1 Samuël 16:1-5
Samuël had zich teruggetrokken in zijn huis te Rama met het besluit om nooit weer in openbare zaken op te treden, maar zich geheel en al te wijden aan het onderwijs en de opleiding van de zonen van de profeten, over wie hij gesteld was, zoals wij zien in hoofdst. 19:20. Hij stelde zich meer genoegen voor van jonge profeten dan van jonge prinsen, en wij bevinden niet dat God hem ooit weer riep om in openbare zaken van de staat handelend op te treden, behalve hier om David te zalven.
God bestraft hem wegens zijn langdurig leed dragen om de verwerping van Saul. Hij laakt hem niet om zijn treuren bij die gelegenheid, maar om zijn langdurig beuren.
Hoelang draagt gij leed om Saul, vers 1. Wij bevinden niet dat hij leed gedragen heeft om het terzijde zetten van zijn eigen familie en het uitsluiten van zijn eigen zonen, maar bovenmate treurt hij om de verwerping van Saul en zijn zaad, want het eerste was geschied door de dwaze ontevredenheid des volks, het laatste door de rechtvaardigen toorn Gods. Maar hij moet tijd hebben om zich te herstellen en niet rouwdragende naar zijn graf te gaan.
I. Omdat God hem verworpen heeft en hij in de Goddelijke gerechtigheid behoort te berusten en zijn genegenheid voor Saul te vergeten. Indien God verheerlijkt wordt in zijn verderf, dan behoort Samuël tevreden te wezen. Daarenboven: waartoe dient het, dat hij weent? Het raadsbesluit is uitgegaan, en al zijn gebeden en tranen vermogen niet om het te herroepen, 2 Samuël 12:22, 23.
Omdat Israël er niet bij zal verliezen, en Samuël moet het openbare welzijn stellen boven zijn particuliere genegenheid voor zijn vriend. "Treur niet om Saul, want Ik heb Mij een koning onder zijn zonen uitgezien".
Het volk heeft zich van een koning voorzien, en hij bleek slecht te zijn, nu zal Ik Mij van een voorzien, en het zal een man wezen naar Mijn hart". Zie Psalm 89:20, 21 , Handelingen 13:22.
Is Saul verworpen, toch zal Israël niet wezen als schapen, die geen herder hebben, Ik heb een anderen voor hem, laat uw vreugde over hem uw droefheid om de verworpen vorst verzwelgen".
II. Hij zendt hem naar Bethlehem, om een van de zonen te zalven van Isai, een man, die waarschijnlijk niet onbekend was aan Samuël. Vul uw hoorn met olie. Saul was gezalfd met olie uit een kruik, van glas of van aarde vervaardigd, en dus broos, en de olie was in kleine hoeveelheid, maar David met een hoorn olie, de olie overvloediger, en het vat duurzamer, vandaar dat wij lezen van "een hoorn van de zaligheid opgericht in het huis van David Zijn knecht', Lukas 1:69.
III. Samuël heeft bedenking wegens het gevaarlijke voor hem van deze boodschap, vers 2. Saul zal het toch horen en mij doden. Hieruit blijkt:
1. Dat Saul sedert zijn verwerping zeer slecht en gewelddadig was geworden, anders zou Samuël dit niet gezegd hebben. Aan welke goddeloosheid zou hij niet schuldig zijn, die Samuël zou durven doden? 2. Dat Samuëls geloof niet zo sterk was als men gedacht zou hebben, want anders zou hij de woede van Saul niet zo gevreesd hebben. Zou Hij, die hem zond, hem niet beschermen en doorhelpen? Maar ook de beste mensen zijn niet volmaakt in hun geloof, ook zal aan deze zijde van de hemel de vrees nooit geheel uitgeworpen zijn. Maar dit kan verstaan worden als Samuëls begeerte om onderricht te worden door God, hoe in deze zaak met wijsheid en voorzichtigheid te handelen, ten einde zich en anderen niet meer aan gevaar bloot te stellen dan nodig was.
IV. God beveelt hem zijn voornemen te bedekken met een offer. Zeg: Ik ben gekomen om den HEERE offerande te doen, en het was waar dat hij dit deed, en het was voegzaam, dat hij het zou doen, als hij kwam om een koning te zalven, Hoofdstuk 11:15.
Als profeet mocht hij offeren wanneer en waar God het hem beval, en het was volstrekt niet onbestaanbaar met de wetten van de waarheid om te zeggen, dat hij gekomen was om te offeren, als hij dit ook werkelijk deed, hoewel hij nog een verder doel had met zijn komst, dat hij goedvond verborgen te houden. Laat hem kennis geven van een offerande, en Isai (die waarschijnlijk de voornaamste man uit de stad was) met zijn gezin uitnodigen voor de offermaaltijd, en, zegt God: Ik zal u te kennen geven, wat gij doen zult, en gij zult Mij zalven, dien Ik u zeggen zal.
