1 Koningen 3:16-28
Er wordt hier een voorbeeld gegeven van Salomo's wijsheid, om aan te tonen dat de gave, die hem kortelings geschonken was wezenlijk uitwerking op hem had. Het bewijs is ontleend, niet aan de verborgenheid van de staat, of van zijn beleid in de raad, hoewel hij ongetwijfeld ook daar uitgemunt heeft, maar van een rechtsbeslissing tussen partij en partij, al laten vorsten die ook gewoonlijk aan de rechters over, moeten zij het toch niet beneden zich achten, om er kennis van te nemen.
Merk op:
I. De zaak wordt blootgelegd, niet door advokaten, maar door partijen zelf, hoewel zij vrouwen waren, waardoor het voor zo'n scherpziend oog als dat van Salomo te gemakkelijker werd om naar hetgeen zijzelf zeiden tussen recht en onrecht te onderscheiden. Deze twee vrouwen waren hoeren, hielden een publiek huis, en haar kinderen waren, naar sommigen denken, uit hoererij geboren, omdat er geen melding wordt gemaakt van haar echtgenoten. Waarschijnlijk is die zaak al voor lagere gerechtshoven geweest, eer zij tot Salomo gebracht werd, maar kon daar niet tot beslissing worden gebracht, daar de rechters er geen uitspraak in wisten te doen, opdat Salomo's wijsheid in haar tot beslissing te brengen, des te meer opgemerkt zou worden. Deze twee vrouwen woonden samen in een huis, waar zij ieder een zoon ter wereld brachten, de ene drie dagen na de andere, vers 17,18. Zij waren zo arm, dat zij geen dienstmaagd of verzorgster hadden, zo veronachtzaamd, omdat zij hoeren waren, dat zij geen vriend of bloedverwant bij zich hadden. Een van haar lag op haar kind, en ging het in de nacht verruilen voor het andere kind, vers 19, 20, welks moeder spoedig het bedrog bemerkte en de openbare gerechtigheid inriep om recht te verkrijgen, vers 21. Zie:
1. Welke angsten veroorzaakt worden door kleine kinderen, hoe onzeker hun leven is, en aan hoeveel gevaren zij voortdurend zijn blootgesteld. De kindsheid is het dal van de schaduw des doods, en de levenslamp, die pas aangestoken is, wordt gemakkelijk uitgeblust. Het is een wonder van genade, dat zo weinigen omkomen in al die gevaren van de eerste opkweking.
2. Hoeveel beter het in die tijd was met kinderen, die in hoererij waren geboren, dan meestal tegenwoordig. Toen hebben hoeren haar kinderen liefgehad, hen verzorgd, waren wars om van hen te scheiden, terwijl zij nu dikwijls ver weggezonden, verlaten of vermoord worden. Maar aldus is voorzegd, dat "in de laatste dagen ontstaan zullen zware tijden, als de mensen zonder natuurlijke liefde zullen zijn," 2 Timotheus 3:3.
II. Het moeilijke van het geval. De vraag was: Wie is de moeder van het levende kind, dat in het hof gebracht was om ten laatste aan de een of andere toegewezen te worden. Beide moeders waren heftig in haar betuigingen en toonden de grootste belangstelling in het kind. Beiden waren even positief in haar verzekeringen. "Het is mijn kind", zegt de ene. "Neen", zegt de andere, "het kind is van mij". Geen van beide wil het dode kind erkennen, hoewel het goedkoper zou zijn het dode kind te begraven dan het levende kind te onderhouden, maar het is het levende kind, dat zij elkaar betwisten. Het levende kind is de vreugde van de ouders, omdat het hun hoop is, en kunnen dode kinderen dit niet ook zijn? Zie Jeremia 31:17. Nu bestond de moeilijkheid van de zaak hierin, dat aan beide zijden geen bewijs aanwezig was. Sommigen van de geburinnen kunnen misschien wel bij de geboorte en de besnijdenis van de kinderen tegenwoordig zijn geweest, maar hadden op de kinderen niet zo nauwkeurig acht gegeven, om verschil in hun gelaatstrekken te zien. Om de partijen op de pijnbank te brengen, zou wreed geweest zijn. Niet zij, die het recht aan haar zijde had, maar zij, die het meest gehard was, zou een gunstige uitspraak verkregen hebben. Er moet weinig waarde gehecht worden aan een afgedwongen getuigenis. Rechters en juryleden hebben wijsheid nodig om de waarheid te ontdekken, als zij aldus verborgen ligt.
