Hooglied 2:3-7
I. De bruid looft haar liefste en stelt Hem boven alle anderen. Als een appelboom onder de bomen van het woud, die misschien niet zo hoog wordt, noch zijn takken zo wijd uitspreidt als sommige andere bomen, maar nuttig en dienstig is voor de mens, aangename en nuttige vruchten opleverende, terwijl de andere bomen van weinig nut zijn, neen, zelfs de cederen niet, voordat zij omgehakt zijn, zo is mijn liefste onder de zonen, zover overtreft Hij hen allen, al de zonen van God, de engelen op Hem werd een eer gelegd, die nooit voor hen bestemd was Hebreeën 1:4, al de zonen van de mensen, Hij is schoner, hoever overtreft Hij allen, zelfs de schoonsten en besten onder hen, Psalm 45, 3. Noem welk schepsel gij wilt en gij zult bevinden dat Christus de voorrang heeft boven hen allen. De wereld is een onvruchtbare boom voor een ziel, Christus een vruchtbare.
II. Zij gedenkt aan de overvloedige vertroosting, die zij gesmaakt heeft in gemeenschapsoefening met Hem. Zij zat neer bij Hem met grote zielsverlustiging, zoals herders soms rust nemen en zich met elkaar onderhouden onder een boom. Zij vond er een dubbel voordeel in om zo nabij de Heer Jezus neer te zitten.
1. Een verkwikkende schaduw. Ik zat neer onder Zijn schaduw, om door Hem beschut te worden tegen de verschroeiende hitte van de zon om koel te worden, en aldus enige rust te genieten. Christus is voor de gelovigen als de schaduw van een grote boom, ja van een zware rotssteen in een dorstig land, Jesaja 32:2, 25:4. Als een arme ziel verschroeid en verschrompeld is door overtuiging van zonde en de verschrikkingen van de wet, zoals David, Psalm 32:4, vermoeid is door de moeite en benauwdheden van deze wereld, zoals Elia toen hij onder de jeneverboom zat, 1 Koningen 19:4, dan vinden zij datgene in Christus, in Zijn naam, Zijn genade, Zijn vertroostingen en Zijn werk voor arme zondaren, hetwelk hen verkwikt en opwekt en hen voor bezwijken behoedt, zij, die vermoeid en belast zijn, kunnen in Christus rust vinden. Het is niet genoeg om voorbij deze schaduw te gaan, wij moeten er onder neerzitten, hier zal ik wonen, want ik heb het begeerd, en wij zullen bevinden dat die boom niet is zoals Jona's jeneverboom, die spoedig verdord was en hem aan de hitte liet blootgesteld, inwendig zowel als uitwendig, maar als de boom des levens, welks bladeren niet alleen waren ter beschutting, maar tot genezing van de volken. Wij moeten onder deze schaduw met grote lust nederzitten, volkomen vertrouwen stellen in de bescherming en beschutting ervan, zoals Richteren 9:15, en een volkomen verlustiging vinden in de verkwikking ervan. Maar dat is nog niet alles.
