Bijbelstudie
Boeken
2 Thessalonicenzen 2
Statenvertaling
1
2
3
1
EN wij bidden u, broeders,
1
door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus en
2
onze toevergadering tot Hem,
2
a
Dat gij niet haastelijk
3
bewogen wordt
4
van verstand, of
5
verschrikt, noch
6
door geest, noch
7
door woord, noch
8
door zendbrief als van ons
geschreven
, alsof
9
de dag van Christus aanstaande ware.
3
Dat u niemand
10
verleide in enigerlei wijze; want
11
die komt niet
b
tenzij dat eerst
12
de afval gekomen is, en
dat
13
geopenbaard is
14
de mens der zonde,
15
de zoon des verderfs,
4
Die zich
16
tegenstelt en
17
verheft boven al wat God genaamd of
als God
geëerd wordt, alzo dat hij
18
in den tempel Gods
19
als een God zal zitten,
c
20
zichzelven vertonende dat hij God is.
5
Gedenkt gij niet dat ik nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
6
En nu, wat
21
hem
22
wederhoudt,
23
weet gij, opdat hij geopenbaard worde
24
te zijner eigen tijd.
7
Want
25
de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk
26
die hem nu wederhoudt,
die zal
hem wederhouden
, totdat
27
hij
28
uit het midden zal
weggedaan
worden.
8
En
29
alsdan zal
30
de ongerechtige
31
geopenbaard worden,
d
denwelken de Heere
32
verdoen zal
33
door den Geest Zijns monds, en tenietmaken
34
door de verschijning Zijner toekomst;
9
Hem,
zeg ik,
35
wiens toekomst is
e
naar de werking
36
des satans,
f
37
in alle kracht en tekenen en
38
wonderen der leugen,
10
En in
39
alle
40
verleiding der onrechtvaardigheid
g
in degenen die verloren gaan,
41
daarvoor dat zij
42
de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.
11
h
En daarom zal
43
God hun zenden een kracht der dwaling,
i
dat zij de
44
leugen zouden geloven;
12
Opdat zij allen
45
veroordeeld worden die
46
de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de
47
ongerechtigheid.
13
Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God
48
van den beginne verkoren heeft tot zaligheid,
49
in heiligmaking des Geestes en
50
geloof der waarheid;
14
Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie,
51
tot verkrijging der heerlijkheid van onzen Heere Jezus Christus.
15
Zo dan, broeders, staat
vast
k
en houdt
52
de inzettingen die u geleerd zijn, hetzij
53
door
ons
woord, hetzij door onzen zendbrief.
16
En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft
54
een eeuwige vertroosting en
55
goede hoop
56
in genade,
17
Vertrooste uw harten, en
l
versterke u in alle
57
goed woord en werk.