III. De beslissing van de zaak. Salomo had geduldig beide partijen aangehoord, en resumeert wat door haar werd aangevoerd, vers 23. En. nu is het gehele hof in spanning om te weten welk middel Salomo's wijsheid zal bedenken, om achter de waarheid te komen. De een weet niet wat er van te zeggen, een ander zou misschien door het lot willen laten beslissen, Salomo zegt dat hem een zwaard zal gebracht worden, en beveelt het levende kind tussen de twee moeders te verdelen.
1. Dit scheen een bespottelijke beslissing van het geding, een wreed en ruw doorhakken van de knoop, die hij niet kon losmaken. "Is dit nu", denken de wijzen van de wet, "is dit nu de wijsheid van Salomo?" Zij konden niet gissen waar hij heen wilde, wat hij op het oog had. "Aan het hart van de koningen, het hart van zulke koningen, is geen doorgronding," Spreuken 25:3. Er was een wet voor het verdelen van een levende os en een dode os, Exodus 21:35, maar die was toch niet van toepassing op dit geval. Maar:
2. Het bleek een afdoend middel om de waarheid te ontdekken. Sommigen denken dat Salomo zelf de waarheid al ontdekt had aan het gelaat van de twee vrouwen en aan haar wijze van spreken, maar hierdoor overtuigt hij allen, die tegenwoordig waren, en bracht hij de voorgewende moeder tot zwijgen. Hij kon niet nagaan aan welke van de twee vrouwen het kind het meest gehecht was, om alzo tot de ontdekking te komen wie van beide de moeder was, en daarom nam hij de proef door te zien wie van beide het kind het meest liefhad, beide wendden moederlijke liefde voor, maar de oprechtheid dier liefde zal op de proef gesteld worden, als het kind in gevaar is.
a. Zij, die wist dat het kind niet van haar was, maar voor wie het, door er om te strijden, een punt van eer geworden om het te hebben, was er mee tevreden dat het verdeeld zou worden. Zij, die haar eigen kind dood had gelegen, bekommerde er zich niet om wat er van het andere werd, zo slechts de ware moeder het niet had. Het zij noch het uwe, noch het mijne, doorsnijdt het. Hieruit bleek dat zij wist, dat het slecht stond met haar aanspraak er op, en dat zij vreesde dat Salomo dit zou ontdekken, hoewel zij weinig vermoedde dat zij zichzelve verried, daar zij dacht dat het Salomo volkomen ernst was. Indien zij werkelijk de moeder van het kind ware geweest, dan zou zij haar recht er op verbeurd hebben door haar zo gerede instemming met de bloedige beslissing, Maar:
b. Zij, die wist dat het kind van haar was, wil het liever aan haar tegenstandster geven dan het te zien doden. Met hoeveel gevoel roept zij: Och mijn heer, geef haar het levende kind, vers 26. "Laat mij het in haar bezit zien, liever dan het in het geheel niet te zien". Uit deze tederheid voor het kind bleek dat zij niet de zorgeloze moeder was, die haar kind had dood gelegen, maar de moeder was van het levende kind, die het niet kon verdragen dat het gedood werd, daar zij zich ontfermde over de zoon van haar schoot. "De zaak is duidelijk", zegt Salomo, er zijn geen getuigen van node. Geeft haar het levende kind, want gij allen ziet aan dit ongeveinsde medelijden, dat zij er de moeder van is". Laat ouders hun liefde tonen aan hun kinderen door zorg voor hen te dragen, inzonderheid door zorg te dragen voor hun ziel, en hen met heilig geweld als vuurbranden uit het vuur te rukken. Diegenen zullen waarschijnlijk vertroosting smaken in hun kinderen, die hun plicht aan hen doen. Satan maakt aanspraak op het hart des mensen, maar hieruit blijkt dat hij er geen recht op heeft, dat hij tevreden zou zijn om met God te delen, terwijl de rechtmatige soeverein van het hart het geheel en al of niet wil hebben.
Eindelijk. Er wordt ons gezegd welke grote vermaardheid Salomo verwierf onder zijn volk, door dit en andere voorbeelden van zijn wijsheid, hetgeen van grote invloed zal zijn voor de rust en de goede gang van zijn regering, het gehele Israël vreesde voor het aangezicht des konings, vers 28. Zij hadden de grootste eerbied voor hem, durfden hem nergens in tegenstaan, en waren bevreesd om onrecht te doen, omdat zij wisten dat indien het voor hem zou komen, hij het voorzeker zou ontdekken, want zij zagen dat de wijsheid Gods in hem was, dat is: de wijsheid, waarmee God beloofd had hem te zullen begiftigen. "Die wijsheid heeft zijn aangezicht verlicht," Prediker 8:1, heeft hem versterkt, Prediker 7:19, die wijsheid was hem "beter dan krijgswapenen," Prediker 9:18, om die wijsheid was hij beide gevreesd en bemind.