2. Hier is aangename, voedzame spijs, deze boom laat zijn vruchten vallen voor hen, die onder zijn schaduw zitten, en zij zijn welkom om ze te eten, en zij zullen bevinden dat zij hun gehemelte zoet zijn, wat zij ook voor anderen zijn mogen, de gelovigen hebben gesmaakt dat de Heer Jezus goedertieren is, 1 Petrus 2:3. Zijn vruchten zijn al de dierbare voorrechten van het Nieuwe Testament, verkregen door Zijn bloed en meegedeeld door Zijn Geest. Beloften zijn zoet voor de gelovige, ja en ook bevelen zijn dit. Ik heb een vermaak in de wet Gods naar de inwendigen mens. Vergeving van zonde is zoet, en vrede van de consciëntie is zoet verzekeringen van Gods liefde, blijdschap van de Heilige Geest, de hoop op het eeuwige leven en de tegenwoordige voorsmaak en het onderpand ervan zijn zoet, alleen zoet voor hen, wier geestelijke zintuigen geoefend zijn. Als wij geen smaak meer hebben in de genietingen van de zonde dan zullen goddelijke vertroostingen ons gehemelte zoet wezen, ja zoeter dan honing en honingzeem. III. Zij erkent zich verplicht aan Jezus Christus voor al de weldaden en de vertroostingen, die zij had in gemeenschap met Hem, vers 4. Ik zat onder de appelboom, blij om daar te zijn maar Hij liet mij toe, ja Hij drong mij, in nog inniger gemeenschap met Hem: Kom in, gij gezegende des Heeren, waarom zoudt gij buiten staan. Hij bracht mij in het wijnhuis, de plaats waar Hij Zijn bijzondere vrienden onthaalde, van lagere naar hogere trappen van vertroosting, van de vruchten van de appelboom naar de nog edeler vruchten van de wijnstok. Aan Hem, die de goddelijke genietingen, die hij heeft waardeert, zal meer gegeven worden. Eén van de rabbijnen verstaat onder het wijnhuis de tabernakel van de vergadering, waar de verklaring van de wet werd gegeven, en dan voorzeker kunnen wij het toepassen op de christelijke vergaderingen, waar het evangelie wordt gepredikt en de evangelie-inzettingen worden bediend, inzonderheid het avondmaal des Heeren, die maaltijd met wijn, inzonderheid het innerlijke van die inzettingen, de gemeenschap met God erin.
Merk op:
1. Hoe zij ingeleid werd. "Hij voerde mij, werkte in mij de neiging om tot God te naderen, hielp mij heen over mijn ontmoedigingen, nam mij bij de hand, voerde en leidde mij, en gaf mij toegang met vrijmoedigheid tot God als een Vader", Efeziers 2:18. Wij zouden nooit in het wijnhuis gekomen zijn, nooit bekend zijn geworden met geestelijke genietingen, indien Christus er ons niet in gevoerd had door een nieuwe en levende weg voor ons te openen, en in ons een nieuwe en levende fontein te openen."
2. Hoe zij onthaald werd: de liefde is Zijn banier over mij, Hij bracht mij binnen met ontrolde banier boven mijn hoofd, niet als één over wie Hij juichte, maar in wie Hij juichte, en die Hij altijd met Hem en in Hem doet triomferen, 2 Corinthiers 2:14. Het evangelie wordt vergeleken bij een banier, Jesaja 11:12, en wat op deze banier is voorgesteld, er op geschreven is in letters van goud, in letters van bloed, is liefde, liefde, en dit is het onthaal in het wijnhuis. Christus is de overste leidsman van onze zaligheid, en al Zijn krijgsknechten schaart Hij onder de banier van liefde, daarin hebben zij hun middelpunt, daarop moeten zij voortdurend het oog hebben om er door bezield en aangevuurd te worden, de liefde van Christus moet hen dringen om manmoedig te strijden. Als een stad werd ingenomen, dan richtte de overwinnaar er zijn standaard in op. "Hij heeft mij overwonnen door Zijn liefde overwonnen door Zijn goedheid en vriendelijkheid, en dat is Zijn banier over mij." Daarvan spreekt zij als van hetgeen zij vroeger had ervaren, en zij gedenkt er aan met zielsverlustiging. Het gegeten brood moet niet vergeten worden, maar met dankbaarheid aan God herdacht worden, die ons in deze woestijn met manna heeft gespijzigd.
