Hooglied 3:7-11
De dochters van Jeruzalem stonden de bruid te bewonderen, maar zij ziet haar lof voorbij, wordt er niet door opgeblazen, maar brengt al de eer en heerlijkheid over op Christus, en zegt haar, om haar blikken af te wenden van haar en ze te richten op Hem, beveelt Hem aan in haar achting, en begeeft er zich toe om Hem te prijzen. Hier wordt Hij driemaal Salomo genoemd, en in geheel dit lied hebben wij nog slechts driemaal die naam, Hoofdstuk 1:5, 8:11, 12. Het is Christus, die hier bedoeld wordt, Christus, die meer is dan Salomo en van wie Salomo een doorluchtig type is geweest om zijn wijsheid en zijn rijkdom en inzonderheid om zijn bouwen van de tempel.
Zij bewondert Hem om drie dingen.
I. De veiligheid van zijn bed, vers 7. Zie, het bed dat Salomo heeft het is zeer rijk en schoon, want zodanig waren de gordijnen van Salomo. Zijn bed dat boven Salomo's bed is zo lezen het sommigen. Hoewel Christus niet had waar Hij Zijn hoofd kon neerleggen, is Zijn bed toch beter dan dat van Salomo, de kerk is Zijn bed, want Hij heeft van haar gezegd: Dit is Mijne rust, hier zal Ik wonen. Het hart van de gelovigen is Zijn bed, want Hij ligt de gehele nacht tussen hun borsten, Efeziers 3:17. De hemel is Zijn bed, de rust, waartoe Hij is ingegaan, toen Hij Zijn werk volbracht had. 0, het kan bedoeld zijn van de lieflijke rust en de voldoening, die de gelovigen smaken in gemeenschap met Hem, het wordt Zijn bed genoemd omdat, hoewel wij er in toegelaten zijn het toch ons bed genoemd wordt, Hoofdstuk 1:16, is het toch Zijn vrede, die onze rust is, Johannes 14:27. Ik zal u rust geven, Mattheus 11:28. Het is het bed van Salomo, wiens naam vrede betekent, omdat in zijn dagen Juda en Israël veilig woonden onder hun wijnstok en hun vijgeboom.
Waar ze Zijn bed om bewondert is de wacht waarvan het omgeven is. Zij, die rusten in Christus, wonen niet slechts zeker (velen doen dit, die toch in het grootste gevaar zijn) maar zij wonen veilig, hun heilige kalmte is onder de bescherming van een heilige zekerheid, dit bed was omgeven door zestig helden, van de helden Israëls-en een grote menigte van stoutmoedige, dappere mannen had Davids regering voortgebracht, de mannen van de lijfwacht zijn goed gewapend, zij allen houden zwaarden, en weten hoe ze te houden, zij zijn geleerd ten oorlog, geoefend en bedreven in de krijgskunst. Zij zijn op een geschikte afstand rondom het bed geposteerd, ieder van hen heeft zijn zwaard aan zijn heup, zij zijn in een houding van verdediging, zij houden hun hand op het zwaard gereed om het te trekken op het eerste alarm, en dat wel vanwege de schrik des nachts, vanwege het gevaar dat gevreesd wordt, want het leven van vorsten, zelfs van de wijste en beste, is, naarmate het zeer kostbaar is, ook het meest blootgesteld aan gevaar, en moet dus meer bewaakt worden dan het leven van gewone personen. Of, vanwege de vrees ervoor, het besef van gevaar, dat de bruid kan hebben, zijn deze wachters gesteld tot haar voldoening, opdat zij verlost kan zijn van de vrees des kwaads, waaraan de gelovigen zelf onderworpen zijn inzonderheid des nachts, als zij onder een wolk zijn ten opzichte van hun geestelijke staat, of meer dan gewoonlijk onder enigerlei uitwendige benauwdheid. Christus zelf was in geheel Zijn onderneming onder de bijzondere bescherming van Zijn Vader, onder de schaduw van Zijn hand heeft Hij Mij bedekt, Jesaja 49:2, Hij had legioenen van engelen tot Zijn dienst. De kerk is wel bewaakt, er zijn meer met haar de tegen haar opdat niemand deze wijngaard zal beschadigen, zal God zelf hem nacht en dag behoeden, Jesaja 27:3, als de gelovigen rusten in Christus, dan zullen zij, al is het ook nacht en al hebben zij ook de schrik des nachts, toch veilig zijn, even veilig als Salomo zelf in het midden van zijn lijfwacht. Aan de engelen is bevolen dat zij hen zullen behoeden, leraren zijn aangesteld om te waken over hun ziel, en zij behoren helden te wezen, kloeke mannen, geleerd in de geestelijke strijd, houdende het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord, en hebbende dat gegord aan hun heup, altijd gereed om de vrees van Gods volk tot zwijgen te brengen in de nacht. Al de eigenschappen Gods werken voor de veiligheid van de gelovigen, zij worden door Zijn macht bewaard als in een sterkte 1 Petrus 1:5 zij zijn veilig in Zijn naam Spreuken 18:10, Zijn vrede beschermt hen, in wie hij heerst, Filipp. 4:7, en de uitwerking van gerechtigheid in hen is gerustheid en zekerheid Jesaja 32:17. Ons gevaar is van de geweldhebbers van de duisternis van deze eeuw, maar in de wapens van het licht zijn wij veilig.
