt vele dingen om u over te kwellen, en dit maakt u gemelijk en verdrietig, terwijl minder drukte evengoed ware geweest. Overmatige zorg en onrust over vele dingen in deze wereld is een verkeerdheid, die dikwijls voorkomt onder Christus' discipelen. Dit mishaagt Christus ten hoogste, en hierdoor komen zij dikwijls onder de bestraffing der Voorzienigheid Gods. Indien zij zich kwellen zonder rechte oorzaak, dan is het recht voor Hem iets over hen te beschikken, waarover zij zich kunnen kwellen.
4. Hetgeen de zonde en dwaasheid van hare zorg verzwaarde was, dat slechts een ding nodig was. Het is een lage, platte betekenis, die door sommigen hieraan wordt gegeven, namelijk dat Martha in zorg was om vele gerechten op tafel te kunnen brengen, terwijl er slechts een nodig was, een genoeg zou zijn. Een ding is nodig -henos de esti chreia. Nemen wij het in dien zin, dan geeft het ons een regel voor matigheid, geen verscheidenheid of lekkernijen te begeren, maar tevreden te zijn met een enkel gerecht, of al was het slechts met de helft, Spreuken 23:1 -3. Een gewrongen uitlegging wordt er door sommigen van de ouden aan gegeven: Slechts eenheid is nodig, in tegenstelling met verbijstering en ontroering. Er is een onverdeeld hart nodig om te kunnen acht geven op het woord, geen verdeeld hart, dat door haast en gejaagdheid heen en weer wordt gedreven zoals het hart van Martha toen was. Met het ene nodige wordt gewis bedoeld hetgeen Maria had gekozen- het zitten aan Christus' voeten om Zijn woord te horen. Zij was ontrust over vele dingen, toen zij zich met een enkele zaak had moeten bezighouden. Godsvrucht verenigt het hart, dat door de wereld was verdeeld. De vele dingen, waarover zij ontrust was, waren nodeloos, terwijl het ene, dat zij veronachtzaamde, nodig was. Martha's zorg en werk waren goed op hun eigen tijd en in hun eigen plaats, maar nu had zij iets anders te doen, dat onuitsprekelijk veel m eer nodig was, en daarom het eerst gedaan en het meest behartigd moest worden. Zij verwachtte dat Christus Maria zou laken omdat zij niet deed wat Martha deed, maar Hij laakte Martha omdat zij niet deed wat Maria deed, en wij zijn er zeker van, dat Christus' oordeel rechtvaardig is. De dag zal komen, wanneer Martha zal wensen, dat zij gedaan had wat Maria deed. VI. Christus' goedkeuring en lof van Maria wegens haar ernstige vroomheid: Maria heeft het goede deel uitgekozen. Maria zei niets om zich te verdedigen, maar daar Martha zich op den Meester beroepen heeft, wil zij zich gaarne aan Zijn oordeel onderwerpen, en hier hebben wij dat oordeel.
1. Zij heeft met recht de voorkeur gegeven aan datgene, hetwelk de voorkeur verdiende, want een ding is nodig, dat ene, dat zij gedaan heeft, namelijk zich overgeven aan de leiding van Christus, en de wet uit Zijn mond te ontvangen. Ernstige Godsvrucht is een nodige zaak. Zij is het ene nodige, want zonder haar zal niets ons goed doen, en niets anders zal met ons gaan in de andere wereld.
2. Zij had hierin goed en verstandig voor haar zelve gehandeld. Christus rechtvaardigde Maria tegenover het verwijt harer zuster. Hoe wij ook door mensen om onzen ijver en Godsvrucht gelaakt en veroordeeld worden, onze Heere Jezus zal aan onze zijde wezen: Gij, o Heere, zult voor mij antwoorden. Laat ons dan den vromen ijver van niemand veroordelen, opdat wij Christus niet tegen ons stellen, en laat ons nooit ontmoedigd zijn, als wij om onzen vromen ijver gelaakt worden, want Christus is voor ons. Vroeg of laat zal Maria in hare keus gerechtvaardigd worden, evenals alle anderen, die deze keus doen en er bij blijven Doch dit was niet alles, Hij prees haar om hare wijsheid: zij heeft het goede deel uitgekozen, want zij verkoos om bij Christus te zijn, haar deel met Hem te hebben, zij koos de betere bezigheid en het betere geluk, en sloeg een beteren weg in om Christus te eren en Hem te behagen door Zijn woord in haar hart te ontvangen, dan Martha gedaan heeft door voor Zijn onthaal in haar huis te zorgen.
Een deel met Christus is een goed deel, het is een deel voor de ziel en voor de eeuwigheid, het deel, dat Christus geeft aan Zijne gunstgenoten, Johannes 13:8, die Christus deelachtig zijn, Hebreeën 3:14, en deelgenoten zijn met Christus, Romeinen 8:17.
b. Het is een deel, dat van hen, die het hebben, nooit weggenomen zal worden. Een deel in dit leven zal voorzeker van ons weggenomen worden, op zijn laatst wanneer wij er van weggenomen zullen worden, maar niets zal ons scheiden van de liefde van Christus en van ons deel in die liefde. Mensen en duivelen kunnen het niet van ons wegnemen, en God en Christus zullen het niet wegnemen.
c. Het is de wijsheid en de plicht van een iegelijk onzer om dit goede deel te kiezen, den dienst van God te kiezen voor onze bezigheid, ons werk, en de gunst van God voor ons geluk, en een deel in Christus ter bevordering van beiden. In bijzondere gevallen moeten wij datgene kiezen, hetwelk een Godsdienstige strekking heeft, en datgene het beste achten wat het beste is voor onze ziel. Maria had de keus om of met Martha in de huiselijke zorgen te delen, en den naam te krijgen van een goede huishoudster te zijn, of aan de voeten van Christus te zitten en zich een ijverig discipelin te betonen, en door deze hare keus in het bijzonder, oordeelt Christus over hare keus in het algemeen.
d. Zij, die dit goede deel kiezen, zullen niet slechts hebben wat zij verkiezen, maar in den groten dag zal hun keus geprezen worden.