Exodus 36:8-13
Het eerste werk, waarmee zij begonnen, was de bouw van het huis, dat moet gedaan worden, eer er de meubilering van kan geschieden. Dit huis was niet van hout en steen gemaakt, maar van gordijnen, kunstig geborduurd en aan elkaar gevoegd. Dit diende om een type te wezen van den toestand van de kerk in deze wereld, het paleis van Gods koninkrijk onder de mensen.
1. Hoewel zij op aarde is, is zij toch niet gegrond in de aarde, zoals een huis, neen, Christus' koninkrijk is niet van deze wereld, noch er in gegrond.
2. Zij is gering en beweegbaar en in een toestand van strijd. Herders wonen in tenten, en God is de Herder van Israël. Krijgslieden verblijven in tenten, en de Heer is een krijgsman, en Zijn kerk marcheert door het land van een vijand, en moet zich al strijdende een weg banen. De koningen van de aarde mengen zich met de ceder, Jeremia 22:15, dat is: wonen in huizen van cederhout, maar de ark van God was slechts onder gordijnen gehuisvest.
3. Maar er is een schoonheid in heiligheid, de gordijnen waren geborduurd, en zo is de kerk van God versierd met de genadegaven van de Geest, een kleding van gouden borduursel, Psalm 45:14.
4. De onderscheidene vergaderingen van gelovigen zijn verenigd tot een lichaam, en zoals hier, worden zij allen tot een tabernakel, want er is één Heere, één geloof en één doop.