II. De pracht van zijn draagkoets, vers 9, 10. Gelijk Christus en de gelovigen veilig rusten onder een genoegzame lijfwacht, zo zullen zij ook, wanneer zij als koningen in het openbaar verschijnen in hun staatsiekoetsen, in grote pracht en heerlijkheid verschijnen. Deze koets heeft Salomo zelf ontworpen en gemaakt de materialen waren zeer rijk, zilver en goud en cederhout en purper, hij maakte haar voor zichzelf, en toch maakte Hij haar voor de dochters van Jeruzalem, om haar genoegen te doen. Door die wagen of koets (het woord is nergens elders gebruikt in de Schrift), verstaan sommigen de menselijke natuur van Christus, waarin de goddelijke natuur reed als in een koets, het was een goddelijk maaksel, Gij hebt Mij het lichaam toebereid, de bouw was zeer schoon, maar wat op de bodem ervan was, was liefde, zuivere liefde voor de kinderen van de mensen. Anderen houden het voor een voorstelling van het eeuwig evangelie, waarin Christus zich als in een open koets vertoont, en waarin Hij als in een oorlogswagen triomfantelijk heenrijdt, overwinnende en opdat Hij overwonne. De pilaren, de zeven pilaren, Spreuken 9:1, zijn van zilver, want de woorden van de Heer zijn gelouterd zilver, Psalm 12:7, ja zij zijn beter dan duizenden van goud en zilver, zij is bekleed met purper, een vorstelijke kleur, al de versierselen ervan zijn geverfd in het dierbaar bloed van Christus, en dat geeft ze deze kleur, maar hetgeen de heerlijkheid ervan voltooit, is liefde, het binnenste ervan was bespreid met liefde, geen liefde van vreemden, zoals die van Salomo was in de dagen van zijn afval, maar liefde van de dochters van Jeruzalem, een heilige liefde. Zilver is beter dan cederhout, goud dan zilver, maar liefde is beter dan goud, beter dan alles, en zij wordt het laatst genoemd, want niets kan beter zijn dan dat. Het evangelie is een en al liefde. Ds. Durham past het toe op het verbond van de verlossing, het middel van onze zaligheid, zoals het beraamd was in de eeuwige raad van God en ons geopenbaard is in de Schrift. Dit is het werk van Christus, waarin de heerlijkheid van Zijn genade en liefde voor zondaren het duidelijkst gezien wordt en Hem beminnelijk en bewonderenswaardig maakt in de ogen van de gelovigen, in dit verbond wordt liefde tot hen gevoerd, en zij worden er tot de volmaaktheid van de liefde in gebracht, rijden er in triomf in, als het ware. Het is bewonderenswaardig beraamd en uitgevoerd, beide tot heerlijkheid van Christus en tot vertroosting van de gelovigen, het is in alles wel geordineerd en bewaard, 2 Samuël 23:5, het heeft pilaren, die niet kunnen wankelen, het is gemaakt van het hout van de Libanon, dat nooit kan rotten, de basis ervan is goud, het duurzaamste metaal, het bloed van het verbond, dat rijke purper, is de bedekking van deze koets door welke de gelovigen beschut zijn tegen de winden en stormen van de goddelijke toorn en de rampen en benauwdheden van deze wereld, maar het midden, het inwendige, ervan, hetgeen er alles in alles in is, is liefde, de liefde van Christus, die alle verstand teboven gaat, en waarvan de hoogte en diepte onmetelijk zijn.
III. De luister van Zijn koninklijke persoon, als Hij verschijnt in Zijn grootste pracht en heerlijkheid, vers 11.
Merk hier op: 1. De roeping aan de dochteren van Zion om zich met de heerlijkheid van koning Salomo bekend te maken. Gaat uit, en aanschouwt Hem. De menigte van de toeschouwers verhoogt de schoonheid van een optocht te paard, in Zijn evangelie openbaart Christus zich. laat ons, een ieder van ons, toevoegen aan het getal van hen, die Hem eer geven, door ons de voldoening te geven van Hem te aanschouwen. Wie moet eerbied en achting betonen aan Zions koning? Wie anders dan Zions dochters? Zij hebben reden om zich grotelijks te verheugen als Hij komt, Zacheria 9:9,10.
