9. a) Gij zult ook de voorhof 1) van de tabernakel maken, een open ruimte rondom het (
hoofdstuk 26) beschrevene, uit hout en vier bedeksels bestaande, in het heilige en allerheilige verdeelde heiligdom, namelijk: aan de zuidhoek zuidwaarts, zullen aan de voorhof behangselen zijn van fijn getweernd linnen; de lengte van een zijde zal honderd el zijn.
a) Exodus 38:9
1) Er waren twee voorhoven van het Heilige gescheiden, de ene, de priesterlijke en de andere, de algemene, voor het gehele volk. Aan het eerste waren de kamers verbonden, waarin de Levieten, de bewaarders van de tabernakel, verblijf hielden. Daarom wordt ook dikwijls van voorhoven melding gemaakt, als in het meervoud, en het meest in de Psalmen (65:5; 84:2; 92:14; 96:8).
Hier wordt gehandeld over de voorhof van het volk, waar de offerdieren werden geofferd, de gebeden werden opgezonden, en God verzoening werd aangebracht. Op deze wijze werd de toestand van de mens aan de Israëliet getoond, omdat zij werden verhinderd om in het innerlijke van de tempel te komen. Tegelijk werden zij vermaand, dat de mensen, hoewel onwaardig en verwerpelijk, door God werden toegelaten, indien zij slechts als smekelingen kwamen en in die ootmoed, welke betaamt, Hem zochten, gedachtig zijnde aan hun onwaardigheid. Hierdoor de troost, waarvan David spreekt (Psalm 84:11): Liever verkies ik te wonen in de voorhoven van de Heere, dan in de schitterende tenten van de goddelozen..
De voorhof, was die ruime open vlakte, aan vier zijden door houten stijlen met handbomen bevestigd, afgesloten, welke een zinnebeeld was van de wereld, voor zover deze onder de roeping van het Evangelie leeft, en daardoor afgesloten is van de heidenwereld, die God niet kent. Door die voorhof was Israël afgescheiden van de volkeren, gelijk wij en onze kinderen van de heidenwereld afgescheiden zijn door de doop; waarom in het doopformulier dan ook gevraagd wordt: "Of gij niet gelooft en belijdt, dat uw kinderen in Christus geheiligd zijn," enz.; dat wil zeggen: of gij niet gelooft en belijdt, dat uw kinderen door Christus binnen de voorhof van de roeping gebracht zijn (want heiligen betekent afzonderen tot gebruik of ten dienste van God), en van die afzondering in de doop het van Christus ingestelde teken moeten ontvangen, gelijk niemand binnen Israëls voorhof komen mocht, dan die het teken van de roeping, dat is de besnijdenis, ontvangen had..