Exodus 5:10-14
Farao's bevelen worden hier ten uitvoer gebracht, stro wordt geweigerd, maar het werk wordt niet verminderd.
1. De Egyptische aandrijvers waren zeer streng. Daar Farao ongerechtige inzettingen ingezet heeft, zijn de aandrijvers gereed de moeite aan te doen die hij had voorgeschreven. Wrede vorsten zullen nooit gebrek hebben aan wrede werktuigen, die hen rechtvaardigen ook in wat het meest onredelijk is. Deze aandrijvers drongen er op aan, dat dagelijks dezelfde. hoeveelheid werk geleverd zou worden, als toen er stro was, vers 13. Zie hoe nodig het ons is te bidden verlost te worden van de ongeschikte en boze mensen, 2 Thessalonicenzen 3:2. De vijandschap van het zaad van de slang tegen het zaad van de vrouw is zo heftig, dat zij door al de wetten van de rede, van de eer, van de menselijkheid en heel gewone rechtvaardigheid heen breekt.
2. Hierdoor werd het volk verstrooid over het hele land van Egypte, om stoppelen te verzamelen, vers 12. Hierdoor werd Farao's onrechtvaardige en barbaarse behandeling aan iedereen in het koninkrijk bekend en werd misschien het medelijden van al hun buren met hen opgewekt, zodat Farao's regering zelfs zijn eigen onderdanen minder welgevallig werd, welwillendheid wordt nooit verkregen door vervolging.
3. De Israëlietische ambtlieden in het bijzonder werden erg hard behandeld, vers 14. Die de vaders waren van de huizen Israëls, hebben die eer duur moeten betalen, want direct van hen werd de dienst geëist, en zij werden geslagen, als die diensten niet volbracht waren. Zie hier:
a. Hoe treurig een zaak slavernij is, en hoeveel reden wij hebben om God te danken, dat wij een vrij volk zijn, en niet verdrukt worden. Vrijheid en eigendom zijn kostbare juwelen in de ogen van hen, van wie diensten en bezittingen afhankelijk zijn van de genade van een willekeurige macht.
b. Welke teleurstellingen wij dikwijls ondervinden, nadat er hoop in ons opgewekt werd. De Israëlieten waren nu onlangs aangemoedigd om op bevrijding te hopen, maar zie, zij zijn in nog grotere benauwdheid. Dit leert ons, dat wij ons altijd moeten verheugen met beving.
c. Welke vreemde maatregelen God soms neemt, om Zijn volk te verlossen, dikwijls brengt Hij hen in de uiterste nood juist op tijd, dat Hij voor hun verlossing verschijnt. De laagste eb gaat de hoogste vloed vooraf, en zeer bewolkte morgens brengen gewoonlijk de mooiste helderste dagen, Deuteronomium 32:36. Gods tijd om te helpen is wanneer de zaken op het slechtst zijn, en Gods voorzienigheid maakt de paradox tot waarheid: Hoe erger, hoe beter.