37. Gij zult hem ook zeven lampen 1) maken, op de zes einden van de nevenrieten en op dat van het hoofdriet, en men zal zijn lampen aansteken, en doen lichten aan zijn zijden; de priesters zullen er zorg voor dragen, dat deze lampen branden, en alzo zullen de armen geplaatst worden dat het licht is aan beide zijden van de kandelaar; zij zullen dat licht werpen naar de zijde, waar de tafel van de toonbroden staat, waarmee (
hoofdstuk 26:35) deze kandelaar in nauwe betrekking staat.
1) In het Hebreeuws Neroth, LXX lucnov. In het Nieuwe Testament wordt dit woord altijd door kaars vertaald, behalve in 2 Petrus 1:9, waar het door licht wordt overgezet. De lampen waren niet als vast aan de kandelaar verbonden, maar werden erop gezet..