IV. Zij belijdt haar sterke genegenheid en innige, vurige liefde voor Jezus Christus, vers 5. Ik ben ziek van liefde, ik ben er door overweldigd. David geeft hier een verklaring van, als hij zegt: "Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen," Psalm 119:20, en vers 81, "mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil", bezwijkt van zorg om het vast en zeker te maken, en vrees van er in achter te blijven. De bruid was nu misschien afwezig van haar liefste, wachtende op Zijn terugkomst en zij kan de smart van het uitstel niet dragen. O hoeveel beter is het met de ziel, als zij ziek is van liefde voor Christus, dan wanneer zij oververzadigd is met de liefde van deze wereld! Zij roept om hartsterkingen: "Ondersteunt gijlieden mij met de flessen, of met balsems, of met bloemen, met iets dat opwekkend is, versterkt mij met de appelen, met de vruchten van die appelboom, namelijk Christus, vers 3, met de verdienste en het middelaarschap van Christus en de bewustheid van Zijn liefde voor mijne ziel." Zij, die ziek zijn van liefde voor Christus zullen geen gebrek hebben aan geestelijke ondersteuning, terwijl zij nog wachtende zijn op geestelijke vertroostingen.
V. Zij ervaart de kracht en de tederheid van de Goddelijke genade, haar ondersteunend in haar tegenwoordige zwakheid, vers 6. Hoewel Hij zich teruggetrokken scheen te hebben, wat Hij toch zelfs toen bevonden een krachtige hulp te zijn in benauwdheid
1. Om de van liefde zieke ziel te ondersteunen en haar voor bezwijken te behoeden. Zijn linkerhand is onder mijn hoofd, vers 6, om het op te houden, ja als een hoofdkussen om het er gemakkelijk op neer te vlijen." David ervoer dat Gods hand hem ondersteunde toen zijn ziel God achteraan kleefde, Psalm 63:9, en toen Job in een toestand van verlatenheid was, bevond hij dat God kracht in hem legde, Job 23:6. Al Zijn heiligen zijn in Zijn hand, die tederlijk hun smartend hoofd vasthoudt.
2. Om de van liefde zieke ziel aan te moedigen om op Zijn terugkomst te blijven wachten "Want intussen omhelst mij Zijn rechterhand, en hierdoor geeft Hij mij de ontwijfelbare zekerheid van Zijn liefde." De gelovigen zijn al hun kracht en vertroosting verschuldigd aan de ondersteunende linkerhand en de omhelzende rechterhand van de Heer Jezus.
Vl. Bevindende dat haar liefste haar aldus nabij was, is zij in zorg dat haar gemeenschap met Hem niet gestoord zal worden, vers 7. Ik bezweer u, gij dochteren Jeruzalems. Jeruzalem, de moeder van ons allen, bezweert al haar dochteren, de kerk bezweert al haar leden, de gelovige ziel bezweert al haar gaven en vermogens, de bruid bezweert zichzelf en allen die haar omringen, de liefde niet op te wekken, noch wakker te maken, totdat het Hem behaagt, nu Hij slaapt in haar armen, gelijk zij ondersteund was door de Zijne, vers 6. Zij bezweert hen dit bij de reeën of bij de hinden des velde, bij alles wat lieflijk is in hun ogen, en hun dierbaar is, zoals de lieflijke hinde en de aangename ree. "Mijn liefde is dierbaarder aan mij, dan deze aan u kunnen zijn, en zal, evenals zij, door een klein gedruis worden gestoord." Zij, die de lieflijkheid ervaren van gemeenschap met Christus en de merkbare tekenen van Zijn liefde, kunnen niet anders dan er de voortduur van begeren, Petrus had tabernakelen willen maken op de berg, Mattheus 17:4.
1. Maar Christus zal, als het Hem behaagt, deze buitengewone mededelingen van zichzelf doen ophouden, want Hij is vrij, en, evenals de wind, blaast de Geest waar en wanneer Hij wil, en het betaamt ons in Zijn wil en welbehagen te berusten.
2. Maar wij moeten niets doen, dat Hem er toe zou kunnen brengen om zich terug te trekken en Zijn aangezicht te verbergen. Wij moeten zorgvuldig waken over ons hart, en zelfs de gedachte onderdrukken, die Zijn goede Geest smart zou kunnen aandoen. Laat hen, die vertroosting hebben, bevreesd zijn om haar te verkondigen.