1 Samuël 28:20-25
Hier wordt ons meegedeeld hoe Saul de ontzettende boodschap ontving van de geest die hij geraadpleegd had. Hij verlangde dat hem gezegd zou worden wat hij doen moest, vers 15, maar hem wordt alleen gezegd wat hij niet gedaan heeft en wat er aan hem gedaan zal worden. Zij, die goede raad en troost verwachten anders dan van God en in de weg van Zijn inzettingen, zullen even ellendig teleurgesteld worden als Saul hier was.
Merk op:
I. Hoe hij bezweek onder de last, vers 20. Hij was werkelijk niet in staat hem te dragen, daar hij de hele dag tevoren niets gegeten had, en ook in die nacht niet, hij kwam vastende uit het leger, en bleef vasten, niet uit gebrek aan voedsel, maar uit gebrek aan eetlust.
Zijn vrees voor de macht van de Filistijnen, vers 5, benam hem de eetlust, of misschien heeft de strijd met zijn eigen geweten, nadat de gedachte bij hem was opgekomen om de toveres te raadplegen, hem zelfs een afkeer doen hebben van het nodige voedsel, hoe smakelijk dit ook was.
Dit maakte hem tot een gemakkelijke prooi van deze nieuwe verschrikking, die hem nu als een gewapend man is overkomen. Toen viel Saul haastelijk ter aarde, zo lang als hij was, alsof de schutters van de Filistijnen hem reeds getroffen hadden, en er was geen kracht in hem om die zware tijding met moed te dragen.
Nu had hij er genoeg van om toveressen te raadplegen, want hij vond ze ellendige vertroosters. Als God in Zijn woord verschrikking spreekt tot de zondaren, dan opent Hij hun tegelijk een deur van de hope, zo zij zich bekeren, maar zij, die zich tot de poorten van de hel wenden om hulp moeten aldaar duisternis verwachten, zonder een straal van licht.
II. Met hoeveel moeite hij er toe gebracht werd om zoveel hulp aan te nemen als nodig was, om naar zijn post in het leger weer te keren. De toveres schijnt Saul met de geest alleen te hebben gelaten, om nog verder met hem te spreken, maar hem misschien horende vallen en kermen, en bemerkende dat hij in doodsangst was, vers 21, ging zij tot hem, en drong hem om enig voedsel te gebruiken, ten einde instaat te zijn haar huis te verlaten, vrezende dat, zo hij ziek mocht worden, en inzonderheid indien hij er mocht sterven, zij als verraderes gestraft zou worden, al was zij er dan ook aan ontkomen om als toveres te worden gestraft. Waarschijnlijk maakte dit, maar geen gevoel van vriendelijkheid, haar zo zorgzaam om hem te helpen. In welk een treurige toestand heeft hij zich gebracht, om zo ellendig een troosteres nodig te hebben!
1. Zij drong zeer bij hem aan om enig voedsel tot zich te nemen, zij voert aan, vers 21, dat zij van zijn stem gehoorzaam is geweest met gevaar van haar leven, waarom zou hij dan niet naar haar stem horen tot behoud van zijn leven, vers 22.
Zij had een vet kalf bij de hand, (en het woord betekent een kalf, dat gebruikt werd om koren uit te treden, en daarom moeilijk gemist kon worden) dit bereidde zij voor zijn onthaal, vers 24. Josephus weidt uit in lof over de beleefdheid en buitengewone milddadigheid van deze vrouw, en prijst het aan als een voorbeeld van medelijden met hen, die in benauwdheid zijn, en haar bereidwilligheid om hun te hulp te komen, zonder enigerlei vooruitzicht om er voor beloond te worden.
2. Hij toonde er zich zeer afkerig van: hij weigerde het, en zeide: ik zal niet eten, vers 23, liever in stilte van honger willende sterven, dan met ere door het zwaard. Indien hij geleden had door uitputting van lichaamskracht, dan zou voedsel hem hebben kunnen helpen, maar, helaas, zijn toestand was buiten het bereik van zodanige hulp. Wat helpen weltoebereide spijzen voor een gewonde consciëntie? Die liedekens zingt bij een treurig hart is als edik op salpeter, even onaangenaam en even weinig welkom.
3. Met behulp van zijn knechten heeft de vrouw ten laatste overmocht om hem, tegen zijn zin, enig voedsel te doen gebruiken.
Niet met geweld maar door vriendelijke raad hielden zij bij hem aan, vers 23, dwongen zij hem, en in geen andere betekenis dan in die van vriendelijke drang moeten wij de woorden verstaan in de gelijkenis: dwing hen om in te komen, Lukas 14:23.
Hoe krachtig zijn de rechte redenen, als de mensen er door gedrongen worden tot hetgeen in hun belang is! Job 6:25. Saul werd er enigszins door verkwikt, zodat hij en zijn dienstknechten, nadat zij gegeten hadden, opstonden en weggingen, voordat het dag was, vers 25, om zich heen te spoeden naar hun zaken, en opdat men hen niet uit zo'n ergerlijk huis zou zien komen.
Josephus bewondert hier de dapperheid en grootmoedigheid van Saul, daar hij, hoewel verzekerd zijnde dat hij beide zijn eer en zijn leven zal verliezen, toch zijn leger niet heeft willen verlaten, maar vastberaden naar het kamp terugkeerde, en gereed was voor de strijd.
Ik verwonder mij meer over de hardheid van zijn hart, dat hij zich niet nogmaals tot God heeft begeven, zich niet tot Hem heeft gewend met berouw en gebed, in de hoop van tenminste nog uitstel te verkrijgen, maar wanhopig zijn verderf tegemoet liep.
Misschien was hij, nu woede en afgunst zich ten uiterste meester van hem hebben gemaakt, ook te meer verzoend met zijn hard lot, nu hem gezegd was dat zijn zonen, onder wie ook Jonathan, die hij haatte wegens zijn genegenheid voor David, met hem zullen sterven.
Indien hij moet vallen, dan was er hem niets aan gelegen dat verwoesting kwam over zijn geslacht en zijn koninkrijk, hopende dat dit zoveel erger zou zijn voor zijn opvolger, "emou thanontos gaia michtetoo puri, ik bekommer er mij niet om, dat de wereld in brand gaat", als ik er niet meer ben.
Hij bad niet, zoals David: "Laat Uwe hand tegen mij zijn, maar niet tegen Uw volk."