1 Corinthiërs 3:11-15
De apostel zegt ons hier welk fondament hij gelegd heeft als grondslag van al zijn arbeid onder hen: Jezus Christus, de uiterste hoeksteen, Efeze 2:20. Op dit fondament bouwen alle getrouwe dienaren van Christus. Op dezen rotssteen vestigen alle Christenen hun hoop. Zij, die hun hoop op den hemel op een ander fondament stichten, bouwen op zand. Niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. De leer van onzen Zaligmaker en Zijne verzoening is de voorname grondslag van het Christendom. Zij is de bodem en het fondament van al het andere. Neem dat weg, en ge vernietigt al onze vertroosting en laat ons geen fondament voor onze hoop als zondaren. Het is in Christus alleen dat God was de wereld met zich zelven verzoenende, 2 Corinthiërs 5:19. Maar zij, die het fondament behouden en de leer dat Christus de Middelaar Gods en der mensen is, omhelzen, splitsen zich in twee soorten.
I. Sommigen bouwen op dat fondament goud, zilver en kostelijke stenen, vers 12, namelijk zij, die de zuivere waarheden des Evangelies aannemen en verkondigen, die niets vasthouden en prediken dan de waarheid zoals zij is in Jezus. Dat is goed bouwen op een goed fondament, wanneer dienaren niet alleen op Christus steunen als de grote profeet der kerk en Hem aannemen als hun gids en onfeilbaren leraar, maar de leer, welke Hij onderwees, aannemen en verbreiden in al haar zuiverheid, zonder enig bedorven inmengsel, zonder er iets bij te voegen of af te doen.
II. Anderen bouwen hout, hooi en stoppelen op dit fondament, dat is: ofschoon zij het fondament erkennen, wijken zij in vele opzichten van den zin van Christus af. Zij stellen hun eigen inbeeldingen en uitvindingen in plaats van Zijn leringen en instellingen en bouwen op het goede fondament veel, dat de proef niet doorstaan zal als de dag der toetsing gekomen is, en het vuur zal het openbaar maken, want hout, hooi en stoppelen zullen de vuurproef niet doorstaan kunnen, maar er door verteerd worden. Eens iegelijks werk zal openbaar worden, zal voor het gezicht blootgelegd worden, voor zijn gezicht en dat van anderen. Sommigen zullen in den eenvoud huns harten hout en stoppelen bouwen op het goede fondament, en niet eens weten wat ze gedaan hebben, maar in den dag des Heeren zullen ze hun werk in zijn eigen licht zien. Eens iegelijks werk zal openbaar worden voor hem zelven en voor anderen, zowel voor hen, die door deze bouwheren misleid zijn, als voor hen, die aan hun dwalingen mochten ontsnappen. Thans kunnen we ons in ons zelven en in anderen vergissen, maar er komt een dag, die aan alle vergissingen een einde maakt, en ons ons zelven en onze daden in het rechte licht doet zien, zonder bedekking of misleiding. Want de dag zal het verklaren (dat is: ieders werk), dewijl het door vuur ontdekt wordt, en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven, vers 13. De dag zal het verklaren en blootleggen, de laatste dag, de grote dag des oordeels, Hoofdstuk 4:5. Sommigen echter verstaan dat van den tijd, waarin het Joodse volk zou verstrooid worden en daardoor zijn instelling vernietigd, wanneer de bovenbouw, welken Judese leraren op het fondament des Christendoms gesticht hadden, zou blijken niet meer te zijn dan hout, hooi en stoppelen, die de proef niet weerstaan konden. De uitdrukking verwijst duidelijk naar de kunst des smelters, waardoor het vuur het schuim van het goud en het zilver wegneemt en afscheidt. Zo zullen goud, zilver en kostelijke stenen het vuur doorstaan, maar hout, hooi en stoppelen zullen er van gescheiden en door het vuur verteerd worden. Merk op: er komt een dag die zo nauwkeurig den enen mens van den anderen, het werk des enen van dat des anderen, zal afscheiden als het vuur goud van vuil afscheidt, en metaal dat het vuur doorstaan kan van andere dingen, die er door verteerd worden. In dien dag: 1. Zullen de werken van enigen de proef doorstaan. Het zal openbaar worden dat zij niet alleen het fondament behielden, maar dat zij er ook regelmatig en deugdelijk op bouwden, met goede bouwstoffen en op de voorgeschreven wijze. Fondament en bovenbouw maakten een geheel uit. De grondwaarheden en datgene, wat er mede in verband staat, werden tezamen onderwezen. Het is wellicht nu zo gemakkelijk niet om dat verband te onderkennen of te weten wiens werk tegen de proef bestand zal zijn, maar die dag zal het ten volle openbaren. Zulk een bouwheer zal en kan de beloning niet ontgaan. Hij zal in dien dag prijs en eer hebben en daarna eeuwige beloning. De getrouwheid van de dienaren van Christus zal volledige en nauwkeurige vergelding in de toekomst ontvangen. Zij, die zuiveren en waren godsdienst verbreid hebben en wier werk zal blijven bestaan, zullen hun loon ontvangen. En de Heere weet hoe groot, hoe ver boven alle verwachting!
