Exodus 37:25-29
1. Wij hebben hier het maken van het reukaltaar, waarop dagelijks reukwerk gebrand moest worden, hetgeen beiden de gebeden van de heiligen en de voorbede van Christus aanduidt, aan welke het welbehaaglijke van hun gebeden en de verhoring er van te danken zijn. De ringen en handbomen en al het toebehoren van dit altaar waren met goud overtrokken, en al het vaatwerk van de tafel en de gereedschappen van den kandelaar waren van goud, want die werden gebruikt in het heilige. God is de beste, en wij moeten Hem dienen met het beste, dat wij hebben, maar het beste, waarmee wij Hem in Zijn voorhoven op aarde kunnen dienen, is slechts als koper, vergeleken bij het goud-de zondeloze en vlekkeloze volmaaktheid, waarmee Zijn heiligen Hem zullen dienen in Zijn heilige plaats hierboven.
2. Het bereiden van het reukwerk, dat op dit altaar gebrand moest worden, en de heilige zalfolie, vers 29, naar dit apothekerswerk, Hoofdstuk 30:22. enz. God heeft aan Bezaleël ook deze kunst geleerd, zodat hij, hoewel hij er tevoren niet mede bekend was, deze dingen toch naar apothekerswerk bereidde, even bekwaam en nauwkeurig alsof hij voor dit beroep was opgeleid. Waar God wijsheid en genade geeft, daar zal het de mens van God volmaakt doen zijn, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.