a. Aanschouwt Hem dan, ziet met genoegen en verlustiging op Christus in Zijn heerlijkheid, ziet op Hem met het oog van het geloof, met een vast oog, hier is een gezicht, dat waard is om gezien te worden, aanschouwt en bewondert Hem aanschouwt en bemint Hem. ziet op Hem en erkent Hem.
b. Gaat uit en aanschouwt Hem gaat weg van de wereld, als degenen die er noch schoonheid, noch voortreffelijkheid inzien in vergelijking met hetgeen in de Heer Jezus te zien is. Gaat uit uit uzelf en laat het gezicht van Zijn alles overtreffende schoonheid uw ingenomenheid met uzelf teniet doen. Gaat uit naar de plaats waar Hij te zien is, naar de straat door welke Hij heengaat, zoals Zacheus.
2. De aanwijzing, die haar gegeven wordt, om inzonderheid te letten op hetgeen zij niet iedere dag zouden zien, en dat was Zijn kroon, hetzij de gouden kroon, versierd met edelgesteenten, die hij op de dag van zijn kroning droeg, (Salomo's moeder, Bathseba, heeft hem die wel niet verkregen, maar door haar tijdig tussenbeiden treden, heeft zij er toch toe bijgedragen om haar hem te verzekeren, toen Adonia er de hand naar uitstak) of de guirlande, de kroon van bloemen en groen, samengebonden met linten, die zijn modder voor hem maakte, om de plechtigheid van zijn bruiloft op te luisteren. Misschien was de dag van de kroning van Salomo ook zijn bruiloftsdag, toen de bloemkrans, waarmee zijn moeder hem kroonde, toegevoegd was aan de kroon, waarmee zijn volk hem kroonde. Dit toepassend op Christus, spreekt het:
A. Van de velerlei eer, die Hem werd aangedaan, en de macht en heerschappij waarmee Hij bekleed is. Ga uit, en aanschouwt koning Jezus met de kroon, waarmee Zijn Vader Hem bekroond heeft, toen Hij Hem verklaarde als Zijn geliefde Zoon, in wie Hij een welbehagen heeft, toen Hij Hem als koning gesteld heeft op Zijn heilige berg Zion, toen Hij Hem verhoogd heeft aan Zijn rechterhand, en Hem bekleed heeft met souverein gezag in hemel en op aarde, en alle dingen aan Zijn voeten onderworpen heeft.
B. De oneer, Hem aangedaan door Zijn vervolgers. Sommigen passen het toe op de doornenkroon:, waarmee Zijn moeder, de Joodse kerk, Hem gekroond heeft op de dag van Zijn dood, die de dag was van Zijn bruiloft met Zijn kerk, toen Hij haar liefgehad heeft en zichzelf voor haar heeft overgegeven Efeziers 5:25, en het is opmerkelijk dat Pilatus toen hij Hem uitbracht, dragende de doornenkroon, zei tot de dochters van Zion: Ziet de mens.
C. Het schijnt inzonderheid te bedoelen de eer, die Hem wordt aangedaan door Zijn kerk als Zijn moeder, en door alle ware gelovigen in wier hart Hij geformeerd is, en van wie Hij gezegd heeft: deze zijn Mijne moeder en mijne broeders, Mattheus 12:49. Zij geven Hem de eer van Zijn onderneming, Hem is de heerlijkheid in de gemeente, Efeziers 3:21. Als de gelovigen Hem aannemen als de hunne, en zich met Hem verbinden in een eeuwig verbond: a. Dan is het Zijn kroningsdag in hun ziel voor hun bekering kroonden zij zichzelf maar dan beginnen zij Christus te kronen, en van die dag af gaan zij daarmee voort, zij stellen Hem tot hun hoofd, zij leiden iedere gedachte in gehoorzaamheid aan Hem, zij richten Zijn troon op in hun hart, en werpen hun kronen aan Zijn voeten.
b. Dan is het Zijn bruiloftsdag, waarop Hij hen voor eeuwig ondertrouwt in goedertierenheid en genade, hen aan zich verbindt in geloof en liefde, en zich aan hen geeft in de beloften en in alles wat Hij heeft om de hunne te zijn, gij zult niet van een ander zijn, en zo zal Ik voor u zijn, Hosea 3:3, en aan Hem worden zij als reine maagden voorgesteld
c. Dan is het de dag van de vreugde van Zijn hart. Hij is blij met de eer, die Zijn volk Hem aandoet, blij met de bevordering van Zijn belangen onder hen. Valt Satan voor hun aangezicht neer? Op die ure verheugt zich Jezus in de geest, Lukas 10:18, 21. Dan is er blijdschap in de hemel over zondaren, die zich bekeren, het gezin is blij als de verloren zoon terugkeert. Gaat uit en aanschouwt Christus genade jegens zondaren, als Zijn kroon, Zijn grootste heerlijkheid.