Zij, die zich tot Gods werk begeven op Gods weg zullen stap voor stap geleid worden, wanneer zij ook in verlegenheid zijn om het op de beste wijze te doen.
V. Dienovereenkomstig ging Samuël naar Bethlehem, niet in pracht en staatsie, niet met een groot gevolg, maar slechts met een dienaar om het kalf te drijven, dat geofferd moest worden. Toch hebben de oudsten van de stad gebeefd bij zijn komst, vrezende dat het een teken was van Gods misnoegen tegen hen, en dat hij kwam om een oordeel aan te kondigen wegens de ongerechtigheden van de plaats, schuld baart vrees. Maar het betaamt ons ook om ontzag te hebben voor Gods boodschappers, en te beven op Zijn Woord.
Of wel, zij vreesden dat dit een aanleiding zou wezen voor Sauls misnoegen tegen hen, want waarschijnlijk wisten zij hoe verbitterd hij was op Samuël, en vreesden zij dat hij een twist tegen hen zou zoeken, omdat zij Samuël onthaald hebben. Zij vroegen hem: Is uw komst met vrede? Hebt gijzelf vrede, en zijt gij niet vluchtende voor Saul? Hebt gij vrede met ons, en zijt gij niet met een boodschap des toorns gekomen?"
Wij moeten allen ernstig begeren om op goeden voet te wezen met Gods profeten, en vrezen dat het woord Gods of hun gebeden tegen ons zijn. Toen de Zone Davids, de Koning van de Joden, was geboren, was geheel Jeruzalem ontroerd, Mattheus 2:3.
Samuël bleef tehuis, en het was vreemd hem zover van zijn eigen huls te zien, daarom denken zij dat het iets buitengewoons moest wezen, dat hem herwaarts bracht, en zij vreesden het ergste, totdat hij hen geruststelde vers 5. "Ik kom met vrede, want ik ben gekomen om den HEERE offerande te doen, niet met een boodschap des toorns tegen u, maar met vrede en verzoening, en daarom kunt gij mij welkom heten, en behoeft gij mijn komst niet te vrezen, daarom heiligt u, en bereidt u om u met mij te verenigen in de offerande, opdat gij er het nut en voordeel van moogt hebben". Voor een gebruik maken van een plechtige inzetting moet er een plechtige voorbereiding wezen. Als wij geestelijke offeranden gaan offeren is het ons nodig om door ons af te zonderen van de wereld en ons bij vernieuwing aan God toe te wijden, ons te heiligen.
Toen onze Heere Jezus in de wereld is gekomen, hadden de mensen reden genoeg om te beven, vrezende dat Hij kwam om de wereld te veroordelen, maar Hij gaf haar de volle verzekering, dat Zijn komst was met vrede, want Hij kwam om te offeren, en Hij bracht Zijn offerande met zich mede: Gij hebt Mij het lichaam toebereid, laat ons ons heiligen, opdat wij deel kunnen hebben aan Zijn offerande. Samuël zei: ik kom met vrede, want ik kom om te offeren." Zij, die komen om te offeren, behoren met vrede te komen. Godsdienstoefeningen moeten met geen onstuimigheid of oproerigheid gepaard gaan.
Vl. Hij had bijzonder het oog op Isai en zijn zonen, want zijn geheime zending gold hen, waarmee hij Isai bij zijn eerste komst waarschijnlijk heeft bekendgemaakt, toen hij in zijn huis ging verblijven. Hij zei tot alle oudsten, dat zij zich moesten heiligen, maar hij heiligde Isai en zijn zonen, door met hen te bidden en hen te onderwijzen. Misschien was hij al vroeger met hen bekend, en uit Hoofdstuk 20:29 (waar wij lezen dat dit geslacht een offer had) blijkt dat het een Godsdienstig gezin was Samuël hielp hen in hun toebereidselen voor het openbare offer, en het is waarschijnlijk dat hij bij die huiselijke plechtigheden David uitkoos en hem zalfde, eer het offer geofferd werd of de plechtige feestmaaltijd gehouden werd.
Misschien heeft hij, evenals Job, in het verborgen brandofferen geofferd "naar hun aller getal", Job 1:5, en hen toen allen geroepen om voor hem te verschijnen. Als zeer bijzondere zegeningen zullen komen ineen gezin, dan behoren de leden er van zich te heiligen.