2 Samuël 10:15-19
1. Hier is een nieuwe poging van de Syriërs om hun verloren eer te herwinnen en de voortgang van Davids zegevierende wapenen te stuiten. Het leger, dat onlangs verslagen werd, herzamelde zich, zij vergaderden zich weer tezamen, vers 15, de verslagen vijand zal, zolang er nog enig leven in hem is weerstand bieden, de vijanden van de Zone Davids doen dit ook, Mattheus 22:34, Openbaring 19:19. Dezen hier, zich bewust zijnde van hun ontoereikendheid, riepen de hulp in van hun bondgenoten en van degenen, die van hen afhankelijk waren aan de andere kant van de rivier vers 16, en, aldus versterkt zijnde, hoopten zij Israël te kunnen verslaan, maar zij wisten de gedachten des Heren niet, dat Hij hen vergaderd heeft als garven voor de dorsvloer. Zie Micha 4:11-13.
2. Het verijdelen van deze poging door de waakzaamheid en kloekmoedigheid van David, die, bericht gekregen hebbende van hun voornemen niet wachtte totdat zij hem aanvielen, maar in persoon aan het hoofd van zijn leger over de Jordaan trok vers 17, en de Syriërs in een geregelde veldslag versloeg, vers 18, zeven duizend man doodde, die tot zeven honderd wagens behoorden, en veertig duizend andere soldaten, ruiters en voetvolk, zoals blijkt uit een vergelijking met 1 Kronieken 19:18. Hun veldoverste sneuvelde, en David is ongetwijfeld zegevierend teruggekomen.
3. Het gevolg van deze overwinning over de Syriërs,
a. David verkreeg verscheidene schatplichtigen, vers 19. De koningen, of kleine vorsten, die aan Hadarezer onderworpen waren geweest, hebben, toen zij zagen hoe machtig David was, zeer wijselijk vrede gemaakt met Israël, daar zij niet instaat waren krijg met hen te voeren, en dienden hen, die instaat waren hun bescherming te verlenen. Aldus is de belofte gedaan aan Abraham, Genesis 15:18, en herhaald aan Jozua, Hoofdstuk 1:4, dat de grenzen van Israël zich zouden uitstrekken tot aan de Eufraat, eindelijk vervuld.
b. De Ammonieten verloren hun oude bondgenoten. De Syriërs vreesden de kinderen Ammons meer te verlossen, niet omdat hun zaak onrechtvaardig was, (een misdaad verdedigende, die bestond in een schending van het volkenrecht, maar omdat hun zaak onvoorspoedig was. Het is gevaarlijk hulp te verlenen aan hen, tegen wie God is want als zij vallen, zullen hun helpers met hen vallen.
Jezus Christus, de Zone Davids, zond Zijn gezanten, Zijn apostelen en dienstknechten, na al Zijn dienstknechten de profeten aan de Joodse kerk en natie, maar zij hebben hen smadelijk behandeld, zoals Hanun Davids gezanten behandeld heeft, bespotten hen, mishandelden hen, doodden hen, en dit was het dat de mate hunner ongerechtigheid vol deed worden en een onherroepelijk verderf over hen bracht, Mattheus 21:35, 41, 22:7 vergelijk 2 Kronieken 36:16. Want Christus beschouwt de beledigingen en het kwaad Zijn dienaren aangedaan, als Hemzelf aangedaan, en zal er dienovereenkomstig wrake over doen.