2. Er zijn anderen, wier werk zal verbrand worden, vers 15, wier verdorven denkbeelden en leerstellingen, of ijdele uitvindingen en gewoonten in den dienst Gods, zullen worden ontdekt, afgekeurd en verworpen in dien dag, eerst openbaar worden als bedorven, daarna door God afgekeurd en verworpen. Die grote dag zal alle maskers afrukken en de dingen tonen zoals ze zijn. Hij wiens werk verbrand wordt zal schade lijden. Zo hij op het goede fondament hout, hooi en stoppelen gebouwd heeft zal hij schade lijden. Zijn zwakheid en onzuiverheid zal zijne heerlijkheid verminderen, ofschoon hij over het algemeen een eerlijk en oprecht Christen moge geweest zijn. Dit deel van zijn werk zal verloren gaan, en hem geen voordeel aanbrengen, alhoewel hijzelf behouden wordt. Merk op: Zij, die het fondament des Christendoms behouden, maar er hout, hooi en stoppelen op bouwen, zullen behouden worden. Dit moge helpen om onze liefde te vermeerderen. Wij mogen de mensen niet om hun zwakheid verwerpen, want niets behalve goddeloosheid doet verloren gaan. Hij zal behouden worden, doch alzo als door vuur, uit het vuur gerukt. Hij zelf wordt uit de vlam gegrepen, die zijn werk verteert. Dit toont aan dat het moeilijk zijn zal voor hen, die het Christendom bederven en beroven, om zalig te worden. God zal geen verschoning voor hun werken hebben, ofschoon Hij hen als brandhouten uit het vuur rukt. In deze uitspraak van de Schrift meenden de Roomsen hun leer van het vagevuur gevonden te hebben, welke zeker hooi en stoppelen is, ene leer, die nooit oorspronkelijk aan de Schrift ontleend is, maar uitgevonden in donkeren tijd, om de gierigheid en eerzucht van de geestelijkheid te voeden, en hen te vleien, die voor de zaligheid hunner zielen liever van hun geld dan van hun hartstochten afstand deden. Ze heeft met dezen tekst niets uitstaan.
A. Omdat er duidelijk sprake is van een zinnebeeldig, niet van een werkelijk vuur, want hoe zou een werkelijk vuur godsdienstige gebruiken en leerstellingen kunnen verteren?
B. Omdat dit vuur zal beproeven hoedanig eens iegelijks werk is, doch het vuur des vagevuurs zou geen proefneming op de werken der mensen zijn, maar hun straf. Het wordt gezegd te dienen voor verzoening van vergeeflijke zonden, die gedurende het aardse leven niet geboet zijn.
C. Omdat dit vuur eens iegelijks werk zal beproeven, zowel van Paulus en Apollos, als van de anderen. Nu, geen der Roomsen zal den moed hebben te zeggen dat de apostelen door het vagevuur moeten gaan!